om zaad te zien

De rustloosheid des grooten Raads,
en des zelfs vergadering op zo hoogwaardigen dag,
om over den gestorven en begraven Yehosjoea te raadplegen,
toont de bekommering van hunne ziel,
en de blakende vinnigheid van hun onverzoenlijk hart,
dat niet afgeschrikt is door G ddienst,
noch feest-tijd; maar in stede van die plegtigheid te verdubbelen,
den wrok en haat verdubbelt,
en Yesjoea nog vervolgt
na zijnen dood.

De bekommering geeft onwraakbaar bewijs,
dat zy wisten, hoe Yesjoe begraven,
en niet uit het graf genomen genomen was.
Want ieder begrijpt ligt,
datze het afgenomen licchaam niet onverzeld gelaten,
maar gezien hebben van Yoseef ter aarde bestelt.
En hebben, dat 'er eene wacht by 't graf mogt worden gestelt,
zal ongetwijfelt geweest zijn,
om datze niet dachten op zo heerlijke grafstede,
als JC nu verkregen had,
op 't verzoek van Yoseef.

Die gunst maakt den Raad weder gaanden,
en bevreesd, en hunne vrees stelt ons gerust,
dat het licchaam van JC nog in 't graf
moet geweest zijn.

Hadden de Raden daar aan getwijfelt,
zoudenze wel vergaderd zijn geweest?
Zoudenze niet verspreid hebben, dat het licchaam vermist wierd?
Zoudenze een besluit genomen hebben, om 't graf te bewaken?
Zoudenze den Landvoogd die dieverij niet hebben bekend gemaakt,
om onderzoek na dit geroofd lijk te doen?

Maar nu zy raadplegen, om JC in 't graf te houden,
moeten zy bewust zijn, dat hy niet geroofd, niet weggevoerd, niet vermist zy.
Is hy in 't HARTE DER AARDE,
zo is hy de waare YONAH,
die niet ten EERSTEN,
of TWEEDEN,
maar DERDEN dage
zal opstaan?

En van waar komt die vrees,
dat hy zal opstaan,
dan uit regt verstand van 's Heilands woorden,
als hy zeide:
BREEKT DEEZEN TEMPEL AF,
EN NA
of
BINNEN DRIE DAGEN
ZAL IK DIEN WEDER OPBOUWEN?
Maar dat opbouwen,
was 't werk
van den Man,

Spruite,
en grooten Hoogenpriester,
die den Raad des vredes
moest uitvoeren.

Het verzoek van den Raad,
maakt de HEIDENEN zelfs tot getuigen,
dat Yehosjoea niet geroofd,
maar in 't graf moest geweest zijn,
als de Landvoogd aangezocht word om eene wacht,
maar het toont ook den onverzoenlijken haat der Jooden tegen der Heiland,
als zy hem VERLEIDER noemen.

Is hy een Verleider?

Wat vrezen zy dan zijn opstanding?

Of vrezen zy, dat hy mogt opstaan, hoe is hy dan een Verleider?

Maar beschaamt hun eigen mond deezen laster niet?

Zy betuigen,
dat Yesjoea gezegt hebbe:
NA,
of BINNEN DRIE DAGEN ZAL IK OPSTAAN:
dies kan hy geen VERLEIDER genoemt worden,
eer die DRIE dagen verlopen,
en HY NIET OPGESTAAN ZAL ZIJN.

En wie zal geloven, dat hy,
die in zijn leven zo VEELE DOODEN heeft opgewekt,
en nog onlangs LAZARUS uit het graf deed opstaan, en, als hy den geest gaf,
de ZONNE verduisterde, het VOORHANGSEL des Tempels scheurde,
de ROTSEN verbrak,
de GRAVEN opende,
de LICCHAAMEN der gestorvene HEILIGEN deed verrijzen,
dat hy, zeg ik, die zo ongehoorde wonderen deed,
zich zelven niet zoude doen herleven?

Deed oit VERLEIDER zo groote wonderwerken?

Zoud G d eenen VERLEIDER zulke magt geven?

Maar die lastertaal was door de Profeeten voorspeld;
EEN BELIALS STUK,
zouden de JOODEN van den vernederden MESSIAS zeggen,
EEN BELIALS STUK KLEEFT HEM AAN.


Dies schrikt ons dat woord niet af,
maar toont ons den waaren MASJIACH,
die zijne ziel gestelt heeft tot een schuld-offer,
om zaad te zien,
en ons tot zijn volk te verkrijgen.
29 mei 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende