Terug
naar de
brave Mat Gargon
van zo'n 300 jaar geleden
met zijn relaas in de taal van toen
over ongeveer 1700 jaar daarvoor
in Matai 16:13
~
WAYEHI
KEBO YESHUA
EL-GELILOT KISRIN SHEL-PILIPOS
WAYISHAL ET-TALMIDAW LE'EMOR
MAH-OMRIM HA'ANASHIM ALAI MI JU BEN-HA'ADAM?:
WAYOMRU YESH OMRIM YOCHANAN HAMATBIL HU
WA'ACHERIM OMRIM ELIYAHU WYESH OMRIM YIRMEYAHU
O ECHAD MIN-HANEVIYIM!:
WAYOMER ALEIHEM WEATEM MAH-TOMRU MI ANI:
WAYA'AN SHIM'ON PETROS WAYOMAR ATAH HU HAMASHIACH BEN-ELOHIM CHAYIM!:
WAY'AN ELAW ASHREICHA SHIM'ON BAR-YONAH KI-VASAR WADAM LO GILAH-LECHA ET-ZOT KI IM-AVI SHEBASHAMAYIM: WEAF-ANI OMER ELEICHA KI ATAH PETROS WEAL-HASELA HAZEH EVNEH ET-KEHILATI WESHA'AREI SHEOL LO YIGBERU ALEIHA: WE'ETEEN LECHA ET-MAFTECHOT MALCHUT HASHAMAYIM WECHAK-ASHER TE'ESOR AL-HA'ARETS ASUR YIHEYEH BASHAMAYIM WECHAL-ASHER
TATIR AL HA'ARETS MUTAR YIHEYEH BASHAMAYIM:
AZ TSIWAH ET-HATALMIDIM BIGARAH
LEVILTI HAGID LE'ISH
KI HU YESHUA
HAMASHIACH!
Een
v/d meest
geheimzinnige 'mystieke'
bijbelverhalen
...?
Toen
Yeshu in
't gebied van Caesarea Filippi kwam,
vroeg hij aan zijn leerlingen:
"Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?"
Ze antwoordden:
"Sommigen zeggen Yochanan de Doper,
anderen Eliyahu, weer anderen Yirmeyahu of een van de andere profeten!"
Toen vroeg hij hun:
"En wie ben ik volgens jullie?"
Waarop Shim'n Petros hem antwoordde:
"Jij bent de mashiach, de zoon van de levende G d!"
Daarop zei Yeshu tegen hem:
"Gelukkig ben jij, Shim'on Bar Yonah,
want dit is jou niet door mensen van vlees & bloed geopenbaard,
maar door mijn Vader in de hemel! En ik zeg je: jij bent Petros, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen,
& de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. Ik zal jou de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat jij op aarde bindend verklaart dat zal ook in de hemel
bindend zijn, en al wat jij op aarde ontbindt
dat zal ook in de hemel ontbonden zijn!"
Vervolgens verbood hij de leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat hij de messias was!
Mysterieuze woorden!
Waar gaat dit allemaal over?
Mat Gargon
zegt er in gothische
letters van 1700
het zijne van op
de gebruikelijke
wijze
...
Met recht
noemt JC dan Shim'on Bar Yonah,
die was hy uit de natuur,, en geboorte:
maar Petros was hy uit de genade, en door wedergeboorte,
die nu door de verlochening van JC jammerlijk beneveld was.
Shim'on was een zeer gebruiklijke naam onder de Jooden,
en van een der 12. Stamvaderen herkomstig; maar tot nader onderscheid,
waar toe eigentlijk de naamen uitgevonden en gegeven zijn, was 't
ook zeer gemeen by de Jooden, [om] 's vaders naam te dragen,
als hier, Shim'on Yonah
of Bar Yonah
...
By staat-verwisseling
en andere merkwaardige voorvallen. verwisselden de Jooden ook meermaals
hunnen naam. Gelukkiger konde niemant van staat veranderen dan Petrus, die was van eenen visscher
'n Apostel, van een gering man, een rijksgezant van den Meesias geworden,
en dus wel te recht van naam verandert! Dies [in Yochanan XXI:11-18] hem JC vraagt:
BEMINT GY MY?
Gy, dien
ik zo uitnemende
heb liefgehad, dien ik verkoren heb tot mijn heilbode,
om mijn getuige te zijn, tot aan het einde der aarde. Mijn rijk is een G ds rijk:
mijne wet is de vrije wet, en Koninklijke wet der liefde, om dat uit te breiden, moet 'er liefde
tot G d en naasten zijn. Om allen tegenstand en tegenstanders te verwinnen,
moet de liefde tot my, en mijn rijk sterker zijn,
dan de dood.
BEMINT GY MY
zo oprecht, zo stand-vastig, zo volijverig?
BEMINT GY MY MEER DAN DEEZEN? Onder DEEZEN was de H.Apostel Yochanan, die ons nog onlangs voorkwam, als de Discipel,
dien Yeshu lief had, en die Yeshu zonderling beminde. Onder deezen waren Ya'akov,
die voor 's Heilands naam gestorven is, en Thomas, die van zijn ongeloof verlost,
met nieuwen ijver, zich by d'Apostelschaar vervoegt had.
Zoud PETROS zich vermeten,
gelijk te vooren, dat hy JC liever had als DEEZEN?
De droevige uitkomst hadde hem wijzer gemaakt, en geleert, niet op zich zelven te steunen,
niet te roemen, maar te vrezen, en van 's Heilands genade af te hangen,
dierhalven antwoordde hy,
ja.
Niet,
dat hy zich dus verheffe boven zijne Medediscipelen,
en op beide vraagleeden te gelijk JA zegge, want dat onderscheid hy zelf, als hy zegt:
HEERE, GY WEET, DAT IK U LIEF HEBBE.
Dus
betuigt hy
zijn oprechtigheid, en
JC alleen, niet zich zelven te zoeken.
Daarom noemt hy JC zijnen HEER, wiens gebod hy opvolgen, wiens roem &
eer hy bevorderen wil. En gelijk die vraag hem in 't harte getroffen had, zo legt hy ook zijn hart open,
en beroept zich op 's Heilands alwetendheid, en zegt:
GY WEET, DAT IK U LIEF HEBBE!
Al met al
'getuigenisliteratuur':
zo zijn mensen nu
eenmaal!
Op zoek
naar enig houvast
in 'n chaotische wereld vol
ziekte, pijn, ellende
& onzekerheid
....

