Meestal
ligt "Het"
bevroren tussen uitersten
van hitte & kou, vloeibaar & versteend,
beweeglijk & gefixeerd??
Het lichaam,
het hart & de menselijke ziel
vol van verlangen, belangen & onvoorspelbare
overwegingen
...
GELIJK
OOK DAAROM
ONZE EUANGELIST ZEGT,
IN Z'N EERDER & MEERGEMELD
TWEEDEN BOEK "HANDELINGEN",
dat zy in die Opper-zaale BLEVEN,
"G d" eenpaarig dienden, & aanriepen,
& de belofte uit den hemel verwachten.
Dit zal ons ook licht geven in het midden der duisternissen,
die het by-geloof over de volgende woorden gebragt heeft, dat de H.Apostelen
ALLEN TIJD
in den
TEMPEL
waren.
Want om de zo-genaamde
geestlijkheid tot het klooster-leven aan te sporen, Kerk-geloften te doen, 't houwlijk {'huwelijk'} te haten,
en wat diergelijk meer is, heeft men verdicht, dat de H.Apostelen, en andere Mannen, en Vrouwen zich in den Tempel onthielden, & dat 'er zelfs Cellen waren aan den Tempel waarin zy volgens gedaane beloften
hun leven doorbragten. Waar toe men 't voorbeeld van CHANAH {'Anna'} aanhaalt,
die gezegt word
NIET UIT DEN TEMPEL GEWEKEN TE ZIJN,
en zelfs van den Tavernakel in de Woestijn, daar de Vrouwen gezegt worden
TE HOOP GEKOMEN TE ZIJN VOOR DE DEUR:
maar wie niet merkt, dat 't klooster- & nonnen-leven,
dus veel te verre gezocht, en hier niet te vinden zy.
Want schoon 'er verscheidene kamers, en versterk-plaatzen in den Tempel waren
{zelfs in mei 67 kon je nog vrijelijk rondlopen in de Omarkoepel. de Al Aq-samoskee, "Salomons Stallen", over & onder 't hele voormalige Tempelterrein!}, die hadden een gantsch ander
en bijzonder gebruik, niet om mannen en vrouwen tot woningen te strekken:
wie begrijpt ook niet, dat Chanah niet in den Tempel woonde,
maar gedurig den 'Goddienst' bijwoonde,
en daarom gezegt word
"daar niet uitgeweken
te zijn"?
De
"Godvruchtige Vrouwen"
aan den 'TAVERNAKEL~DEUR',
bewoonden den Tavernakel niet,
maar kwamen daar t'zamen, om haaren yver voor den Goddienst te bewijzen;
& mooglijk nu & dan met reien, en gezangen, gelijk de oude Goddienst mede bragt,
om den Heere te loven.
Wat nu
doet zulks tot 't klooster-leven?
Kerk-geloft, en diergelijke by-geloovigheid?
Even zo weinig kan, of moet men begrijpen, dat de H.Apostelen in den Tempel woonden,
of zich onophoudlijk daar in onthielden, als zy gezegt worden:
ALTIJD in den Tempel geweest te zijn.
Want hoe zouden zy,
die voor de JOODEN zo beschroomd waren,
zich onvermijdlijker gevaar hebben konnen begeven,
dan binnen de ringmuuren des Tempels zich t'onthouden?
Hoe zouden de Tempel-wachters, dat hebben konnen,
of willen gedogen?
ZOUDEN ZY DAG EN NACHT DAAR GEBLEVEN ZIJN?
DEN HEILAND GEPREDIKT HEBBEN, ALS 'ER GEENE MENSCHEN IN WAREN?
DE HEILIGE BOND-ZEGELEN DAAR BEDIENT HEBBEN? 'T TEGENDEEL BLIJKT UIT HUN DOEN:
WANT ALS LUCKY LUKE VERHAALT, DAT ZY DAAGLIJKS IN DEN TEMPEL VOLHARDDEN,
VOEGT HY 'ER AANSTONDS BY:
van huis tot huis brood brekende.
Hoe GAAN ZY OOK OP NAAR DEN TEMPEL, indien zy daar noit uit gingen?
Dierhalven kan die spreekwijze niets anders betekenen als datze by alle gelegendheid, op den feesttijd, en bede-uuren, tot Goddienst-plichten zich daar lieten vinden, niet alleen uit achting, die zy noch voor Tempel, & Tempel-dienst hadden, maar ook om 't volk
"tot JC te brengen", en waarschijnlijk aldaar
den H.Geest af te wachten.
Want nadien JC dag noch plaats
had aangewezen; waar, & wanneer zy den H.Geest ontfangen zouden, hebben zy wel ligt konnen denken,
dat de Tempel, die "G ds huis" was, daar toe verkoren was. Ook wierd die wel eer, by de eerste inwijdinge
van SALOMON, met altaar-vuur uit den hemel verheerlijkt;
dat 'n voor- & zin-beeld was van den H.Geest!?
De heerlijkheid van dit tweeden huis,
moest grooter zijn, als die van 't eersten:
& echter was het algemeen by allen bekend, dat 'er VIJF dingen in dit laatste huis ontbraken,
die in den eersten Tempel gevonden wierden, waar onder zy den H.GEEST telden.
ZEG TEGEN WIE ER VAN HET VOLK NOG OVER ZIJN:
"WIE VAN JULLIE HEEFT DEZE TEMPEL NOG IN ZIJN VROEGERE LUISTER GEZIEN?
EN HOE ZIET HY ER NU UIT? JULLIE DENKEN ZEKER DAT 'T NIETS MEER KAN WORDEN?
MAAR HOUD VOL ~ SPREEKT DE EEUWIGE ~, HOUD VOL JULLIE ALLEN, BEWONERS VAN DIT LAND,
HOUD VOL! ~ SPREEKT DE EEUWIGE! WERK DOOR, IK BEN BIJ JULLIE ~ SPREEKT DE EEUWIGE
HEER DER MACHTEN EN KRACHTEN. DAT HEB IK JULLIE BELOOFD TOEN JULLIE WEGTROKKEN
UIT HET SLAVENHUIS VAN EGYPTE; IK ZAL STEEDS IN JULLIE MIDDEN AANWEZIG ZIJN,
wees dus niet bevreesd!
Want dit zegt de eeuwige heer der machten & krachten: Nog slechts een korte tijd,
een ogenblik slechts, en ik zal de hemel en de aarde, de zee en het land doen beven.
Alle volken breng ik in beroering, hun schatten zullen mij toevallen en mijn huis zal ik vullen
met pracht & rijkdom ~ zegt de eeuwige heer der machten & krachten. Het zilver is voor mij
& 't goud is voor mij ~ spreekt de eeuwige heer der machten & krachten.
De luister van deze Tempel zal groot zijn, nog groter dan voor~heen -
zegt de eeuwige heer der machten & krachten -, & van hieruit
zal ik jullie vrede & voorspoed geven -
spreekt de eeuwige heer
der machten
& krachten
-
VANAF
VANDAAG
ZAL IK JULLIE
MIJN ZEGEN
GEVEN"
~
