In
een van
de esseense fragmenten
[zie ook Sjapo's brief aan de Hebreeen]
treedt Melchitsedek, de oudtestamentische priester-koning van Yeroesjalayiem
{"SALEM"},
op als de eschatologische hemelse priester van de eindtijd
[samen met hem zal 'de gezalfde Geest', {d.w.z. de eschatologische Profeet], verschijnen]!
Vergezeld door engelen zal hij uit de hoogte oordelen over de mensen en de boze geesten van Belial! Over hem zegt de psalmist:
"In 't hof van de goden neemt "G d" plaats, Hij houdt rechtszitting te midden van de goden!" {PS 82:1}
ELOHIEM NITSAV BA'ADAT-EEL BEKEREV ELOHIEM YISHPOT: AD-MATAI TISHPETOE-AWEL OEFNEI RESHA'IEM TISOE-[SELA]: SHIFTOE-DAL WEYATOM ANIE WARASH HATSDIEKOE; PALTOE-DAL WE'EVYON MIEYAD RESHA'IEM HATSILOE!
Ook op andere plaatsen vat de joodse traditie het woord 'god' op als niet meer dan 'rechter',
maar de esseense identificatie geeft ons 'n opmerkelijke glimp v/d majesteit die zou kunnen worden toegeschreven aan de 'mensachtige' rechter aan 't 'einde der tijden'.
De opvatting dat de uitvoerder van 't "Laatste Oordeel" de bijbelse Melchitsedek zou zijn,
was gebaseerd op psalm 110:
'Godsspraak v/d Heer tot U mijn Heer;
"Ga zitten aan mijn rechterhand ...
ZOALS
Melchitsedek bent u priester voor altijd"'
De Hebreeuwse zinsnede die hier is vertaald met
"ZOALS"
{"NAAR DE WIJZE VAN"},
kan ook worden verstaan als
'IK {G D}
zegt tot u
{Melchitsedek}
...'
In die betekenis spreekt
"G D"
in de psalm Melchitsedek zelf aan
en
ZO
werd het ook opgevat door de [anonieme] esseense auteur.
Volgens de gebruikelijke interpretatie is degene die aan de rechterhand van G d komt te zitten
niet Melchitsedek zelf, maar gewoon iemand die
"NET ZO IS ALS"
Melchitsedek.
En
ZO
vatte Yehoshua haNatsri
aka haMasjiach de psalm op:
bij 'n gelegenheid die beschreven is in Lucas 20:41-43 haalde hij het begin van psalm 110 aan
in verband met de
"Messias"!
Een andere keer,
vlak voor zijn definitieve uitlevering aan de Romeinse bezettingsmacht,
zinspeelde hij op de woorden van deze psalm toen de hogepriester hem vroeg
of hij de verwachte masjiach was;
hij antwoordde:
'Van nu af aan zal de Mensenzoon zitten aan G ds machtige rechterhand!'
[Luke 22:69]!
De aanwezigen
vatten dit terecht zo op
dat Yeshua indirect zijn 'messiaanse waardigheid' toegaf.
Vandaar kunnen we zien dat het moeilijke
- en waarschijnlijk niet helemaal goed overgeleverde -
vers in psalm 110:3 waarschijnlijk betekent dat de held van de psalm
al bij zijn geboorte door G d voor zijn hoge taak was uitverkoren,
terwijl G d in psalm 2
tot de held van die psalm zegt:
"JIJ
bent mijn zoon,
VANDAAG
heb ik jou verwekt!"
Het verschil tussen de twee bijbelverzen is niet groot:
diverse interpretaties hoeven elkaar
niet uit te sluiten [of
te bevestigen]!
Het
is en
blijft immers allemaal
'mensenwerk'?