sof?


In dat vertrouwen,
moest [ook] de waare Hoogepriester sterven:
gelijk hy tot zijnen Vader zegt:
Gy zult mijne ziel in de helle, of staat der dooden,
niet verlaten,
gy zult niet toelaten,
dat uwe heilige, die uwe heiligheid door mijn kruisdood zal openbaaren,
de verdervinge zie, der verrotting
onderhevig zy.

G d,
weet ieder,
heeft geene handen, want hy is een Geest:
maar de handen G ds, zijn de G dlijke deugden van almagt,
goedgunstigheid, trouw, bescherming,
en voorzienigheid.
Gelijk de heidenen zelfs dit verbeelden,
door de handen van hunne
verdichte Goden.

Wien anders,
wien beter konde zich JC aan bevelen,
als den waarachtigen, trouwen,
grootmagtigen G d?

Die zijn Vader,
en bond-G d is, en hem niet alleen bemint, als zijnen Zoon,
maar ook in den eeuwigen raad des vredes, zijne ziel ten schuld- en zoen-offer eischte,
en beloofde,
een wijd uitgebreid Rijk
uit alle volkeren
te geven.

In de eerste roep-klagte,
noemde hy G d, zijnen G d, om dat hy als Borg met zijns volks zonde beladen,
het eeuwig heilverbond tot zijn smeekgrond stelde: hier in het tweede geroep, noemt hy G d zijnen Vader,
om zijn onwrikbaar vertrouwen op zijn liefde te betuigen, nadien hy G ds eigen,
eenig- en eeuwig-geboren Zoon was, en daarom stierf,
om zijns Vaders genade-wil te doen,
en de gelovigen tot kinderen en erfgenamen G ds te maken,
gelijk JC zelf zeide:
ik ga tot mijnen Vader, en tot uwen vader,
tot mijn G d, en tot uwen G d.

OEMIRYAM
AMDAH VOCHIYAH MICHOETS LAKAVER WAYEHIE VIVKOTAH WATASJKEEF EL-TOCH HAKAVER;
WATEERE SJNEI MALACHIEM LEVOESJEI LEVANIEM YOSJVIEM BIMKOM ASJER-SAMOE SJAM ET-GOEFAT YEESJOEA ECHAD MERA'ASJOTAW WEACHAD MARGELOTAW;

WAYOMROE EELEIHA ISJAH LAMEH TIVKI
WATOMER ALEIHEM
KIE NASOE MIZEH ET-ADONIE WELO YADAETIE EIFOH HINYCHOEHOE;

WEYEHIE VEDABRAH ZOT WATEEFEN ACHAREIHA
WATEERE ET-YEESJOEA OMEED
WELO YADAH
KIE HOE YEESJOEA!

MIRYAM
STOND NOG BIJ HET GRAF EN HUILDE.
HUILEND BOOG ZE ZICH NAAR HET GRAF, EN DAAR ZAG ZE TWEE ENGELEN IN WITTE KLEREN ZITTEN,
EEN BIJ HET HOOFDEIND EN EEN BIJ HET VOETENEIND VAN DE PLEK
WAAR HET LICHAAM VAN YEHOSJOEA HAD GELEGEN.

WAAROM HUIL JE?

VROEGEN ZE HAAR.
ZE ZEI:
ZE HEBBEN MIJN HEER WEGGEHAALD EN IK WEET NIET
WAAR ZE HEM NAARTOE GEBRACHT HEBBEN!


NA DEZE WOORDEN KEEK ZE OM
EN ZAG ZE YESJOEA STAAN,
MAAR ZE WIST NIET
DAT HET YESJOE WAS.

{YOH 20:11}

29 apr 2009 - bewerkt op 30 apr 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende