Blijkbaar
houden alle mydiertjes
er zo hun eigen ideetjes op na over g d.
Ze geloven in de ene of andere traditionele vormgeving ervan
of juist helemaal niet & 'nergens' in.
Of in een sektarische uitgave als Jehova,
Vol Evangelisch, Leger des Heils,
Rooms of Protestants
e.d.?
Ondertussen
verbeteren ze hem wel op eigen wijze
door hem aan te passen aan hun eigen beeld
of ook wel door hem volkomen te ontkennen & er verder niets in te zien of te zeggen:
ZO
staat het er immers?
Niet de bijbel zoals die over G d spreekt,
want zo is g d immers niet
[in hun ogen]!
Hij eet geen hapje [meer] mee
met Avram/Avraham/Abraham/Ibrahim,
hij zoekt niet de Hof van Eden af waar Adam & Ewa zich hebben verstopt,
hij overlegt niet met de engelen wat er gebeuren moet, nu de mensen met hun toren
tot bijna in de hemel zijn gekomen, hij wordt niet toornig en dreigt niet
heel het mensdom te verdelgen en gaat geen weddenschap aan met de duivel
over de gelovige Job: zo is g d immers niet
als hij 'n echte G d is!?
Merkwaardig toch,
die kritiek op de bijbeltaal
en op al die voorstellingen die daar de ronde doen over G d.
Waar komt die kritiek vandaan: hoe kon het gebeuren dat die sappige bijbelse mydiverhalen,
die zo duidelijk over G d als 'n uitvergroot mens spreken,
werden gediskwalificeerd?
De
kerkgeschiedenis
levert ons 't antwoord.
De bijbelse wereld schrijdt,
kort gezegd, een andere tijd binnen: de wereld van het denken en begrijpen.
Het is de antieke cultuur, in haar verschijningsvorm van de Grieks~Hellenistische levens~
& wereldbeschouwing, waarin die eerste christelijke theologen opgroeiden:
de apostolische vaders, vervolgens de apologeten,
en nog weer later de grote kerkvaders ~
allen grondleggers
van de christelijke
theologie.
Nadenken
en begrijpen
waren voor hen de vanzelfsprekende coordinaten van
het geestelijk
leven.
En de bijbeltaal dan?
In de bijbel, zeggen ze vrijwel letterlijk,
gebruikt G d plaatjes, hij spreekt ons daarin toe op een manier die bij kinderen past:
met voorstellingen over een hemel en een hel,
over een G d die zich druk maakt over zijn
schepselen, die berouw heeft
van zijn daden.
Maar
dat zijn trekken
die niet zo goed bij een echte godheid passen,
dat ziet elke geletterde onmiddellijk in:
G d is niet echt zoals de bijbel hem tekent,
zo kan hij eenvoudig niet wezen.
Die bijbeltaal dient een theologisch doel,
de theoloog, de intellectueel, ziet daar doorheen,
en leest die bijbelse voorstellingen als versluierde & versluierende aanduidingen
voor wat G d {in hun ogen} WEL is:
het enig, eeuwig &
eenvoudig geestelijk
wezen.
Een uitkomst
die vrijwel letterlijk terugkeert
bij Thomas van Aquino, en nog weer later in artikel 1 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, het belangrijkste belijdenisgeschrift
van de Reformatie.
Die
Nederlandse
Geloofsbelijdenis als
wegbereider van de 'ietsisten'?
Inderdaad, daarop komt 't wel zo ongeveer neer!
Ik bedoel dat niet denigrerend, maar om de afstand tot
de oorspronkelijke mydibijbelverhalen
weer te
geven
...
Is G d persoonlijk?
Heikele vraag tegenwoordig:
natuurlijk is g d persoonlijk [zo praat je althans meestal 'met' & 'over' hem [of haar]?
Als je het over de G d van de bijbel hebt dat heb je het over een persoon, een wezen, 'n 'being'!?
Maar ja, als je die beneden de maat vindt, dan MOET je haast wel
naar filosofische abstracties grijpen!
In
het 'luchtledige'?
Diep binnenin onszelf?
Als een plasparelspel of doolhof/labyrinth, evolutionaire chaos?
Waarom gaven [en geven] christenen daaraan [vaak] de voorkeur?
Wat hebben ze eraan en wat doen ze ermee:
wat doet 'het' met hen?
Het antwoord
is waarschijnlijk:
omdat ze niet willen weten van 'eerst waren er mensen en toen goden en toen was er G d',
want DAT brengt mee dat de geloofsvoorstellingen van de bijbel een erfenis van vroeger zijn,
van verre voorouders, en wat hun makelij betreft
'van verbeelding'.
MYTHOLOGIE.
Geen
dragers van info
over een Andere Wereld,
over G d,
maar dragers van ideeen over de wereld,
bedacht door mensen die vroeger leefden,
in een heel andere wereld,
en die op de zinledige chaos niets anders dan hun 'eigen' voorstellingen
konden loslaten
to make any
sense of
it.
Mensen
met een kerkelijke [of dergelijke]
achtergrond vinden, vij alle begrip dat ze kunnen opbrengen,
'mythologisch' meestal 'n bruggetje te ver:
geloofsvoorstellingen moeten een vorm van kennis blijven,
kennis van G d, zoals ze die van huis uit
hebben meegekregen!
Of
ineens totaal
betekenisloos zijn
geworden?
