Over
de schuldbekentenis
v/d 'verrader' Judas Isjkariot rond 30 nC:
Judas werpt niet alleen maar de zilverlingen in den Tempel,
die heen rollen voor de voeten der Priesteren, als de prijs van 't lam G ds dat {volgens sommigen/velen}
de zonden der weereld wegneemt, maar hy voegt 'er ook eene schuldbekentenisse by,
die 's Heilands onschuld onbetwistbaar maakt.
"Ik heb gezondigt," zegt hy
"verradende het onschuldig bloed!"Zo perst, zo prangt, zo knaagt hem 't schuldig geweten, dat hy zijne lippen niet beteugelen kan;
maar Yehosjoea volmondig rechtvaardigen moet.
"Ik heb gezondigt," zegt hy,
en G ds wet overtreden, ik heb my dood- en doemwaardig gemaakt."
Ik ben een helwicht, een onherstelbaare slaaf des Satans: een rampzalig voorwerp van G ds toorn
en grimmigheid." "
Ik heb gezondigt, en willens en wetens
my de G dlijke genade en barmhertigheid
onwaardig gemaakt".
Ik heb gezondigt,
en mijnen goeden, mijnen liefwaardigen, mijnen onschuldigen Meester verraden!
Wee! Wee! my, waar vlied, waar verberg ik my nu voor G ds aangezicht?
O Priesters! O bloedraad! neemt uwe heillooze penningen weer!
O bloedloon! O zilverlingen! wat benauwt gy my! voor my is geen offer,
voor my is geen verzoening,
voor my is geen genade.
Ach was ik nooit geboren!
Ach had ik noit dien loon ontfangen!
Ach had ik noit u, g dlooze Priesters en Oudsten, gezien!
Ik heb gezondigt, maar wie zal my reinigen?
Ik heb gezondigt, en mijne misdaad is grooter, dan datze vergeven kan worden.
Zo vatten wy liefst deeze schuldbelijdenisse op, als eene taal van wanhoop,
waar door Judas bewijst, tot Kajiens jammerstaat en ontroostbaare gemoedknagingen,
vervallen te zijn.
Ware die schuldbekentenisse uit eenen anderen,
en goeden grond des geloofs voortgekomen, ware die oprecht,
en uit liefde tot G d en deugd geweest,
zoude ze G de niet aangenaam zijn geweest?
Wat zegt de verloren Zoon anders, dan,
Vader, ik hebbe gezondigt! en hy vind genade, en hy word in huis ontfangen.
Ziet gy wel, dat niet de woorden, maar de harten by dien onbedrieglijken Harten-kenner gelden.
Maar Judas spreekt als Judas, wiens hart en mond vol bedrogs, en naar de weereld bedroefd is.
Hy drukt zijne zonde nader uit, en zegt,
verradende het onschuldig bloed.
Dat bloed des N.T., dat bloed van 't eeuwig heilverbond, had die rampzalige verraden:
en schoon hy belijd, zoekt hy 'er nog geen aandeel aan.
Een blijk, dat hy niet gelooft, en door wanhoop aangedreven word.
En indien hy geloofd hadde, zoud hy Yesjoea wel verraden hebben?
Zo betuigt hy zijn ongeloof, als hy zijne zonde belijd.
Maar krachtiger bewijs kon 'er van 's Heilands onschuld niet zijn,
als dat de Verrader zelf hem onschuldig verklaart. Hoe zoud hy ook de waare Hoogepriester zijn,
indien hy schuldig, en met de minste zonde bezoedeld ware geweest?
Hoort gy dit Priesters? Ziet gy dit feestvierders:
en gaat het u niet ter harte?
Overweegt gy niet,
wat deeze zegt?
Is Yesjoe onschuldig,
zelfs naar 't getuigenisse van zijnen verrader, en zult gy hen doden?
Zult gy 't onnozel bloed vergieten? Wat zeggen hier op de Priesters? Zullenze Yehosjoea ook rechtvaardigen? Zullenze iemant afvaardigen, om het doodvonnis te stremmen,
om de wegleiders van van Yesjoea beter begrip te geven,
en niet te doen voortgaan, naar Pilatus?
Geenzins.
In tegendeel zeggenze,
wat gaat ons dat aan? gy meugt toezien!G dvergetene Priesters,
zijt gy in den Tempel, en voor G ds aldoordringend oog,
en gaat u dat niet aan, of gy den onschuldigen dood?
Is 't uw plicht niet, de offerdieren te beschouwen, en nauwkeurig onderzoek te doen, of 'er eenige lemte,
smet, of gebrek aan zy, en gaat dit u niet aan, of Yesjoe, dat eenig en waarachtig Lam G ds, onbesmet
en zonder vlek of schuld zy?
Gaat u dat niet aan, of gy Messias-moorders zijt, en onschuldig bloed vergiet?
G dlooze menschen! moet Judas toezien, en gy niet?
Is uw misdrijf niet grooter, als dat van Judas?
Heeft hy Yehosjoea verraden?
Hebt gy Yesjoea niet gekocht?
Heeft hy Yesjoe overgelevert?
Hebt gy Yehosjoea niet ter dood veroordeelt?
Heeft hy Yesjoea in uwe handen gebragt?
Hebt gy Yesjoe niet met valsche getuigen bezwaart,
met G dlasteringen beticht, met verdichte muiterijen en misdaad beklad?
En gaat u dat niet aan?
Zijt gy Herders Israels,
en brengt gy Judas, dien gy in zulke ziele-prangen ziet,
niet weder te rechte? Indien hy dwaalt in Yehosjoea t' ontschuldigen,
waarom toont gy hem zijnen misslag niet? Indien hy de waarheid spreekt, waarom hoort gy hem niet?
Of hebt gy geene magt om de zonde te vergeven, gelijk de zo-genaamde Priesters des N.T.?
Dit zoud Romen hier gaarne uit smeden, maar hoe regt ter snede, ziet ieder:
en is te handtastelijk mis, om wederlegt te worden,
en ons op te houden.
Ook hier zie je weer
de basisgegevens van 'de mensheid' blootgelegd:
de wortels van het kwaad dat van het begin af aan z'n stempel drukte op de menselijke staat!
"G d zei": "Laten we mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt!""G d schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van G d schiep hij hem,
mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen" ...
"Hij zegende hen en zei tegen hen":
'Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag:
heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel
en over alle dieren die op aarde
rondkruipen!'
Het
vervolg is
bekend mag je
veronderstellen.






