O
HEER, GEEF
DAN HEIL! O
HEER, GEEF DAN VOORSPOED!
zonder jou vermogen wy niets, door jou
vermogen wy alles.
De dag is dan wel opgegaan,
maar ziet, het is nog nacht, & de naare duisternisse van
onwetendheid, bijgelovigheid, hartstogten, ijdelheden, aardschgezindheid, wellust, en allerley zonden
nog heerst in veeler harten. Hoe zoud men zielen vangen, daar men de zonden indrinkt,
gelijk een visch in 't water doet? Hoe zoud men zielen winnen, die van Yehosjoea
afkeerig zijn?
Zo werkt men dikwijls, en al te
dikwijls om niet, & lering, bestraffing, vermaning, is vrucht- & krachtloos;
zo lang de Vorst der duisternisse en de God deezer eeuwe de oogen verblind, datze niet zien konnen, noch voelen 'de heerlijkheid G ds', in en van het aangezicht des Heeren JC afstralende.
Het smerte, het verdroot den Apostelen, den gantschen
nacht volijverig te arbeiden, & niets te vangen. Hoe treft het ook 'n Opziender en Leeraar,
dat al zijn vlijt & arbeid in den wind geslagen, en door tijdig en ontijdig aanhouden niets gevordert worde. Hoe treurig, hoe verdrietig is 't, als men klaaglijk zeggen moet:
WIE HEEFT ONZE PREDIKING GELOOFT, & AAN WIE
IS DEN ARM DES HEEREN GEOPENBAART?
Hoort den Heiland zelven daar over klagen:
ik
hebbe te vergeefs gearbeid,
ik hebbe mijn kracht onnuttelijk en ydelijk toegebragt!
En wie kan
"G ds eer" ter harte gaan, en dit niet aangaan?
Wat zullen wy doen in zo betreurlijke tijd-gewrichten?
Zullen wy wanhopen? Zullen wy
vertragen? Zullen wy
den arbeid
staken?
Dat zy verre!
Zo
gaan ons
de H. Apostelen hier,
en in hun predik-gedrag
niet voor!
Wy
zullen aanhouden,
tot dat JC verschijne,
want als die komt,
dan zal 'er
zegen zijn
...
Gelieft
"G d" niet
altijd, of weinig
schijnsel op onz werk
te geven, men denke, dat hy onze
standvastigheid beproeven wil, & beletten, dat wy ons niet
verhoovaardigen op den voorspoedigen
loop, en voortgank
der Euangelij-
leer.
Het
zijn dus
a.h.w. onze gewetens~
bespiegelingen binnenin/rondom
ons: 'g ds geest' is als de
bloem van ons brein die
groeit & bloeit tegen
de klippen van
tijd/ruimte
op.