passie, paashaas & joosje pek ...
'three levels of cyberspacial virtual satisfaction'
Erfenissen
geven problemen,
religieuze erfenissen doen dat al
helemaal!
Welke?
Dat kan ik laten zien
door onderscheid te maken
tussen drie verschillende niveaus waarop een en dezelfde erfenis
- het christelijk geloof - vandaag de mydidag
functioneert.
Met functioneren
bedoel ik dan de toepassing ervan, het gebruik.
Het niveau is zoveel als de context; een andere context
brengt een ander gebruik mee.
De drie niveaus dus,
duidelijk van elkaar te onderscheiden, zijn: het persoonlijke,
het kerkelijke en het publiek
maatschappelijke.
Op elk
van deze niveaus
vertoont de religie een ander gezicht, heeft ze een eigen betekenis,
functioneert ze anders, terwijl het toch nog steeds
dezelfde erfenis is.
Dat
verschillend funtioneren
is de weg van een historisch proces gevolgd.
De context of setting waarin de religie haar plaats had, veranderde:
de weg ging van openbaar publiek maatschappelijk
naar kerkelijk naar
persoonlijk.
In de laatste
droom vannacht
was ik eerst thuis en ik voelde me er ook thuis,
daarna in een soort van cyberspacial virtualgameshal gebouwd als een theater/bioscoop
waar vooral jonge mensen allerlei verschillende spelletjes speelden met elkaar
door knopjes in te drukken om hun fantasie te bevredigen
binnen de 'regels van het spel' dat zij
verkozen te spelen {?} en ik snapte er
geen bal van.
Eenmaal
weer buiten
was het donker geworden,
het motregende en ik wist niet meer zo snel de weg terug te vinden naar huis
in het grijze grauwe donkere en vochtige verkeer,
totdat ik in de verte een paar verlichte blauwe borden ontwaarde
met plaatsnamen en
bestemmingen.
Anyway,
laat ik eerst
in grote trekken proberen aan te geven
waarover ik het eigenlijk heb. De laatste droom blijft dus
voorlopig een droom: boeiend, interessant, kleurrijk & fijn,
beklemmend en fantastisch,
maar vooral ook erg
mysterieus.
De originele positie
van elke concrete religie is publiek.
In den beginne [als ik me zo mag uitdrukken]
dekken religie en samenleving elkaar,
voor samenleving kun je ook cultuur zeggen [als gedeelde opvattingen over 'wat er toe doet'].
Religie reikt even ver als de samenleving en omgekeerd: heel de gemeenschap, al haar doen en laten,
praktisch handelen zowel als nadenken over de dingen, het is alles religie.
Het is de tijd van de mythen die
het leven regelden ...
Eigenlijk
is dat nog te weinig:
mythen regelden niet het leven,
mythen stelden vast wat het leven is, wat orde is en welke geboden geldig zijn, en wat vooral ook
moet worden nagelaten,
enzovoorts.
En
dat alles
'van hoger hand',
vanwege
'goden en machten'
die 'het'
van
'den beginne'
ZO
'willen'.
Religie is van huis uit
net zo breed als de samenleving in al haar aspecten:
het verklaart de aspiraties van de gevestigde religies die wij kennen,
om heel het leven [het persoonlijke zowel als het gemeenschappelijk] onder haar beheer te houden.
Dat geldt allemaal ook voor de christelijke religie{s}, tot op de mydidag van vandaag,
maar dan met een merkwaardige inperking:
het christendom volgt die aspiraties via het instituut van de kerk,
de vorm waarin het zich in Europa presenteert,
en kerk wil juist NIET samenvallen
met wereld?
De naam alleen
zegt het eigenlijk al:
'kerk' stamt van het Griekse ek-klesia, wat zoveel zeggen wil als:
eruit geroepen worden,
UIT de wereld!
Daarmee
komen we fase twee binnen
die we hiervoor al zo hebben benoemd en aangeduid:
de fase van de christelijke religie in haar kerkse vorm{en}.
Die is niet toevallig ZO gegroeid: het christendom is geboren in een tijdperk waarin concurrentie tussen
gevestigde religies al een
vast gegeven was.
Er WAS al
niet meer EEN ongedeelde wereld,
en dus kun je ook niet meer [laat ik het voorzichtig zeggen:
niet meer zonder wat slagen om de arm] spreken van EEN geheel,
waarin religieuze orde en samenleving
elkaar compleet dekken.
De cultuur
was wijder dan het geloof
dat de christenheid introduceert:
onder DAT teken is de christelijke religie geboren ~
het geloof moet zich er als het ware
INVECHTEN!
Eenheid van religie en samenleving [cultuur]
is dus nooit HET startpunt van de christelijke religie geweest,
veeleer tweedeling:
HIER het 'christelijk geloof', en
DAAR de 'wereld waarin het zich' - een vreemde eend in de [heidense] bijt -
een plaatsje veroverde door zich te institutionaliseren
als kerk ...
Alleen binnen haar eigen muren,
binnen 'de kerk', houdt de christelijke religie aan het oude patroon van de mythe [religie reikt even ver als het leven] vast: de kerk beheert [en ordent] het dagelijks bestaan van haar leden.
Daarbuiten oefent ze die functie niet uit.
Aanvankelijk,
moet ik zeggen.
Wie de luiken van de Middeleeuwen opendoet
en binnenkijkt in de samenleving van toen,
zal ontdekken dat het de christelijke kerk aardig gelukt is - via welke dwang en manipulatie dan ook -
om het klassieke schema van de religieuze mythe terug te veroveren:
niet alleen maar het leven van de gelovigen,
maar HEEL de cultuur
kwam onder het beslag van
de kerk.
Het christelijk geloof
was niet meer een deel van het geheel,
maar het was het geheel 'zelve'.
Die tijd
is alweer voorbij,
de geloofswereld is een eigen wereld geworden naast de wereld van de cultuur.
De aspiraties zijn er nog wel: heel de cultuur dient geordend te zijn vanuit de christelijke religie,
het verlangen daarnaar laat de kerken en sekten
niet los.
Maar dat is op een illusie uitgelopen.
In plaats van zich te laten gezeggen door de erfenis,
zijn mensen met de erfenis aan de haal gegaan en hebben ze er,
ieder voor zich, het hunne
van gemaakt.
De passie voor de waarheid
maakte plaats voor de ware [persoonlijke] passie.
HK liet in de zeventiger jaren van de vorige eeuw al noteren
dat waarachtigheid niet opgeofferd mag worden
aan [kerkelijke] waarheid ...
We zijn op
de mydidag van vandaag een stap verder:
de echtheid van het geloof is HET criterium voor een waar geloof,
NIET de waarheid van wat als geloof
wordt uitgegeven.
DAT
is de derde fase,
hiervoor aangeduid met de publiek maatschappelijke.
Ik zal vast wel weer op deze historisch gang van zaken terug komen in allerlei eventueel volgende mydiverhaaltjes [zolang ik blijf leven en redelijk gezond ben].
De bedoeling van al dit 'tijdreizen' was om een niveauverval te tekenen,
een historische cascade van totaal [de hele cultuur] naar kerk [het eigen instituut]
naar persoon [de eigen passie als drie verschillende,
elkaat opvolgende contexten waarbinnen het
christelijk geloof
'ertoe doet'.
En DAT zal
naar ik nu aanneem
ook wel de betekenis zijn geweest van die allerlaatste droom:
de 'maatschappij' is 'de hel', de kerk 'het vagevuur' en mijn thuis 'het paradijs' als het ware ~
ik voel me thuis binnenin mezelf, het instituut is een poppenkast en de wereld ijskoud of bloedheet?
En het staat een ieder volkomen vrij om zijn of haar eigen interpretaties, verlangens
en afwijzingen of aannames bloot te leggen
en te 'verkondigen'.












~@~
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende