O die poes: wat 'n dekselse aap: wat heb je mooie

kleren

liefdesverdrietverliefd
We
begonnen onze
myDi~aapmensenbijbel-epiloog
met de bewering dat TeNaCH meer
op Hamlet lijkt dan op Oedipoes Rex!
Maar waarom zou dat zo zijn?
De schrijvers van de latere stukken
van TeNaCH waren tenslotte tijdgenoten
van de vroegste Griekse
treurspeldichters?!

En,
afgezien van
de directe relaties tussen de samenlevingen,
ze werden allebei,
onafhankelijk van elkaar,
gekenmerkt door een zekere mate van gemeenschappelijk gedachtengoed
en maatschappelijke
realiteit
...
In
beide samenlevingen
hield men er bijvoorbeeld slaven op na,
zalfde men haar en lichaam met olie,
bracht men dierenoffers,
en zo zijn er nog veel meer
overeenkomsten
...

Niettemin
is Hamlet,
tweeduizend jaar later,
geestelijk nauwer verwant aan TeNaCH dan Oedipoes Lex,
omdat de Elizabethaanse samenleving de Bijbel veel toegewijder las dan de Griekse werken,
en omdat ze voortkwam uit een middeleeuwse Engelse samenleving,
waarvan zonder veel overdrijving gezegd kan worden
dat ze nauwelijks
iets anders
las?!

JUIST
die grote invloed
van de Bijbel op de Europese samenleving
verklaart waarom de Shakespeariaanse tragedie zo anders is
dan de Griekse tragedie
als zodanig?!

Geschiedenisboeken
vestigen de aandacht gewoonlijk op het feit dat de Bijbel
de populaire encyclopedie van de Middeleeuwen was,
maar de Bijbel was ook een leerschool voor de middeleeuwse verbeelding
en binnen die school vormde de figuur van de Heer G*D
de uitvoerigste,
meest overweldigende en
onvergetelijkste les!

Als
het begrip
monotheisme ter sprake komt,
kan terecht gesteld worden dat polytheistische culturen
vaak een culturele elite hebben
die ofwel het monotheisme
ofwel een of andere vorm van filosofisch monisme
aanhangt?

Volgens
deze bekende redenering
moet het polytheisme,
in al zijn bonte schakeringen,
eigenlijk gezien worden als een onderdeel van de
volkscultuur!

Natuurlijk
weet de elite dat die bestaat,
ze zal er wellicht van genieten en er zo nu en dan naar verwijzen,
maar acht het van weinig of geen
intellectueel
belang
...

DAT
ALLES MAG
DAN WAAR ZIJN,
maar toch hebben de godsdiensthistorici
die dit argument specifiek gebruiken,
de neiging het psychologisch effect over het hoofd te zien
van een monotheisme
dat zowel op verbeelding als op
ideeen berust!

Een monotheisme
waarin het goddelijke niet alleen als
EEN
en ongedeeld wordt opgevat,
maar ook zo wordt voorgesteld,
moet op zijn aanhangers
een ander effect hebben
dan een monotheisme waarin het goddelijke WEL
als EEN en onverdeeld gedacht wordt,
maar wordt voorgesteld -
en geportretteerd in de kunst, het toneel en de folklore -
als een veelheid!

Onder
overigens gelijke
omstandigheden
moet een langdurige omgang met een
G D
in wie verschillende
persoonlijkheden samengaan en naast wie nooit een andere god
wordt uitgebeeld,
zelfs niet uit folkloristische motieven,
de neiging cultiveren om het eigen ik te zien
als een eveneens samengesteld en
eveneens op zichzelf staand
geheel
........

De goden
van de polytheistische pantheons
moeten we ons natuurlijk niet voorstellen als
volkomen onnozele
wezens?

Ze zijn
geen monochrome sukkels
naast de Heer G*D,
als een veelkleurige coalitie onder
EEN G*D?

ELK
VAN HEN -
VISJNOE bijvoorbeeld -
kan in zijn karakter segmenten van menselijke ervaring hebben,
erotische ervaring in Visjnoe's geval,
die het karakter van de Heer G*D
ontbeert!

Maar hoe het ook
met Visjnoe's innerlijke complexiteit
of met zijn innerlijk conflict gesteld mag zijn,
voor zijn volgelingen is er altijd de mogelijkheid tot ontsnapping,
zowel in de verbeelding als in de
ideeenwereld!

MET
ANDERE WOORDEN,
er is altijd wel een andere god naar wie het knelpunt
kan worden verplaatst!

Dat geldt niet
voor de volgeling van
'de Heer G*D'?

ALLES
strekt de Heer G*D
tot eer!

Maar
alles strekt hem ook
tot schande
...

HIJ
heeft geen andere kosmische tegenstander
dan zichzelf?!

NIEMAND
kan aan hem ontsnappen,
en HIJ kan niet aan zichzelf
ontsnappen
.......

Voor zover
TeNaCH een tragedie genoemd kan worden,
is het - zoals Hamlet en functionerend als een verklaring van Hamlet - een tragedie waarvan de onontkoombaarheid
in een karakter ligt
verankerd!

Het karakter
van de Heer G*D is tegenstrijdig,
en hij zit in de valstrik van
die tegenstrijdigheid!

Als hij bijvoorbeeld
alleen de almachtige Heer des Hemels was,
of alleen de bezorgde Vriend der Armen,
maar niet allebei,
dan kon hij uit die valstrik
ontsnappen
....

Maar hij is
ZOWEL
de
EEN
als de
ANDER,
en ontsnappen
kan hij niet
...

Wat
voor de arme
wiens lijden niet verlicht wordt, een theodicee,
een probleem van godsrechtvaardiging is
{'HOE kan een GOEDE
G D
...?},
is voor de
G*D
die dat lijden niet verlicht
een identiteits~
conflict
...

NOGMAALS,
was hij alleen
de liefhebbende, bezorgde huisvader uit Deutero-Jasaja,
en niet ook de slachter met het zwaard uit Jozua,
dan kon hij ontsnappen,
maar hij is beiden
en ontsnappen kan hij
niet meer
...

De
westerse samenleving
vindt haar oorsprong evenzeer in Athene als in
Jerusalem,
en beide soorten tragedie komen
in ons spraakgebruik
voor.

De verbranding
in de lucht van het ruimteveer Challenger,
het gruwelijke gevolg van kleine haarscheurtjes in de naden van de hulp-raket, was een tragedie naar Grieks model.

De kwellingen
van een man die vastbesloten is om zowel een liefhebbende
vader voor zijn kinderen te zijn
als een carrierebeluste krachtfiguur in de grote wereld,
is een joodse
tragedie.

De eerste
tragedie ontstaat van buitenaf;
de tweede ontstaat van
binnenuit.

De eerste
wordt opgestuwd naar een
onvermijdelijke ontknoping;
de tweede kent geen
ontknoping
en kan daarom altijd in de war gestuurd worden
{in het ergste geval}
of afgetroefd worden
{in het beste geval}
door de een of andere inbreuk op de
tragedie,
die het karakter heeft van een
komedie:
de jonge geliefden uit het
Hooglied,
de opgewekte plannenmaker uit het boek
Ruth,
de vlijtige bouwer uit het boek
Nechemyah.

BEIDE
soorten van tragedie
zijn westers,
maar er is geen twijfel over mogelijk
dat de tweede soort ons
het diepste
raakt!

"The intellect of man
is forced to choose/
Perfection of life or
of the work,"
schreef W.B. Yeats.
In zijn scherpheid
doet de regel typisch modern aan,
maar hij heeft alles te maken met de oeroude
verdrongen herinnering aan een G*D die
kiezen moest maar dat
niet kon.


DIE G*D
is het in zichzelf verdeelde origineel
waarvan wij het in zichzelf verdeelde beeld blijven.
HIJ is de onrustige ademhaling die wij in onze
slaap nog
horen
{*}
vrolijkknipoogerg vrolijkcool!verdrietignahnahbah!gaap!verwardgemeen
verliefdliefdesverdrietverliefd
gemeenverwardgaap!bah!nahnahverdrietigcool!erg vrolijkknipoogvrolijk
{PS 19:1-5a}

De
hemelen vertellen
G*D's
glorie,
en het uitspansel
verkondigt het werk van zijn handen;
de dag stort zijn spreken uit over de nacht,
en de nacht toont inzicht aan de nacht.
Het is geen spreken en er zijn geen woorden
voor wie hun stem niet verneemt.
Toch laten zij hun weg zien
rond over de gehele aarde,
en spreken hun taal tot aan het einde
van de wereld.

{*}
Als
de hemelen
de glorie G*D's
verhalen,
als de dagen spreken en de nachten verkondigen,
hoe kunnen er dan mensen zijn,
die het niet horen en
niet weten?
De psalm
geeft het antwoord:
Geen spreken is het,
geen woorden zijn er
-
voor wie niet horen wil.
Maar hun klank
vult de aarde.
De loochenaar
kan proberen hem te ontkennen.
Maar diep in zijn hart
wordt de stem gehoord.
Daarom is er nooit een
ECHTE
ontkenner geweest.
Wie G*D ontkent
weet in het diepst van zijn hart dat hij zich voor de
waarheid verbergt

verliefdliefdesverdrietverliefd
engel
24 mei 2004 - bewerkt op 23 dec 2007 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende