de Egyptenaren van het Oude Rijk in verstarde houdingen, klein van stuk, tenger gebouwd, met donkere ogen & donker haar, de huid van de mannen diepbruin van kleur, die van de vrouwen lichtgeel! We zien hoe ze in de woestijn op een prooi jagen, hun vee slachten, met vogels bezig. Jongens & meisjes zijn aan 't touwtrekken. In 't graf van 'n geneesheer vinden we 'n afbeelding van jongelui die wor-den besneden. Er zijn geen afbeeldingen die individueel gebed laten zien van mensen die lager zijn dan de koning: er zijn ook geen beel-den van de goden in andere graven dan in piramiden. Alleen de god-koning heeft er toegang tot de wereld der goden. Anderen kunnen die wereld UITSLUITEND via hem betreden.
We zien boeren ploegen, besproeien, oogsten. De zwarte aarde is zó kostbaar dat ze daar geen wegen aanleggen: ze zeilen over de Nijl & over de kanalen. Reizen geschiedt per boot. Farao's & beelden van goden varen stroomopwaarts of stroomafwaarts, samen met edelen, districtsgouverneurs & schrijvers ~ & met de boeren die overal in 't land in de landbouwdorpen wonen.
Door de eeuwen heen bleven deze dorpen gevestigd op de terpen waarop ze in 't begin waren gebouwd; 't zou 'n verspilling zijn om ze elders te bouwen & de rijke aarde te vernietigen. Tegenwoordig liggen ze begraven onder minstens 'n millennium alluviaal slib. Egypti-sche huizen werden gebouwd met modder uit de Nijl, door hout gestut & met daksparren van palmstammen. De muren waren dun, vaak weelderig gekleurd, de ramen werden beschut door matwerk. De huizen van de rijken waren luchtiger van constructie, met veelmeer licht & frisse lucht; ze bevatten slaapkamers, badkamers, bediendenverblijven, gangen, eetzalen, keukens & voorraadkamers. Er waren bomen voor schaduw, bladplanten & goed onderhouden tuinen. De Egyptenaren hielden van bomen, parken & bloemen: de bomen waren de ver-trouwelingen van gelieven ...
Ik zou niet weten wat er mooier is dan zo nu & dan door al die plaatsen, tijden, culturen & 'vreemde streken' te reizen: vandaar myDi ...