gemeld van kleine hechte groeperingen van geestverwanten die CHAVARÀ ('gabbers'

werden genoemd & waarvan gewoonlijk wordt aan-genomen dat zij in hun geloofspraktijk de farizeïsche leidraad volgden. Òf al deze 'broederschappen' echt 'n exclusief farizeïsch fenomeen waren blijft onduidelijk, maar aangezien deze organisatievorm niet alleen populair was in joodse kringen maar ook in de rest v/d bewoon-de wereld uit de Oudheid, is het niet onredelijk om te veronderstellen dat er tussen sommige van deze genootschappen aanzienlijke ver-schillen van opvatting hebben bestaan!
't Is hier van belang om erop te wijzen dat verscheidene van de REGEL-handschriften uit Qumran, zoals de Regel van de Gemeenschap, gemakkelijk te beschouwen zijn als samenstellingen die in het milieu van zulke kleine & fanatieke broederschappen werden geschreven om hen tot leidraad te dienen. Dot zou betekenen dat we de oorsprong van De Gemeenschap der Velen - wie dat dan ook precies wel of niet waren - moeten zoeken onder één van déze CHAVARÀ-groepen?
In vrijwel èlk aspect van hun leven stonden de Farizeeën (peroesjiem) haast lijnrecht tegenóver de Sadduceeën (tsaddoekiem)!? Hoewel ze numeriek gezien niet zoveel voorstelden - vlg. Josephus waren er in zíjn tijd circa 6000 - waren ze populair & genoten ze veel respect onder 't gewone volk, want de Farizeeën behoorden zèlf óók tot de midden- & lagere standen i/d samenleving. En 't schijnt bovendien dat ze deze populariteit dikwijls hebben benut om de Sadduceeën tot bepaalde concessies te dwingen, in de richting van 'n strenger naleving van de verschillende aspecten v/d religieuze Wet ...
De Farizeeën stonden echter niet vijandig tegenover de clerus als zodanig, want sommige Farizeeën waren zelf óók priester uit de lagere echelons. Ànders dan de Sadduceeën waren de Farizeeën echter nauwelijks of helemaal niet gehelleniseerd, reden waarom zij werden ge-zien als de wáre beschermers v/d joodse nationale identiteit, die zo innig verbonden was met de ìnhoud v/d religieuze Wet.