HET IS VERWONDERENSWAARDIG,
EN EEN BEWIJS VAN G DS ALWIJS BESTIER,
DAT DE MESSIAS,
DIE TOT ZALIGHEID VAN JOOD EN HEIDEN VERSCHEEN,
EN OVER BEIDEN HEERSCHEN MOEST,
NOCHTANS VAN JOOD EN HEIDEN BESTREDEN,
VEROORDEELD, GEDOOD ZY.
WIE ZOUD NIET DENKEN,
DAT MEN ZIJNEN ZALIGMAKER GRATIG ONTFANGEN,
EN ZIJNEN KONING VOLVAARDIG,
EN ONDERDANIGLIJK HULDE BIEDEN ZOUDE?
HIEROM WORD EEN APOSTELREI VAN DAVID INGEVOERD,
MET EENE HEILIGE BEWONDERING AANGEDAAN,
DAT HY, DIE VAN G D GEZALFD EN TOT KROON- EN TROON-RECHT GEWETTIGD WAS,
ZULKEN ALGEMEENEN TEGENSTAND VINDE,
EN ZO DOLDRIFTIG GEHAAT,
GEHOONT,
VERWORPEN WORDE.
Waarom woeden de Heidenen,
zeggende,en bedenken de volkeren ydelheid?
Dat zulks niet van David of Salomon, of eenig ander mensch te verstaan zy,
leert ons niet alleen de gantsche inhoud des Psalms {2:1}, en de zaligheid,
die in den Zoon des grooten Konings te vinden is, maar ook de H. Geest zelf,
die het Tempel-lied tot Mosjiach brengt. {HAND 4:25/26 e.v.}!
Ook komen Jooden en Heidenen daar in vloekgespan voor, zich tegen den gezalfden Heilvorst,
en zijn heilrijk aankantende, maar in hunnen toeleg verijdeld; niet alleen door eenen verbazende grimlach van den verhoogden Koning, maar ook door straftaal van den Vader, zeggende:
ik doch hebbe mijnen Koning gezalfd over, of op Tsion, den berg mijner heiligheid!
ALS OF HY ZEIDE:
IN WEERWIL VAN UWEN WROK,
EN HAAT,
EN EEDGESPAN,
ZAL IK HEM DOEN HEERSCHEN,
EN 'T RIJKGEBIED DOEN AANVAARDEN,
EN ALLE ZIJNE VYANDEN BETEUGELEN,
EN ZIJNER HEMELHEERSCHAPPY ONDERWERPEN.
DE MESSIAS ZELF BEVESTIGT DIT ONVERANDERLIJK VOORNEMEN,
EN VOERT ONS IN DEN EEUWIGEN VREDE-RAAD,
WAAR IN HY, OM DAT HY 'S VADERS EEUWIG- EN EENIGGEBOREN WAS,
TOT KONING ZIJNER KERKE, EN ERFGENAAM VAN ALLEN, EN ALLES, AANGESTELD WAS.Ik,
zegt de Christus,zal van 't besluit verhalen, en 't heilgeheim open leggen:
de Heere, de Vader, heeft tot my gezegt,
en my toegezegt,
gy zijt mijn Zoon, mijn geliefde, mijn erfgenaam,
heden heb ik u gegenereert,
door een eeuwige G dbetaamlijke generatie,
mijn wezen medegedeelt!

