onsterfelijkheid

The Didache.
Its Jewish Sources & its Place in Early Judaism & Christianity
David Flusser & H. van de Sandt;
or:
Jewish Traditions in Early Christian Literature
/
Compendium Rerum Iudaicarum ad Novum Testamentum [Section III]


~*~
~*~

OPMERKELIJK
veel aandacht wordt geschonken
aan 'de twee wegen'
in de eerste zes hoofdstukken.
Met DIE woorden
zet de uiteenzetting over
"Het onderwijs van de twaalf apostelen"
dan ook in:

'Er zijn
TWEE WEGEN,
EEN naar het Leven en
een Andere naar de Dood!

Er is echter
een groot verschil tussen
de twee wegen.


De weg
naar het leven is
als volgt:


in de eerste plaats
moet u g d, die u gemaakt heeft, liefhebben en
in de tweede plaats uw naaste
als uzelf ...'!


IN DIT
luttel aantal zinnen
zal de mydilezer[es] die een beetje vertrouwd is
met zowel het Oude als het Nieuwe Testament niet verrast worden
door gedachten die hem/haar
volledig onbekend
waren.


Ter illustratie
geef ik een paar citaten.


Het belang
dat aan de gedachte van 'de twee wegen' werd gehecht,
moge blijken uit het feit
dat het boek der Psalmen
ermee opent:

"GELUKKIG
de mens die niet ingaat op de raad van bozen,
niet op het pad van zondaars staat,
niet in de kring van schampere spotters wil zitten,
maar vreugde beleeft aan
de Wet van de Heer,
ja dag en nacht daaruit
zacht reciteert"

[PSALM 1:1-2]


DEZELFDE voorstelling komen we ook in het Nieuwe Testament tegen,
ondermeer in de Bergrede:

"GA BINNEN door de nauwe poort.

Want wijd is de poort en breed de weg die naar de ondergang leidt;
er zijn vele mensen die daarlangs gaan.

Hoe nauw is de poort en hoe smal de weg die naar het leven leidt;
er zijn maar weinig mensen die hem vinden"


[MATTAI 7:13-14]


~*~


HET lijdt geen twijfel
dat de Didache ontstaan is in een joods-christelijk milieu.
DAAROP wijst de voorstelling van de twee wegen,
maar ook de opmerkelijke verbindingen met het evangelie van Mattai
en in het bijzonder met
de Bergrede.


Terwijl het evangelie
- zoals we al eerder zagen -
in een later stadium
enkele redactionele bewerkingen heeft ondergaan,
met als gevolg dat er geen andere gedachten en voorstellingen
werden toegevoegd die de band met de joodse traditie
minder hecht maakten,
heeft zich in de Didache
een vergelijkbare ontwikkeling
NIET voorgedaan!


HET GESCHRIFT
heeft zijn wortels in de oudtestamentische joodse traditie
en het verschaft de lezer[es]
enig inzicht in het reilen en zeilen van een joods-christelijke gemeente
omstreeks het begin
van de 2e eeuw.


AAN HET SLOT
van de hoofdstukken over 'de twee wegen'
klinkt een behartenswaardige
waarschuwing:

"PAS OP

dat niemand u doet afdwalen van deze wijze van onderricht!
Want hij geeft het onderwijs buiten G D om!"

[DIDACHE VI:1]


IN HET VERVOLG
worden enkele christelijke thema's aan de orde gesteld,
zoals de DOPE, het VASTEN, het Avondmaal, de ambten en de wekelijkse bijeenkomsten SAMEN
van de Gemeente.

HET GEHEEL
wordt afgesloten met een dringende oproep tot waakzaamheid
met het oog op het KOMENDE
Oordeel!

OVER
de 'christologie' van de Didache
kan niet veel bijzonders
worden gezegd.

IN DE GEEST
van het evangelie van MATTAI is Yehoshua VOORAL schriftgeleerde
en leraar.

De Apostelen geven het onderwijs door
dat zij van HEM hebben ontvangen.


Uit het vervolg zal blijken
dat Yeshua een enkele keer 'uw Knecht'
wordt genoemd.

Zonder enige twijfel
wordt daarmee gezinspeeld
op de figuur van de lijdende Knecht van de Heer
in Yeshuayahu 53.

Wie de hierna
volgende citaten leest,
kan zich erover verbazen dat uitgaande van latere ontwikkelingen
in de christologische bezinning
zo weinig wordt gezegd over de soteriologische betekenis
van het lijden van
de Knecht?!


~*~


IN NAVOLGING
van het slot van MATTAI
wordt ten aanzien van de dope gezegd dat die geschiedt 'in de naam van de Vader en van de Zoon en
van Heilige Geest'

[DIDACHE VII:1]


In het gedeelte over het Avondmaal
wordt opgeroepen om het als volgt te vieren:


"EERST aangaande de beker:


Wij danken U, onze Vader, voor de heilge wijnstok, David uw Knecht, die GIJ ons door Yehoshua Uw Knecht hebt bekendgemaakt.


Aangaande het gebroken brood:


Wij danken U, onze Vader, voor het leven en de kennis, die Gij ons door
Yeshua haMashiach hebt bekendgemaakt.


Aan U de luister tot in eeuwigheid.


Zoals dit gebroken brood verspreid was over de bergen en tot EEN geheel werd samengebracht, laat ZO uw kerk verzameld zijn van de uiteinden der aarde in Uw rijk.


Want van U is de luister en de kracht door Yehoshua haMashiach tot in eeuwigheid.


Laten slechts de gedoopten in de naam des Heren eten en drinken van het avondmaal.


Daarover heeft toch de Heer gesproken:


"Geeft het heilige niet aan de honden"!


Brengt als volgt dank nadat u verzadigd bent.


Wij danken U, heilige Vader,
vanwege uw heilige naam, die U in onze harten hebt doen wonen
en voor de kennis en het geloof en de onsterfelijkheid die U ons door
Yeshua haMashiach uw Knecht hebt
doen kennen!

Aan U de luister
tot in eeuwigheid!"

[DIDACHE IX:1-X:2]


DAT IN DEZE TEKST
EERST de wijn wordt genoemd en pas daarna het brood doet zowel aan LUCAS als aan PAUL denken [LUKE 22:17 &
1 KORINTE 10:16,21].

OPMERKELIJKER is
dat in deze teksten over het Avondmaal
geen enkele verwijzing te horen is naar een zinsnede in de geest van de woorden die volgens MATTAI werden gesproken:

"WANT DIT
is mijn bloed van het verbond,
voor Velen uitgeschonken
tot vergeving van
zonden"

[MATTAI 26:28]


In de tekst
komt echter wel een element naar voren
dat in de passages over het Avondmaal in de vier canonieke evangelies
VOLLEDIG ONBESPROKEN
blijft:

onsterfelijkheid.


knipoog
engel



31 jul 2005 - bewerkt op 15 mrt 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende