Q168 Avraham antwoordde dan ook meteen en zei:
"DAT ZWEER IK!"
Ze vielen elkander in de armen
en bezwoeren elkaar hun eeuwige trouw vriendschap,
maar tijdens de gezamenlijke maaltijd die daarop volgde zei Avraham tegen Avimelech:
"'t Spijt me dat ik u ermee moet lastigvallen, maar uw knechten hebben zich in Filistea 'n water-
put toegeëigend die ik heb laten graven!"
Ik hield m'n adem in,
want ik wist niet zeker òf je een KÓNING zomaar recht in z'n gezicht
een verwijt mocht of kòn maken?
Maar deze koning keek Avraham
hulpeloos aan & stamelde: 'Ik weet niet wie dat gedaan heeft:
u hebt me hier nog nooit iets over gezegd en ik hoor er nú híer
voor 't éérst van!'
Dìt was het effect dat mijn vader had op de groten der aarde:
hij zei wat hij op zijn hart had èn vréésde níemand, waardoor hij verder kon uitgroeien tot 'n màn van Gezàg,
óók i/d ogen van mensen die zèlden tegengesproken werden
& NIET gewènd waren aan kritiek.
Avimelech gàf ònmìddellijk bevel
om Avrahams waterput aan hem terug te geven en daarmee bevestigde hij dat het verbond dat ze met elkander gesloten hadden níet tot éénzijdige ònderwèrping, maar juist tot wederzijdse verplìchtingen kon gaan
& blijven leiden?!
WÍE
zou er nou níet zó'n indrukwekkende man als z'n EIGEN vader
willen hebben?
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende