Q167b naar de filistijnen, koolmezen & konijnen ~~
WÀT
bewoog 'n
Filistijnse koning om
búiten de grènzen van zíjn Lànd mijn váder te bezoeken?
DÌT: mijn vaders BEZÌTTINGEN IN VEE & slaven groeiden mèt het jáár!
Wíj staken regelmatig de grens ÓVER èn líeten ons véé grázen op Filistijns Gebied,
ook omdat we ons ìn Filistea véiliger VÓELDEN DÀN @ Kana'an?! Die Filistíjnen waren aanvankelijk vóóràl óók
'n zéévolk dat lééfde van de HÀNDEL, we zaten hèn met ònze kuddes
dus nog maar nauwelijks in de wèg!?
De koning zàg òns
met tóenémende wèlwìllendheid zíjn Lànd begrázen
mede omdat we ons GÈLD úitgaven in zíjn steden, maar het vòlk
dat Avraham méébracht WÈRD zó òmvàngrijk dàt het in sòmmige gebíeden al in de meerderheid was?
De koning wilde zich dááròm verzékeren vàn
Abrahams loyaliteit áán 't filistijnse koninkrijk, dat wil zeggen: déze KÓNING wìlde zéker WÉTEN dàt hij zich zou blijven houden aan de Wètten vàn Hèt Lànd! Nadat de koning & m'n vader beleefdheden uitgewisseld hadden,
sprak de koning als volgt:
'DE GÓDEN BLÍJKEN Ú TERZÍJDE TE STAAN
BIJ ÀLLES WAT Ú ONDERNÉÉMT? ZWÉÉR MIJ DAAROM BIJ DE GODEN,
HÍER OP DEZE PLAATS, DÀT U MÍJ, MIJN KINDEREN ÈN MIJN KLEINKINDEREN & VOLGENDE KINDSKINDEREN NÓÓIT BEDRÌEGEN ZÙLT, MAAR DÀT Ú MÍJ ÈN HÈT LÀND ALWAAR U NU AL ZOLANG GASTVRIJHEID GENIET,
ÉVENVÉÉL LOYALITEIT ZÙLT BLÍJVEN BETÓNEN ALS U VAN MÍJ
REEDS ONDERVONDEN
HEBT!'
Ik kon
als 10-jarige jongen al begrijpen
dat dìt 'n rédelijk verzoek was: wanneer je gastvrijheid geniet,
DÀN màg JÍJ jouw gastheer níet zomaar bedriegen èn ìs het dùs vanzelfsprekend
dàt je je ook blijft houden aan de regels
van zíjn Húis?!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende