brave filosoof
aan de hand van een andere mythe,
namelijk die van Eros, over de liefde spreken,
& omdat het zo zeldzaam is, moet het worden benadrukt:
hij pretendeert deze leer te hebben ontvangen van een vrouw, Diotima.
Deze vrouw uit Mantinea heeft hem geleerd dat de liefde, aangezien ze geen 'g d' kan zijn,
in feite een daimon is, een middelaar
tussen goden & mensen.
Eros is eeuwig onvoldaan,
altijd in beweging, immer op zoek naar zijn object & ook aan het bedelen,
wat de mensen ertoe brengt te verlangen naar zulke uiteenlopende zaken
als rijkdom, gezondheid, eer, zintuiglijk genot etceterara.
Maar uiteindelijk verlangen ze bovendien naar onsterfelijkheid:
daarom maken we kinderen òf een oeuvre, of 't nu gaat om kunstwerken of intellectuele werken!
Desondanks weet iedereen in ons hart wel dat ook de dood een onvermijdelijke realiteit blijft & dat
NÒCH
de liefde voor onze kinderen,
NÒCH
die voor onze werken
ons ooit duurzaam gelùk zal brengen?
Diotima laat Socrates dan 'n spirituele weg zien die,
door liefde,
leidt naar 't absoluut Goede,
het enige dat ons
ÈCHT
kan bevredigen:
de ziel, die zich stapsgewijs verheft,
krijgt door liefde voor schoonheid toegang tot het absoluut Schone
& 't daadwerkelijk Goede,
twee aspecten van dezelfde realiteit.
De ziel hecht zich eerst aan een mooi lichaam in het bijzonder,
daarna aan de schoonheid van het lichaam
in het algemeen.
Wanneer ze zich steeds meer verheft,
hecht ze vervolgens aan de schoonheid van de ziel,
daarna aan de schoonheid van de deugd, de wetten & de wetenschappen,
voordat ze uiteindelijk, aan 't eind van dit lange inwijdingstraject,
schoonheid op zich bereikt,
die goddelijk is.
Het geluk van de ziel is dan onbegrensd.
"DAAR
IS HET LEVEN VAN EEN MENS
WAARD OM GELEEFD TE WORDEN,
BIJ DE AANSCHOUWING VAN DE EIGENLIJKE SCHOONHEID,"
zegt Diotima, bij monde van Socrates, tot besluit.
"ALS JE DIE OOIT TE ZIEN KRIJGT,
DAN ZUL JE ZIEN DAT DIE NIET TE VERGELIJKEN IS
MET DE SCHOONHEID VAN GOUD EN KLEDING EN MOOIE KINDEREN EN JONGENS,
BIJ DE AANBLIK VAN WIE JE NU OVERSTUUR RAAKT. WANT JIJ EN ALLERLEI ANDEREN
ZIJN BEREID WANNEER JULIIE JE GELIEFDE ZIEN & STEEDS MET HEM VERKEERT, ALS
DAT OP DE ENE OF ANDERE MANIER MOGELIJK WAS
NIET TE ETEN OF TE DRINKEN
MAAR ALLEEN TE KIJKEN
EN BIJ HEM TE ZIJN.
WAT MOETEN WE DAN NIET VERWACHTEN
ALS HET JE OVERKWAM
DAT JE DE EIGENLIJKE SCHOONHEID TE ZIEN KREEG,
PUUR, ZUIVER, ONVERMENGD [...],
ALS JE DE EIGENLIJKE SCHOONHEID
IN HAAR ENE GEDAANTE
KON ZIEN?"
(211d-e).