rotmydi {zo nu en dan}

'T is waar, dat in de 12. geloof stukken onzer Christelijke belijdenisse, zo als wy die hedendaags hebben,
die twee verhooging-trappen onderscheiden zijn, maar behalven datze ouds tijds voor een genomen, en als in eenen adem uitgesproken wierden, vind men, dat de H.Schrijvers des N.T. als onverschillende, dan eens zeggen: HY IS OPGENOMEN, HY IS OP- EN HEENEN-GEVAREN, EN HY IS GEZETEN AAN DE RECHTERHAND
DER MAJESTEIT IN DE HOOGSTE HEMELEN.

Ook is het een onafscheidlijk aan het ander verknocht. Want J.C. voer niet ten hemel, gelijk HENOCH of ELYA, of de zielen der gelovigen tot "G d" wederkeren, die de zelve gegeven of geschapen heeft, maar om als KONING TE HEERSCHEN, gelijk Paulus uitdruklijk die spreekwijze des Vaders tot den Zoon: ZIT AAN
MIJN RECHTERHAND, uitlegt door deeze krachtige woorden: HY MOET ALS KONING HEERSCHEN.

Zo sprak ook JC van IN ZIJNE HEERLIJKHEID IN TE GAAN.

Niemant kan twijfelen, of dat ingaan is door de hemelen, in de hoogste heerlijkheid over gaan; en is gelijk-luidende, MET TOT DEN VADER TE GAAN. Waarom de H.Euangelist Markus dit beide, als onafscheidlijk t'zamenvoegt: DE HEERE IS OPGENOMEN IN DEN HEMEL, &IS GEZETEN AAN DE RECHTERHAND G DS. Daar toe voer hy op; niet om in de zon- of zonne-hemel, zijn licchaam af te leggen, en achter te laten, gelijk de aaloude Dwaalgeesten APELLITEN, MAICHEEN, en anderen, uit een wanbesef van den 19 Psalm, en die woorden: HY HEEFT IN DE ZELVE EENE TENTE GESTELT VOOR DE ZON, meenden.

Waarom ook Augustinus van de laatst-gemelde zegt: zy hebben Godlooslijk gewilt, dat die zichtbaare zon, die men door de oogen des licchaams aanschouwt, en zelfs van de onredelijke dieren gezien KAN WORDEN, DE HEERE JC ZY: maar wat toch zoud het licchaam des Heeren in de zon, of zonnekring doen?

Of is dat het HUIS des Vaders? Is dat de TROON G ds?

Ik sta gaarne toe, dat de zon, en haar glantsrijke schittering, een der voortreflijkste en hoognoodigste schepselen is, waar in G d, als eene heerlijke schaduwe van zijn oneindig licht, gestelt hebbe. Waarom zommige Wijsgeeren, die Schepper en schepsel niet wisten te onderscheiden, dezelve zo hoog achten, datze zeiden GESCHAAPEN TE ZIJN, OM DE ZON T'AANSCHOUWEN.

Maar dit kan niemant toestaan, dat het licchaam des heilands, dat verheerlijkt is, dat onz sterflijk licchaam moet gelijkvormig worden, en waar in hy, als Opperrichter zichtbaarlijk ten jongsten dage wederkeren zal, om te oordeelen de levenden en de dooden, dat zeg ik, dit verheerlijkt licchaam in de lucht, in de zon, of elders dan in den hoogsten hemel gebleven zy.

Wil men dan hemelvaart, en zitten ter rechterhand onderscheiden? Gelijk het onderscheiden word: men begrijpe de HEMELVAART als den WEG, dien hy hield, en houden moest, om van de aarde in de eindelooze heerlijkheid in te gaan; en het ZITTEN TER RECHTERHAND DER OPPERMAJESTEIT, als de rustplaats van zijnen atbeid, en hoogen troon, dien hy beklimmen moest.

Daarom zegt de H.Apostel, DAT HY HOOGER IS GEWORDEN DAN DE HEMELEN.

Dat is, dat hy niet alleen in- en door-trok door alle de hemelboogen, en al wat hemel genaamt word, maar ook op zijnen TROON steeg, en dus HOOGER was, dan alle de hemelen, die hem als tot eenen TROON strekten. Gelijk een grootmagtig Vorst, die op zijnen TROON zit, en omringd is met ontzachlijkheid
en verbazende grootmagtigheid.

Dus zouden wy hier JC mogen aanmerken, als OPPERLEERAAR gezeten in den hemel, om ons van daar zijnen heiligen, en zielverlichtenden Geest te zenden. Gelijk hy ook daar van zo doorluchtige blijken gaf, op 't heerlijk PINKSTER-FEEST.


Wat mij betreft

is dit allemaal symbolisch

hemelfietsen uit onkunde, bijgelovigheid & letterlijk nemen wat

verbeeldend, illustratief & fantastisch zinnebeeldig bedoeld is door talloze dichterlijke geesten gedurende
duizenden eeuwen overal ter wereld: het is en blijft verpakking, omhulsel, versiersel & bijzaak.

Waar het in werkelijkheid vooral om gaat is geestelijke menselijke ontwikkeling die steunt op inzicht en begrip, fantastisch creatief vermogen tot het hanteren van droombeelden en visioenen, maar in feite nu
dus vooral neerkomt op 'met mate leren leven', nededeelzaamheid, barmhartigheid, genade & liefde van
mens tot mens, van mensen tot planten en dieren en al wat de natuur voorbrengt, inclusief onszelf: dat noemden we 'g d'. Die chemische & elektro-magnetische natuurverschijnselen produceerden al onze cul-turen & variaties in talen & tekens, symbolen & begrippen, constructies & menselijker aanpassingen.

De mensen van ooit gaven hun visie op dit alles in de taal en naar het begrip van die tijd: ze hadden dus
gelijk wa betreft 't innerlijk leven van mensen, onze schuldgevoelens, complexen, trauma's & gekheid ...

Wij kunnen nu door hun 'verpakkingen' heenkijken om die inhoud te ontwaren & te verwoorden in de taal
en symboliek van onze eigen tijd & plaats: zoiets is aan verandering onderhevig & past zich aan naarmate
we meer ontdekken omtrent onszelf en elk ander.

Dat
is wat
ons leven interessant,
boeiend, creatief, levendig &
zinvol kan
maken.

Met
dank aan
onze verre &
nabije voorouders,
kinderen &
elkaar.

Dat
is de
inhoud van
dat 'drieletterwoordje'
"G D"
...
engel
Op
hope &
dope van "JC's"
zegen
...
blozen
Anders
& Gelukkig
LEVEN?
knipoog
17 dec 2009 - bewerkt op 17 dec 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende