IN
DE SYMBOLIEK
VAN TWEEDUIZEND JAAR
GELEDEN WERD DUS BLIJKBAAR
YEHOSJOEA {door zijn leerlingen & volgelingen}
GEZIEN ALS VERVANGER VOOR OFFERS IN DE TEMPEL:
HIJ WERD DE PLAATSBEKLEDER VAN G D DIE NIET [meer] OP DE TEMPELRITUELEN LETTE
MAAR ALLEEN NOG MAAR OP HART & ZIEL/DAAD VAN ZIJN MENSEN:
"DIT
vermogt geen Priester
onder de wet!"
Geen wonder, alle zijn offerdiensten konden de zonden niet wegnemen, noch G d verzoenen.
Den Masjiach/Verlosser alleen was dit eigen, die, als hy met vreugde-olie, dat is,
met den Heiligen Geest, gezalfd zoude zijn, dien Geest ook zijn volk, en voor al zijnen Apostelen,
die zijn Mond tot allen volkeren zouden zijn, moest toedeelen.
Die Geest zoud een Geest der genade, en der uitbrandinge wezen,
en de zielen bekeeren.
En hoe konde Yesjoea krachtiger blijken geven,
dat hy de waare Hoogepriester en G dverzoener was,
dan met dien Geest aan Petros, in dien uitersten nood te schenken, en niet te gedogen,
dat hy verloren ging dien hy tot eenen Apostel verkoren had?
Want behalven Yehoedah/Judas moest niemant der Apostelen verloren gaan.
Zoud ook Petrus tot inkeer gekomen, en bedroefd geweest zijn,
indien hy den verlochenden Yesjoe niet erkent had,
den waaren Zaligmaker en grooten Hoogenpriester te zijn?
Waarom blijft hy niet by zijne verlochening?
Waarom keert hy niet weder, na zo grooten val, tot het Joodendom, en Aharons Priesterschap,
en Tempel, en Tempel-dienst? Was 't niet, om dat hy nu gezond en zonder vrees oordelende,
Yehosjoea erkent, dien hy gezegt en gezworen had,
niet te kennen?
De naamen
betonen zijn berouw:
het berouw zijn misslag.
Maar welk is zijn misslag, zo Yesjoea de Zaligmaker, en waare Hoogepriester niet is?
Bestaat zijn misslag in 't verzaken der waarheid?
Zo moet waar zijn, dat Yesjoe de Masjiach,
en groote Hoogepriester zy.
ALLE GEBEURTENISSEN IN 'T NOT VINDEN HUN OORSPRONG IN HET OT: HET IS DE VERVULLING VIA YESJOE.
[Yesjayahoe 37 kan zo 700 jaar later een nieuw antwoord krijgen op de aantijgingen der heidenen:]
"Deze dag is er een van angst, straf en vernedering: het is als bij een geboorte waarbij de baarmoeder
ontsloten is maar de kracht om te baren ontbreekt. Maar misschien slaat de Eeuwige, jouw G d, acht op wat de ravsjakee gezegd heeft, die door zijn heer, de koning van Assyria, hierheen is gestuurd om de levende G d te honen, en misschien zal hij die belediging vergelden. Bid daarom voor degenen van ons volk die er nog over zijn!"
Yesjayahoe antwoordde hun:
"Zeg tegen jullie koning:
'Dit zegt de Eeuwige:Laat je niet ontmoedigen door de woorden waarmee de knechten van de koning van Assyria mij hebben bespot. Ik zal hem een geest sturen en hem een gerucht laten influisteren waardoor hij naar zijn eigen land terugkeert, en daar zal ik hem een gewelddadige dood laten sterven!'
En koning Sancheriev van Assyria liet via zijn gezanten aan koning Chizkiyahoe van Yehoedah weten:
"Laat u niet misleiden door de Eeuwige, uw God, in wie u uw vertrouwen hebt gesteld omdat hij u heeft toegezegd dat Yeroesjalayiem niet in handen zal vallen van de koning van Assyria.
U hebt toch zelf gehoord hoe de koningen van Assyria alle landen die ze binnenvielen vernietigd hebben.
Zou u dan gered worden? Gozan, Charan, Retsef en de inwoners van Eden in Telasar, die door mijn voor-ouders werden uitgeroeid, zijn toch ook niet door hun goden gered? En wat is er geworden van de koningen van de stad Sefaryayiem en van Hena & Iva??"
Toen Chizkiyahoe die brief gelezen had die de boden hem overhandigd hadden, ging hij naar de Tempel van de Eeuwige en legde de brief daar open voor hem neer. En hij bad tot de Eeuwige:
"Eeuwige Heer der machten & krachten, G d van Yisraeel, jij die op de engelen troont, jij alleen bent G d van alle koninkrijken op aarde, jij hebt de hemel en de aarde gemaakt. Leen mij zouw oor, Eeuwige, en luister, open jouw ogen en zie toe. Hoor met welke woorden Sancheriev de levende G d hoont. Het is waar,
Eeuwige, de koningen van Assyria hebben alle landen verwoest en hun goden aan het vuur prijsgegeven.
Dat waren dan ook geen goden, het waren slechts maaksels van mensenhanden, beelden van hout en steen, die ze vernietigd hebben. Ik vraag jou, Eeuwige, onze G d: red ons uit zijn handen, opdat alle koninkrijken op aarde zullen beseffen dat jij, Eeuwige, de enige bent!"
En Yesjayahoe geeft hem [namens G d] antwoord.
Men vlecht dus
als het ware bij wijze van spreken
[voelen/denken/vertellen], lezen & herschrijven een hele
wereld samen van betekenis waarin alles zin krijgt volgens die oorzaken en gevolgen
vanaf het allereerste begin tot en met de 'voleinding van de wereld':
zoals de natuurlijke wereld samenhang vertoont van plant,
dier, mens, opeenvolgende generaties, ieder en elk volgens hun aard,
zo ook scheppen de profeten in de naam van hun g d
een heel eigen binnen- & buitenwereld
van waaruit na [een paar] duizend jaar Yesjoea
tevoorschijn komt als vleselijke belichaming van de geestelijke g d
van hemel en aarde: de zoon van de vader
die uitleg geeft in gelijkenissen -
uitleg van de betekenis
van 't doen & laten van
mensenkinderen
...

Het
ingewikkelde is
zo eenvoudig geworden.
En mensen slagen er
in de volgende tweeduizend jaar weer in
om die eenvoudige
blijde boodschap weer ingewikkeld{er}
te maken zonder dat
't vuur van
de geest
uitdooft
...