De Grieken
roemden eenen hunner eerste Koningen,
KODROS,
die zich vrijwillig in 't midden der vyanden & tot eenen heerlijken dood begaf,
om dat hy van de verdichte Godspraaken was verstendigt,
dat zijn leger de zege bevechten zoud,
indien de Koning
zijn leven daar
voor opzetten
wilde!
Maar
wat is
eene tijdlijke overwinning
by deeze geestlijke van JC
waar door hel & Satan, & dood, & zonde,
& vloek, & al, wat den hemel ontoegankelijk maakte,
in overwinning of eeuwigheid
verslonden is?
Hoe verschriklijker die vyanden zijn,
hoe grooter die overwinning is, & de liefde des Heilands heerlijker doorstraalt.
Is hy gestorven, om te overwinnen? Hier verrijst hy, om te zegepralen: hier herleeft hy,
om 'n onsterflijk leven aan te nemen,
& de zijnen in de eeuwige
heerlijkheid te brengen.
Dit is de kroon,
waar mede de Vader hem bekroond heeft.
Dit is de puiknaam, die hem verheft boven alle naamen.
Dit is de praal-tijtel, dien hy op zijn praal-gewaad draagt:
KONING DER KONINGEN,
EN HEERE DES HEEREN.
Wat
vreest gy
dan klein kuddeke,
daar gy zo grootmagtigen
verdediger hebt?
Wat
schroomt gy,
wormke Ya'akovs,
daar gy zo heldhaftigen Koning
en Heirvorst
voor u
hebt?
Is
G d voor
ons, wie zal
tegen ons
zijn?
Hy
gebied zijne Engelen,
en die heirschaaren neder,
en alle de vyanden beven en vlieden,
en werden met doodschrik geslagen:
de stoutste zijn raad- en hand-loos:
de gewapende tsidderen: de
doldriftigste vallen, als
doden ter
aarde.
Wat
zoud ons
een mensch
doen?
Die
voor ons
zijn meerder, als die
tegen ons
zijn!
Een
Engel verbaast
de gantsche krijgsbende;
verijdelt de wijsheid van den bloedraad;
verbreekt het zegel der Jooden en Romeinen;
verwentelt den onhandelbaaren wentelsteen; verdrijft de onvertzaagde wacht,
en zet zich onverhinderd op den grafsteen,
tot bewijs, dat hy om dit graf uit
den hemel was nedergedaalt,
en Koning Yesjoe
ten dienste
stond
...
