naar wie steek je je tong uit: wiens lid bekeek je

aandachtig
[{!}]



Bijna elke nacht felle lucide spannende ingewikkelde dromen die meestal heel snel vervagen in 't "niets"!

En dat meer dan zestig jaar lang met open & gesloten ogen: alles vloeit door elkaar in kleuren & geuren?


Maar laat ons dit besluit niet alleen opmaken, & de Jooden, zo veel in ons is,
tot yver pogen te verwekken, op dat wy den Heere dienen mogen met een' eenpaarige schouder:
laat ons ook trachten blijken te geven,

DAT WY MET CHRISTOS GEKRUIST, EN DOOR DEN HOPE DER DOPE MET HEM IN DEN DOOD BEGRAVEN ZIJN, OP DAT, GELIJKERWIJS CHRISTUS UIT DEN DOODEN OPGEWEKT IS TOT HEERLIJKHEID DES VADERS, ALSO OOK WY IN NIEUWIGHEID DES LEVENS WANDELEN.


Want zo veelen als 'er in den naam van JC
GEDOOPT
zijn, die zijn met hem
BEGRAVEN,
en der zonden afgestorven.

En wie kan
YEHOSJOEA
tot in 't graf vernederd zien, en der zonden nog [blijven] dienen?

Wie kan de heillooze drift des grooten Raads bevroeden, & niet voor de zonden schrikken?
[Sadduceeen & 'onrechtmatige' Kajafas/Kaifa & Annas/Chanan waren doodsbang voor hun wankele elitaire positie, de grote Tempelschatten, talloze tradities & telkens weer dreigende 'terroristen']!

Die Heeren, die 't hooggezag voerden en handhavers van beide tafelen der wet moesten zijn, overtreden
de wet, schenden den Sjabbat, vervolgen Yesjoea nog in 't graf, en hebben rust, noch duur.

Dit is de kracht der zonden: dit is de vrucht der ongerechtigheid.

DE G DLOOZEN ZIJN ALS EENE VOORTGEDREVENE ZEE, WANT DIE KAN NIET RUSTEN, EN HAARE WATEREN WERPEN SLIJK EN MODDER OP, zegt de Profeet Yesjayahoe {57:20}! Levend, maar ook verbazend zin-beeld der G dloozen, die noit vrede genieten, en uit hun onrein hart, niet allen alle boosheid en G dloos-heid voortbrengen, maar ook door hun schuldig en ontrust gemoed, altijd heen en weder geslingert, en als in een modderig slijk van gedurige bekommering blijven steken.

HATSADIEK AVAD WE'EIN IESJ SAM AL-LEEV WEANSJEI-CHESED NE'ESAFIEM BE'EIN MAVIEN KIE-MIEPNEI HARA'AH NE'ESAF HATSADIEK: YAVO SJALOOM YANOECHOE AL-MIESJKEVOTAM HOLEECH NECHOCHO


De rechtvaardige gaat te gronde en niemand bekommert zich erom;
ook trouwe mensen sterven, maar niemand ziet in dat de rechtvaardige sterft doordat er onrecht heerst.
Toch ~ wie de rechte weg bewandelt zal rust hebben op zijn sterfbed en de vrede binnengaan.

Maar jullie, kom dichterbij,
kinderen van een waarzegster, nageslacht uit ontucht en overspel!

Over wie maken jullie je zo vrolijk?

Tegen wie zetten jullie zo'n grote mond op,
naar wie steek je je tong uit?

Zijn jullie zelf geen kinderen uit zonde, nageslacht van leugen en bedrog?

Jullie hartstocht brandt onder terebinten, onder elke bladerrijke boom.

Jullie slachten kinderen in de wadi's [droge rivierbeddingen], onder overhangende rotsen.
Tussen de gladde stenen in de rivier komen jullie zelf te liggen, dat is je bestemming.

Daar heb je immers wijnoffers gebracht en graanoffers opgedragen.

Zou ik om zulke mensen treueren?

Je plaatste je bed op een hoogverheven berg, je ging de berg op om een offer te brengen.

Achter je deur en je deurpost heb je jouw schandelijke tekens geplaatst.

Je hebt je van mij afgekeerd:
naakt en wellustig spreidde je het bed, je sprak een prijs af met je mannen, je sliep maar al te graag met hen en bekeek hun lid aandachtig.

Je boog je over je minnaars met olie en balsem in overvloed.

Je stuurde je boden naar verre oorden, zelfs tot diep in het dodenrijk.

Het vele reizen matte je af, maar nooit zei je:
"Ik geef het op!"


Je lusten werden bevredigd, dat hield je op de been.

Voor wie ben je dan toch zo bang en beducht dat je leugens blijft verspreiden?

Aan mij heb je niet gedacht, om mij je niet bekommerd.

Ik heb al te lang gezwegen, jij hebt helemaal geen ontzag meer voor mij.

Ik zal je vertellen wat al dat fraaie gedrag van jou waard is:
je godenverzameling zal je niet baten; ook al schreeuw je het uit, ze zullen je niet redden:
de wind tilt ze op, een zuchtje wind vooert ze weg.

Maar ieder die bij mij schuilt zal het land in bezit nemen en mijn heilige berg in eigendom krijgen.

Toen werd er gezegd:
"Ruim baan! Effen de weg voor mijn volk! Verwijder elk struikelblok!"

Dit zegt hij die hoog is en verheven, die troont in eeuwigheid ~ heilig is zijn naam:
In hoogheid en heiligheid zal ik tronen met hen die verslagen en onaanzielijk zijn,
opdat de onaanzielijke geest herleeft, opdat het verslagen hart tot leven komt.
Want niet eindeloos blijf ik twisten, niet eeuwig duurt mijn toorn.
Al doe ik de levensadem stokken, ik ben het ook die het leven geeft.
Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht, ik heb hen gestraft en me in mijn woede verborgen.
Maar zij gingen onverdroten voort op de weg die ze zelf hadden gekozen.
Ik heb gezien wat ze deden, maar toch zal ik hen genezen, hen leiden en hun barmhartigheid bewijzen.

{bismillahrachmanoerachiem}

Treurenden bied ik troostrijke woorden:
VREDE, VREDE VOOR IEDEREEN, VER WEG OF DICHTBIJ ~ ZEGT DE EEUWIGE ~, IK ZAL GENEZING BRENGEN.

Maar
de g ddelozen
blijven onrustig als
de zee, die nooit rust kent:
haar golven woelen vuil en modder
op. G ddelozen zullen
geen vrede kennen ~
zegt mijn
g d
engel
31 mei 2009 - bewerkt op 18 mei 2014 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende