Dat zy de Romeinsche krijgsknechten uitvoerders der straf- & doodvonnissen waren,
is voorheen ook al eerder & vaker aangemerkt; en in zulken zin moeten de woorden van Mattheus gevat, en op die Romeinsche soldaaten gepast worden, als hy zegt: Toen zy hem gekruist hadden, dat is,
op 't kruishout, of middel-uitstek gebeurt, en de wreed uitgerekte handen en voeten,
met scherpe nagelen doorklonken, en alles gedaan hadden, wat tot de kruisstraf vereischt wierd:
Toen hebben zy aanstonds, daar na, zijne kleederen verdeelt,
en ieder een zijn aandeel gegeven.
Want die gekruist wierd, moest naakt op 't vloekhout gezet,
en zonder kleederen daar aan gespijkert worden:
waarom ook de kleederen den strafuitvoerders te beurt vielen.
Dat nu sommigen dit vermeinen, drie uuren na 't kruisigen, en 't bewaaren des Heilands geschied te zijn,
is, om dat zy dus eenen onloslijken knoop, en strijdigheid tusschen de H. Euangelisten,
dachten te konnen oplossen.
Want Markus zegt, het was de derde uure, en zy kruisigden hem.
En Johannes, dat het was omtrent de zesde uur, als Pilatus op den Rechterstoel J.C. veroordeelde.
Hoe bezwaarlijk die tegenstrijdigheid op te lossen zy, blijkt uit de tegenstrijdige gedachten der Uitleggers.
Sommigen hebben, om Markus de waarheid te doen zeggen, Johannes,
of liever de Uitschrijvers van Johannes, eene faalgreep aangetijgt, en gemeint,
datze d' eene tal- of cijffer-letter voor d' andere genomen hebben, om dat men oudstijds de getallen, niet met cijffer- maarschrijf-letters uitdrukte, gelijk uit 't bekend beesten-tal, 666,
in d' Openbaringe blijkbaar is.
Anderen brengen aaloude boeken her-voort, waar in by Johannes, de derde uure staat, gelijk by Markus,
en niet de zesde: waar by ze nog voegen, dat de Grieksche dichter Nonnus,
die 't H. Euangelijboek van Johannes, in Grieksche verzen heeft uitgebreid, uitdruklijk zegge:
de derde dodelijke uur.
Ging dit door, de zwaarigheid was weggeruimd; maar de faalgreep der Uitschrijvers ook zichtbaar;
daar echter eenigen staande houden, dat 'er geene strijdigheid,
maar eenstemmigheid tusschen Johannes en Markus, zy.
In 't aantonen dier eenstemmigheid, zijnze nochtans niet eenstemmig, en 't ware te lang,
alle de gevoelens op te halen.
Wy merken aan, met den vermaarden Lightfoot en Grotius, dat men by de Jooden,
de feestuuren met bazuin-geklank aankondigde, gelijk by andere volkeren, voor het gebruik der klokken,
de uuren door uitroepers wierden bekend gemaakt.
Maar de voornaame bede- en offer-tijd, was de derde, zesde, en negende uure,
zonder dat de tusschentijd by hen uitgesrukt wierd, maar 't bazuin-geschal die groote dag-uure aanwees.
Dus zal Markus den gantschen tusschen-tijd van de derde uure, en Johannes het uiteinde van de derde,
en aanvang der zesde uure te kennen geven, en beiden een en 't zelfde zeggen.
Als men ook aandachtig let op de taal van Markus, zo spreekt die H. Euangelist dus,
het was de derde uure, en zy kruisigden hem, hy zegt niet: het was de derde uure,
toen zy hem kruisigden, of wanneer zy hem kruisigden, was het de derde uure.
Maar, en zy kruisigden hem: dat is, gingen voort, met 't doemvonnis uit te voeren:
de derde uure was reeds verlopen, als zy Jezus kruisigden.
In zulken zin, geeft de H. Euangelist den Joodschen bloedraad eenen gevoeligen steek, en wil zeggen:
de derde uure, de uure des gebeds en offerdiensts, wanneer 't bazuin-geklank hen tot Tempel & Tempel-dienst riep, om de Paaschofferen te slachten, waar mede zy de feestvreugde vieren,
en zeven dagen lang van leven moesten,die bede- en offer-tijd was reeds aangekondigd,
en grootsdeels verlopen; maar de Jooden waren zo verbitters tegen Jezus, dat zy gedenkcedelen,
prevelgebeden, en offerdieren vergaten, en aanhielden, tot zy den onschuldigen veroordeeld,
en aan 't vloekhout vast gehecht zagen.
Kortom: ik geloof niet in die orthodoxe bijgelovige interpretaties van zes dagen letterlijk & de zondeval:
net zo min als in achterstevorenprofetie, duistere samenzweringscomplotten & al dat soort van bullshit ...



















