Oren ogen neus mond handen voeten hart & geest ...


HIER
brengt de
H. Euangelist vrouwen
by, die volijverig, den laatsten liefde-plicht
aan 't licchaam meinden te bewijzen,
maar voorgekomen zijn, om
dat JC niet meer 't graf,
maar verrezen was.

WIE
deze vrouwen
zijn geweest, zegt
de H. Euangelist nadruklijk,
op dat men uit haaren mond,
van de waarheid een grondig bericht
mocht bekomen.

EERST
noemt hy
Miryam de Magdaliet,
die van den Heiland overgroote weldaaden ontfangen had,
en hem daarom oergroote liefde toedroeg.

WAAR
door sommiger
stellingen verstuiven, dat
JC eerst zijne Moeder Miryam verscheen:
en dat, schoon de H. Euangelisten zulks niet verhalen,
dit echter welgevoeglijk en behoorlijk was.

BY
Magdalene vind
men weder de ANDERE Miryam,
de moeder van Ya'akov & Yoses,
de vrouwe van Alfeus, die wy
ook by 't kruis vonden.

DE
andere H.
Schrijvers voeger er [ook nog] Salome
{Sjlomiet} & Yochanna de huisvrouwe van CHUZA,
Hofmeester van Herodes,
en andere vrouwen
meerby.

DEEZE
godvruchtige schaare
gaat uit om 't graf te BEZIEN, en YEHOSJOEA,
was 't doenlijk, te zalven. Waar toe zy reeds zalf-olijen,
en welriekende kruiden, voor den Sjabbat gekocht,
en nu mede gebragt hadden.

MAAR
of zy van Yeroesjalayiem,
of Beth Anieye kwamen,
word niet bepaalt.

'T
is echter waarschijnlijker,
dat zy van Beth Anieyen kwamen, daar Miryam de Magdaliet,
en andere aanhanglingen van Yesjoea woonden, dan te zeggen met sommigen,
datze den ganschen nacht buiten Yeroesjalayiem bleven, om des morgens vroeg,
VOOR poortopenen, naar 't graf te konnen gaan,
eer zy ban iemant konnen gezien worden.

WANT
dit loopt aan
tegen het voorheen eengemerkte,
dat op feesttijden de poorten van Yeroesjalayiem ongesloten, en nacht en dag openbleven,
om die in tenten, en BUITEN de stad zich onthielden vroeg, & met 't krieken van den dag,
toegank tot den Tempel te gunnen.


WEL
is waar,
dat men de tusschen-schietende feestdagen met zo veele plegtigheden niet vierde,
als den eersten en laatsten dag, maar 't is ook waar, dat vrijwilligen en volijverigen,
op de HALVE HEILIGE dagen, gelijk men die zoud mogen noemen,
onverhinderd moesten konnen tot den G d-
en feest-dienst
naderen.

DAT
ook deeze G dvruchtige vrouwen
zeer vroeg, naar 's Heilands graf zijn gegaan,
blijkt uit het omstandig verhaal van den H, Euangelist, die van den AANBLIK des lichts spreekt;
en dus het Grieksch, opse, nauwkeurig bepaalt, dat anders van ruime betekenisse is,
en daarom verscheidentlijk gevat.

WANT
het zegt,
DEN GANTSCHEN NACHT, of DEN AVONDSTOND, of HET UITEINDE VAN DEN NACHT.
Weshalven sommigen dit voor de AVONT-STER nemen, en omdat avond- & morgen-ster dezelve is,
hier den vroegen ochtend verstaan, eer de sterren zijn ondergegaan.

MAAR
't is van
anderen wederlegt,
en aangetoont, dat zulke
wanbeseffen herspruiten uit onkunde van 't Grieksch,
en om dat in de Latijnsche overzettinge, die zy voor Godlijk houden,
het woord, vespere gevonbden word, dat zy voor hesperus de AVONDSTER nemen.
Maar wie hoorde oit, dat men de AVONDSTER zoud noemen de MORGENSTER?
Beter vatten het, die hier door opse, het UITEINDE VAN DEN NACHT
verstaan, als nu de Sjabbat voorby,
en de Zon aan 't rijzen, doch
echter niet boven
de kimme
was.
05 jun 2009 - bewerkt op 06 jun 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende