Alle mensen die voor dit schouwspel waren samengestroomd gingen naar huis: ze sloegen zich van rouw op hun borst om wat ze gezien hadden volgens Lucky Luke 23:48.
In Mark 15:34 nagevolgd door Matai 27:46 was de laatste uitroep van Yehosjoea Psalm 22:2 [zie ook het apocriefe Euangelie van Petros 5:19. De door Mark ingevoerde paradox is weggewerkt door Luke {23:46}.
In Lucas' verslag citeerde Yesjoe Psalm 31:6 (5). Hetzelfde bijbelvers [uit het oorspronkelijke Hebreeuws omgezet in Grieks schrift] staat ook in de apocriefe Handelingen van Pilatus 11. Opgemerkt zij eveneens dat Psalm 31:6 (5) deel uitmaakt van de standaard belijdenis die een jood op zijn sterfbed uitspreekt ...
De eenvoudigste manier om die discrepanties tussen Marcus & Lucas te verklaren is te veronderstellen dat het totaal onmogelijk was om de betekenis van die laatste pijnlijke oproep van Yehosjoea te bepalen - als die al iets betekende.
Marcus legt hem Psalm 22:2 in de mond om te laten zien dat de eenzame Yesjoea [aka haNatsri/haMasjiach e.d.] kennelijk zelfs door "G d" verlaten werd.
Lucas daarentegen laat Yesjoe zeggen wat men mocht verwachten van een stervende praktiserende jood.
Het enige wat echt vaststaat is dat Yesjoea er blijk van heeft gegeven gedurende zijn korte leven dat hij begaan was met het joodse volk [en dus ook alle andere mensen]: wat duidelijk NIET vaststaat of -ligt is waar en wanneer hij is geboren, waar & wanneer hij opgroeide & ook wat er gebeurde in die jaren rond zijn dertigste {?} levensjaar.
Daarvan zijn daarom dus ook minstens zo'n 1001 versies in omloop sinds bijna 2000 jaar met alle gevolgen vandien.
Wat telt is je mentaliteit en intenties: wat we voelen, denken, veranderen/doen & laten tussen geboorte en dood ~ de rest bestaat uit illustratie daarvan ...