HET begraven IN & OM de Oude Kerk
-IN de derde eeuw na Christus
is de gewoonte ontstaan om in kerken te worden begraven.
OP plaatsen waar heiligen waren begraven werd vaak een kerk gebouwd.
HET altaar kwam dan recht boven het graf van de heilige te staan
en men wilde daar zo dicht mogelijk bij begraven worden.
ZO ontstond de gewoonte om doden in de kerk te begraven.
LATER werden ook doden begraven in kerken waar geen heiligen
waren begraven.
-
NATUURLIJK
kon toen niet iedereen in de kerk worden begraven,
je moest toch wel een 'vooraanstaande' persoon zijn:
vorsten, kasteelheren, notabelen en hoge geestelijken
kregen een laatste rustplaats in de kerk.
HOE dichter bij het altaar begraven,
hoe duurder het was.
UITERAARD was DIT dus alleen voor de rijken
weggelegd.
-
GEWONE mensen:
de boeren, burgers en buitenlui,
werden meestal BUITEN de kerk begraven in een tuin {=hof} van de kerk:
op het kerkhof!
IN de kerk werden zerken van inscripties voorzien,
de naam voluit zichtbaar.
Je moest toch laten ZIEN dat je geld had?
OP het kerkhof werd eerst nog anoniem begraven,
later werd de gewoonte van een zerk OOK op het kerkhof overgenomen.
UITERAARD in een eenvoudiger vorm:
een steen, houten kruis of
een paaltje met
een naam ...
-
HET BEGRAVEN in de kerk
mocht dan wel een functie hebben,
het is eigenlijk een VREEMDE gewoonte!
WANNEER er een begrafenis was moest telkens de vloer van de kerk
worden opengebroken.
ER werd dan een gat gegraven waar de dode ingelegd werd
en daarna werd de kist met aarde afgedekt.
DAAR waren wel voorschriften voor,
maar die lapte men op het laatst aan de laars.
ER kwam te weinig aarde op de kist,
er was te weinig tussenruimte en men groef niet diep genoeg
of ruimde de oude graven te SNEL!
JE kunt je dus wel voorstellen dat de atmosfeer in de kerk
{met al die 'rijke stinkerds'} op het laatst
niet erg fris meer was?
-
CURIEUS
is het gegeven
dat het mogelijk was om tijdens de kerkdienst te begraven ...
HET tijdstip waarop de dode kon worden begraven hing af van het bedrag
dat de nabestaanden daaraan wensten te besteden!
BEGRAVEN tijdens de dienst was uiteraard heel wat duurder dan ervoor
of erna en was dus het toppunt van 'deftigheid'?
EEN DERGELIJK begrafenis tijdens de dienst gaf natuurlijk
veel {stank}overlast en hier komt dus overigens ook de uitdrukking:
'rijke stinkerd'
vandaan ...
-
MEN begon
te beseffen dat ZO'N kerk,
met doden in allerlei stadia van ontbinding,
een onbetamelijk ongezonde omgeving was!
KANS op besmetting en epidemieen waren reeel aanwezig,
vooral bij het openen
van de graven?
-
EIND achttiende eeuw,
begin negentiende, werd het begraven in de kerk
dan ook verboden en werden de doden alleen nog maar begraven
op begraafplaatsen.
-
GEMEENTEN
met meer dan 1000 inwoners werden in 1829 verplicht
om BUITEN de bebouwde kom een begraafplaats
aan te leggen.
-
OOK in
'onze' Oude Kerk
moet het ongeveer ZO 'in den beginne' zijn gegaan?
LATER werd daarom BUITEN de kerk een kerkhof aangelegd.
BINNEN het ommuurde kerkhof werden de gewone burgers begraven.
De Ermelosche Oude Kerk lag aan de doorgaande route van de
Zuyderzeestraatweg.
-
TOEN deze
in 1830 werd verhard
moest het oude kerkhof 'dus' worden ontruimd?
HET is zelfs niet helemaal ondenkbaar dat voor deze weg
de oude zerken als onderlaag zijn gebruikt!
DIT is waarschijnlijk ook een van de redenen dat van dit kerkhof
niets bewaard is gebleven.
-
HET kerkhof van de Oude Kerk
was vroeger door een muur omringd.
DIE muur diende om het loslopende vee van het kerkhof te weren.
In 1829 werd aan de Putterweg een nieuwe begraafplaats
aangelegd.
-
IN DIE TIJD
was het nog de gewoonte dat de kerk geld kreeg van de gemeente
voor het begraven van de doden, het houden van de dienst
en het onderhoud.
TOEN de begraafplaatsen buiten de bebouwde kom moesten worden aan-gelegd had dit dus consequenties voor de financien van de kerk.
DE gemeente betaalde daarom een schadeloosstelling
aan de kerk wanneer de begraafplaats aan de Putterweg
werd aangelegd.
-
TIJDENS
de restauratie
van de O.K. in 1970
kwam er in een nis een steen tevoorschijn.
DE grafsteen van ds.Wimarus Stypelius.
TWEE andere grafstenen stonden tegen de muur.
BIJ deze restauratie zijn alle drie grafstenen
in de vloer van het koor
gelegd!
-
DE kleine grafsteen
is van ds.Wimarus Stypelius, overleden in 1604.
HIJ was de tweede predikant van Ermelo.
ZIJN herkomst en familierelaties zijn vooralsnog onbekend.
Hij werd in 1599 predikant en overleed hier
op 7 september 1604.
-
ER ZIJN
niet meer grafstenen in deze oude kerk ontdekt.
NAVRAAG bij oudere Ermeloers leert dat er WEL meerdere zijn geweest.
WAARSCHIJNLIJK zijn ze geruimd bij een eerdere restauratie en werden ze,
het waren nogal zware stenen, gebruikt als vloer of aanleg van wegen.
DE drie zerken, die NU nog in de O.K. aanwezig zijn,
zijn de oudste grafzerken
in de gemeente Ermelo.-
EEN BEWIJS
dat er meer mensen begraven zijn geweest
blijkt uit het volgende archiefstuk:
de negende predikant van Ermelo,
ds.Johannes van Elfrinkhoff {1757-1806},
heeft 49 jaren de gemeente van Ermelo trouw gediend.
HIJ overleed op 14 juni 1810, vier jaar na zijn emeritaat.
ZIJN dochter, Catrina van Elfrinkhoff, geboren 8 en gedoopt op 15 februari
1778 is op 28-jarige leeftijd in Ermelo overleden op 21 october 1806 &
op 27 oct. d.o.v. in de Oude Kerk begraven "doch niet geluid".
EN Willem van Elfrinkhoff, geb. 17 nov., gedoopt 21 nov. 1779;
Medisch Student te Harderwijk 13 sept. 1799,
doch op 19 jan. 1800 op 20-jarige leeftijd overleden
en 25 jan. 1800 in het koor van de O.K. te Ermelo
begraven.
BRON:
Uit:
"Begraafplaatsen in de gemeente Ermelo"
van Gert Hofsink
[in de zomer uitkomend!].
"Bijlage Ermelo 1150 jaar v/h Ermelo's Weekblad"
(eenmalig verschenen
d.d. 27 apr. 2005).
{Tekst: Willem Paulus,
Grietje-Akke de Haas,
Gert Hofsink.}
