Simpeler en eenvoudiger kan ik het ook niet maken!



..
i
DE
ALLERBESTE MANIER
OM TE KUNNEN OVERLEVEN
IS OP DIE OEROUDE "RONDZWERVENDE
HAPSNAPTOER": JE ONTWAAKT, EET & DRINKT WAT,
BEGEEFT JE TER ARBEID & KEERT WEER
HUISWAARTS NA 'T VERRICHTEN
VAN JE BEHOEFTEN.

ZOUDEN WY
MET DEN OUDEN KERKLEERAAR, AUGUSTIJN,
NIET ZEGGEN MOGEN: WAAR ZAAGT GY, O MOORDENAAR,
DEN TROON, WAAR DE CHERUBINEN, WAAR DE HEMELSCHE HEIRSCHAAREN,
WAAR KROON, RIJKSTAF, PRAALGEWAAD, DAT GY YEHOSJOEA KONING NOEMT?

JE MOET DUS WEL
DOOR DE BUITENKANT HEEN LEREN KIJKEN,
ANDERS BLIJF JE ALLEEN MAAR
NET ALS DE ANDERE PLANTEN & DIEREN
'RONDSUKKELEN'!

Ziet gy een andere kroon,
als doornen? Een andere scepter, als nagelen? Een ander vorsten-kleed,
als bloed? Een anderen troon, als 't kruis? Wat ziet gy dan hier koninklijks? Uiterlijk, 't is waar,
is 'er niets minder, maar het oog des geloof dringt door,
en ziet den onzienlijken.

Te vergeefs
word "G d" noit gezocht, maar die tot hem komen, moeten geloven, dat hy is,
zo als hy zich in 't beloftewoord openbaart, en een beloner der geenen,
die hem [haar] zoeken.

Dat ondervind deeze boetling.
Want nauwlijks is zijne smeekbede geeindigd, of Yesjoea beantwoord die volgunstig, en zegt tot hem:
"Voorwaar zeg ik u, heden zult gy met my
in 't paradijs zijn!
"


Yesjoe verhoort niet alleen maar zijn gebied, maar belooft hem meer, dan hy denken, en bidden durft.

Hy smeekt om
GEDACHT
te mogen werden, en hy verkrijgt de toezegginge van de volzalige heerlijkheid:
want dat betekent 't woord
PARADIJS,
dat van de Perzen ontleend is,
en eenen [ommuurde]
LUSTHOF
betekent,
daar alle de vijf zinnen gestreelt en verkwikt worden door bekoorlijke schaduwen, vruchtrijke boomen, welriekende bloemen en kruiden, ruischende beekjes, zingende vogelkens,
en allerhande vermaaklijkheden. In zulk een paradijs was de eerste mensch gesteld, en genoot daar,
dat alle de zinlijke en zienlijke bekoorlijkheden verre te boven gaat,
"G DS
zielverheugende
GEMEENSCHAP
"
,
zo lang hy in den staat der regtheid bleef;
maar wierd daar uitgedreven, zo haast hy der verleidende slang gehoor gaf.

Onder dat zin- en voorbeeld, komt de derde of hoogste hemel, en staat der eeuwige gelukzaligheid voor.

Alle overeenkomsten op te halen, is buiten onz bestek: vijf mydiverhaaltjes per dag reiken daartoe niet?!

Dit alleen zullen wy 'er van zeggen: de lusthof, Eden, was door den eersten Adam gesloten,
en ontoeganklijk geworden. Christus {die messias/masjiach/gezalfde priester/koning, verlosser/bevrijder}
is al de tweede Adam, 'stelt het paradijs weder open, en geeft den gelovigen vrijen toegang tot G d'!

In den lusthof stond de boom des levens; in den hemel is mosjiach, de boom des eeuwigen levens.

In 't paradijs waren vier kristalle stroomen; in den hemele zijn de verkwiklijke beeken der wellusten,
en de stroomen des levenden waters, die zich in de vier weereld-gewesten verspreiden.

Een engel met vlam-vuuren,
dreef Adam van 't genot des levensbooms:
maar de engel des verbonds, g ds wraakvuur door zijn kruisbloed uitblusschende,
geeft ons weder recht om te eten
van den boom des levens,
die in 't midden
van 't paradijs g ds
staat.

Niet zonder reden
belooft dan de stervende JC,
den stervenden en gelovigen moordenaar het paradijs,
en volgenot van alle engelvreugd,
en gelukzaligheden.

Dichterlijke taal!

Maar nadien iemant, die aanstonds geeft, dubheid geeft, gelijk de Ouden zeggen; zal ook JC aanstonds
de heilbelofte vervullen, en zegt:
HEDEN
,
zo haast uwe ziel het licchaam verlaten, en die wonderknoop door den dood breken zal,
zult gy met my in 't paradijs zijn.

HEUGLIJKE VERWISSELING! ONBEGRIJPLIJKE SCHREDEN!
van 't kruis in 't paradijs, van den dood in 't leven over te gaan.
Maar ontzenuwt Romen deeze troost-spreuk niet, om een verdicht vagevuur te vinden, daar de hemel geopent word?
HEDEN,
zeggen de vagevuur-gezinden, moet gevoegt worden by,
IK ZEG U,
niet, by,
IN 'T PARADIJS ZIJN.

Maar wie hoorde dit iemant betuigen, dat hy op deezen dag, niet gisteren of morgen sprak?

Zoud de moordenaar aan den tijd getwijfelt hebben, wanneer JC hem die belofte deed?

Of moest hy bewust zijn van de spoedige verlossing, en overgang tot het volheerlijk hemelleven?

Moest hy verzekerd zijn, dat hy dit gadeloos, en oppergeluk aanstonds, en met de ziele van Yehosjoea,
die
NU,
als hoogepriester,
in 't hemelsch heiligdom ging treden met zijn eigen bloed, en zijne ziel,
die hy tot een schyldoffer moest stellen, zijnen Vader ging vertonen: dat Yesjoea, zeg ik, op dien grooten zoendag, de kracht zijns kruisdoods aan den moordenaar beweze, en nu, door lijden volmaakt, hem in de heerlijkheid inleidde?

Konde hy beter voorspraak hebben by g d,
dan 's heilands ziel en bloed?

Konde hy volmaakter reisgezel naar de volzalige eeuwigheid hebben,
dan Yesjoe?

Kortom:
Het Verhaal
gaat over ons!
It's all in
the mind
...
engel
14 apr 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende