Daarom
heette het
vroeger ook wel
onder de wat meer reformatorische
gereformeerde/hervormde protestanten
{voorheen 'ketters'}:
"De mensch wikt Doch God beschikt!"?
Voor de Roomschen
heette dat bijna 2000 jaar lang 'deo volente'
& voor de moslims al meer dan 1000 jaar 'insjallah'!
Niets doet zoozeer gelooven aan de mogelijkheid van het onmogelijke
als de liefde.
"Den dag goed begonnen, Is veel gewonnen.
Doet wat gij moet, En
doet het
goed."
~@~En
vooral ook:
'verkondig wat gij
gelooft, voelt en denkt,
Doch wel zoo, opdat het niemand krenkt'!
Eene aangename huisvrouw houdt de eer vast, gelijk de geweldigen den rijkdom vasthouden.
Aan de droomen der jeugd te gelooven, kan geen kwaad, als de werklust er maar is om te verwezenlijken.
Jong gespaard en vergaard, Oud geworden, voor armoe bewaard.
Eert den ouderdom; gij blijft zelf niet altijd jong; wat gij zijt, waren ook zij eens, en gij wordt, wat zij zijn.
De weg der onafhankelijkheid is geplaveid met wat gij hebt gespaard:
wanneer het water stille staat, Wanneer de mensche ledig gaat,
Wanneer het ijzer rusten moet, Niet
EEN
van drieen blijft er goed.
Die verstandeloos is, veracht zijn naaste,
maar een man van groot verstand zwijgt stil!
Wat gij iemand niet in het gezicht durft zeggen, zeg dat ook niet achter zijn rug.
Denk niet aan het verleden en ook niet teveel aan de toekomst; aanvaardt het heden en waardeer het.
De liefde begrijpt alles, gevoelt alles, vergeeft alles.
En arbeid behoedt ons tegen drie doodelijke vijanden: verveling, gebrek en ziekte.
Twist met een mensch niet zonder oorzaak, zoo hij u geen jwaad gedaan heeft.
Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker.
Als gij het karakter en het gedrag van anderen onderzoekt en hen moet laken,
bedenk dan, dat er niemand is, wien niets kan worden verweten.
Hoeveel vriendschap, niet berustend op wederzijdsche achting, ware beter nooit gesloten.
Menschen en edelsteenen herkent men het beste, wanneer zij in de juiste belichting worden gesteld.
In afwachten en vertrouwen ligt dikwijls onze grootste kracht.
Vergeven is groeien in eigen hoogachting.
Overal is 't geluk te vinden,
maar men moet het
wel zoeken.
~@~
Kortom]/b]:
ik geloof
dat wijsheidsspreuken altijd
al de kern hebben gevormd
van alle religies, godsdiensten & filosofietjes.
Zoals: doe wel en zie niet om, doe een ander niet aan wat jij niet wilt dat ze jou aandoen of zelfs
behandel anderen zoals jijzelf behandeld zou willen worden?
De rest is bijzaak,
commentaar &
illustratie!
~@~
Als
mydimens op
tijd- & ruimtereis
kom je al die
dingen telkens weer tegen:
tussen 't mucho macho homobibonobogebeuren
& onze astronautische avonturen rondom de aarde
is & blijft 't 'n nogal zweverige toestand van slurpen & opgeslorpt worden?
De om z'n herdersstaf kronkelende geneeskrachtige slang van Asklepios & Mosjeh is daar
ook net zo'n soort van symbool van: je bijt telkens weer in je eigen staart, slobbert, snurkt & slijmt bij 't leven, staat zo nu en dan te beven, zet 't op 'n lopen en blijft hopen op de goede afloop!
En als je ook maar een van die onderdelen gaat 'vergoddelijken', 'verheerlijken', 'afzonderen' of buitensluiten kom je onherroepelijk in de knel!
Je moet maar doen wat je niet kunt laten,
weten wat je aan 't doen bent omdat
we nu eenmaal niet alle gevolgen
van tevoren kunnen overzien.
Waar 't om draait in al die
'wijsheidsspreuken' e.d.
is 't {her}vinden van
een balans: eigen
evenwicht & dus
ook met mate
'n echte mede~
deelzaamheid
met [alle]
'anderen'
...



