Ergens weten de meesten van ons dit allang heel of half '(onder)bewust', maar voor nu is 't wel weer even genoeg om in te zien, dat 'DY' aan 't lijden van 't volk 'ballingschap/gevangenschap' zoiets als 'n zìn geeft? 't Is niet alleen 'n consequentie van 'n bepaald (wan)gedrag, maar 't is óók 'n wèg om tot vrede te komen voor àlle volken ...!
Ik wil je nu ook nog graag kennis laten maken met 'n groep geleerden in Babylonia, die in de periode v/d ballingschap die erfenis van de verhalen, overleveringen, liederen, spreuken, wetten en voorschriften v/d oude traditie heeft verzameld, geconserveerd & vóóràl ook: op 'n nieuwe wijze heeft bewerkt!
't Waren hoofdzakelijk priesters, die de oude boeken hadden meegenomen onderweg naar Babylon & misschien ook nog enkele schrijvers van 't hof, die als chroniqueurs al die gebeurtenissen ten tijde van de koningen van Israël & Yehoedah hebben bijgehouden. Men vat ze meestal samen onder de naam: deute-ronomistische school!
Rav Reesj nam me mee naar 'n huisje ergens in 'n dorpje @ Babylonia, waar veel joodse ballingen allang bleken te wonen.
Zorgvuldig koos hij zijn weg, totdat we bij 'n ietwat groter gebouw aankwamen. 't Was op 'n zaterdag, de dag die de traditionele Joodse bevolking was gaan vieren als 'n rustdag: sjabbat (de zevende dag)!
Op die dag kwamen talloze ballingen bij elkaar om zich te kunnen verdiepen in al die oeroude tradities: ze lazen voor uit de oude boeken die ze meegenomen & ze zongen de Psalmen, die menig-een nog uit 't blote en/of bedekte hoofd kende, en ze baden samen de oude gebeden.
Die ontmoetingsplaatsen werden later ook wel de leerhuizen, gebedshuizen of 'synagogen' genoemd. Op die bewuste dag maakten we 't slot mee van 'n dienst & na afloop nam rabbi Reesj me mee naar 'n vertrekje achter de eigenlijke gebedsplaats. Daar zat 'n handjevol mannen te mediteren over de oude teksten ...
~~~~~~
'Door de week,' zo vertelde mijn begeleider, kwamen in deze ruimte af en toe mannen uit de oude priesterfamilies bij elkaar. Ze inspec-teerden de oude boekrollen die in de kasten {de "ark" noemden ze die kasten!} bewaard werden.
En ze keken voortdurend uit of er nog niet meer mensen in Babylonië waren die oude geschriften onder hun hoede hadden genomen. Ze nodigden ze uit om die bij hèn in te le-veren, zodat ze die voor de ondergang konden blijven behoeden. Maar die mannen deden nòg méér: ze verzamelden en conserveerden die oude geschriften niet alleen; ze begonnen ook aan 't zeer uitgebreide werk van het systematisch te boek stellen van de geschiedenis van het volk dat nu in ballingschap leefde. En daarvoor maakten ze uiteraard uitgebreid gebruik van de oude teksten die ze hadden mee-gebracht, maar ook van materiaal dat mensen zich nog konden herinneren!
Of liever gezegd: ze namen alle oude teksten die ze kenden & alle verhalen die ze hoorden op in hun nieuwe allesomvattende verhaal!
Die oude teksten bestonden uit talloze herinneringen, verhalen, overleveringen, gebeden & liederen, maar ook uit oeroude verzamelingen van koningsannalen, priesterlijke voorschriften & algemene wet-ten uit de verschillende streken van het gebied waar het volk had gewoond. 'n Zeer bonte verzameling van materiaal, dat zo opgenomen werd in't omvattende overzicht, dat ze bezig waren te maken. En zó ontstond datgene wat jullie later 't deuteronomisch geschiedwerk zijn gaan noemen. 'n Belangrijk onderdeel van dat geschiedwerk is vooral ook de eerste bundel van TeNaCh, of 't OT: de Thorah.
Maar ook 'n deel v/d Neviiem, of de profetische geschriften, waarvan jij intussen alweer heel wat schrijvers hebt geïnterviewd, zijn door déze geleerde Heren verzameld & geredigeerd!' Ik keek m'n ogen uit en bewonderde de accurate en nauwgezette wijze waarop men al dit divers materiaal had bijeengebracht, geordend en aan het bewerken was!
Rav Reesj stelde me voor aan 'n paar leidslieden van deze groep: vooral met een van de leden van deze groep, rabbi Dalet, had ik een heel goed gesprek en ik beloofde hem, dat ik spoedig terug zou komen om het resultaat van het werk van deze erg enthousiaste & nijvere groep te zien en misschien ook daarover ooit nog eens wat te schrijven als ik daartoe in de gelegenheid zou zijn.
