Hoe sterk onder de calvinistische invloed tenslotte ons landje is geraakt, chronologisch was dat van later datum & ook nu hebben kerken daar nog last van na minstens vier eeuwen hobbels & strubbels tussen Schiermonnikoog & Maastricht
....
Wat er nog is overgebleven van al die vroegere stromingen vinden we nog terug bij doopsgezinden & remonstranten?!
Maar dit wekte altijd al veel wantrouwen: tegenstanders spraken minachtend over Hubert Duifhuis bijvoorbeeld als 'de Paap'! Als men deze man verdedigde, zoals Uytenbogaert in Utrecht gedaan had, dan was men verdacht van 'papisterije' & zo was de gelaagdheid i/d NL reformatie immers ook EEN v/d oorzaken v/d verdeeldheid in kerk & staat.
De leer v/d zg. voorbeschikking leert dat God de mensen niet met gelijke bestemming heeft geschapen. Hij had, volgens 'deskundigen', al van tevoren 'besloten' WIE er ter zaligheid bestemd zouden zijn & wie voor eeuwig 'verworpen'.
Calvijn had deze leer aanvankelijk niet zo centraal gesteld: ze komt pas in 't derde boek van z'n INSTUTITIO ter sprake. Maar gaandeweg is ze in 't centrum komen te staan, vooral nadat Calvijns opvolger te Geneve, BEZA,
daar 'n veel preciezer uitwerking aan had gegeven dat Calvijn zelf heeft gedaan. Nu past deze merkwaardige leer bij de grondslag van Calvijns denken, nl. die van de soevereiniteit van God: als God almachtig is & soeverein de wereld regeert, dan kan er volgens de scherpslijpers geen sprake zijn van 'n MENSELIJKE macht die deze soevereiniteit nog zou kunnen aantasten. Integendeel: God zendt zijn genade volgens hen op 'n zodanige wijze i/d wereld dat hij zonder enige medewerking v/d mens in hen werkt. Vandaar dus ook die 'uitverkiezing', die niet meer berust op menselijke medewerking of 'goede daden', maar uitsluitend & alleen op 't "Wilsbesluit Gods"?!
DEZE leer stuitte op tegenstand, vooral bij humanisten & rooms-katholieken, maar ook binnen 't reformatorisch blok werd zij niet algemeen aanvaard. De Zwitserse theoloog Bullinger bv. verschilde in dit opzicht met Johannes Calvijn van mening, wat niet wegneemt dat zij toch 'n overeenkomst sloten betreffende 't "avondmaal":
'opdat zij alleen EEN zijn in "Mijn Naam" heette het'.
We zullen zien
...