Naakt, blijmoedig, arm & sceptisch?
WIE
WEG IS
WORDT NIET GEZIEN?Het
Griekse woord
ekklesiastes,
een vertaling van het Hebreeuwse
kohelet,
betekent ongeveer 'lid van de volksvergadering'
of 'spreker in de volksvergadering'
en kan hetzij
naar een verzameling mensen verwijzen
hetzij naar
myDigezegden die
in een boek
verzameld zijn.
Net
als Spreuken
bevat Prediker ook
lange toespraken en bondige gezegden;
en Prediker biedt, net als Spreuken, gezegden
met betrekking tot beide kanten van
een aantal
zaken
...
Dit
onsystematische
en tegenstrijdige
is typerend voor
volkswijsheid?
Voor elk
'bezint eer ge begint'
is er een
'wie aarzelt
is verloren'
.......
Zo staat in PRED 3:19-21:
- "WAT
HET LOT
VAN DE MENSEN
en het lot van
dieren betreft,
hen treft
EEN
en hetzelfde lot:
zoals de
EEN
sterft, sterft ook de
ANDER,
en beide
hebben dezelfde levensadem;
de mens heeft niets voor op het dier,
want beide zijn niets waard!
BEIDE
gaan naar dezelfde plaats;
beide zijn uit stof ontstaan
en beide zullen tot stof terugkeren?
WIE WEET
of de levensadem van een mens opstijgt
en of de adem van een dier
neerdaalt
in de aarde?" -
Maar
in 12:7 zegt hij,
aan het slot van een melancholisch gedicht over
de vernietigende werking
van ouderdom:
- "En het stof
keert terug tot de aarde
zoals het was,
en de levensadem
keert terug tot G*D,
die hem
verleende?" -
Prediker
is even verdeeld
ten aanzien van praktische raad
over de manier waarop het leven geleefd
moet worden
.............
Het eerste citaat hierboven
van dit myDiverhaaltje komt tot een
praktische conclusie
in 3:22:
- "Ik zag dat er niets beters is voor de mens
dan te genieten van zijn bezittingen,
want dat is zijn deel!
Want wie zal hem in staat stellen te zien
wat er naderhand zal gebeuren?" -
En
TOCH
zegt hij elders weer,
als hij het heeft over zijn poging om te genieten van
zijn eigen bezittingen
in 2:11-12:
- "TOEN
gingen mijn gedachten naar alle rijkdom die mijn handen
hadden vergaard, en naar de overvloed die ik had verworven en
verkregen - en o, het was allemaal nutteloos en het najagen van wind;
er is niets van waarde onder de zon!
Want hoe zal de mens zijn die mij zal opvolgen,
en wie zal heersen over wat reeds lang geleden
is opgebouwd?" -
Toch is Prediker meer
dan een filosoof van de koude grond!
Zijn inconsistentie is niet domweg de inconsistentie van volkswijsheid,
die altijd ad hoc is en haar kracht ontleent
aan die bepaalde situatie waarop
een van haar zegswijzen slaat.
Het is juister om hem
een protofilosoof te noemen,
een speurder naar wijsheid die met scepsis
naar veel van de gewone bezigheden van de mensheid
heeft gekeken en die met scepsis is gaan kijken
naar de traditionele wijsheid zelf.
Sommige toespraken van Prediker
worden gekenmerkt door een kalme en aantrekkelijke gelatenheid,
maar hij vindt zijn eigen toespraken onbeduidend,
en zijn vaak geuite afkeer van het leven
komt niet als een pose over
in PRED 2:17?!
Wat
G*D
betreft,
kan men van Prediker weliswaar zeggen
dat hij ook over hem elke kwestie van twee kanten bekijkt,
maar toch is hij duidelijk begonnen met een kritische benadering
van wat we de verborgen premissen van het joods monotheisme
zouden kunnen noemen?
De
OPVATTING
dat beloning hoe dan ook
het gevolg is van menselijk handelen -
of het nu een 'verbondsbeloning' is of gewoon de beloning voor
toewijding -
wordt ernstig ondergraven door de quasi-Platoonse idee van
volledige goddelijke voorkennis van
een zich oneindig herhalende
cyclus van
gebeurtenissen
in P 3:14-17:
- "OOK
heb ik ingezien
dat wat G*D tot stand heeft gebracht
zich eeuwig zal herhalen:
Er kan niets aan worden toegevoegd
en er kan niets aan worden afgedaan -
en G*D bracht tot stand dat de mensen hem vereerden?
Wat gebeurt, gebeurde ook reeds lang geleden,
en wat zal gebeuren, gebeurde reeds lang geleden:
en G*D zoekt de vervolgden! En verder nam ik waar onder de zon:
NAAST gerechtigheid is er onrechtvaardigheid
naast rechtvaardigheid is er ongerechtigheid ...
Ik peinsde [bij mijzelf]:
'G*D zal zowel de rechtvaardige als de onrechtvaardige veroordelen,
want HIJ heeft een tijd vastgesteld
voor iedere ervaring en voor
iedere gebeurtenis?!'" -
Al klinkt dit fatalistisch,
we mogen niet vergeten dat fatalisme ook troostrijk kan zijn?
In 9:7 schrijft P.: "GA HEEN, EET UW BROOD IN VREUGDE, EN DRINK UW WIJN IN BLIJDSCHAP; want uw handeling is reeds lang geleden door G*D
goedgekeurd!"
Een andere vertaling geeft: "Ga uws weegs, eet uw brood in vreugde, en
drink uw wijn met een vrolijk hart", waarmee het de vadervriendelijkheid van het vers goed weergeeft?
EEN van de vooronderstellingen
van het geloof in G*D in TeNaCH mag dan zijn
het zich niet-herhalen van tijd, de onderlinge verbondenheid van de generaties is een ANDERE?
Een overvloedig nageslacht
vormt in de ogen van DEUT een beloning,
en in de ogen van alle oudere schrijvers gelden andere beloningen -
evenals straffen - die het nageslacht krijgt
als waren ze voor de voorvader zelf!?
Prediker kijkt hier allemaal veel moderner
en individualistischer tegenaan, om niet te zeggen
met een zekere afgunst:
je kunt het niet meenemen en als je het moet achterlaten,
wat heb je er dan aan?
In P. 6:1-3 heet het:
- "ER IS een kwaad dat ik heb waargenomen onder de zon,
en het drukt zwaar op de mens;
dat G*D een mens soms rijkdom, bezit en overvloed schenkt,
zodat hij aan niets gebrek heeft waarnaar zijn begeerte uitgaat,
maar G*D staat het hem niet toe ervan te genieten;
in plaats daarvan zal een vreemdeling ervan genieten?!
DIT is nutteloos en een smartelijk kwaad ...
ZELFS als een mens duizend kinderen verwekt en vele jaren leeft -
hoeveel dagen zijn leven ook moge tellen, 

- "Een ander ernstig kwaad is dit:
Hij moet heengaan precies zoals hij is gekomen?
Zoals hij uit de moederschoot is gekomen, ZO moet hij uiteindelijk ook heengaan, naakjt zoals hij is gekomen!
Hij kan niets van zijn overvloed met zich meenemen?
Wat heeft al zijn gezwoeg voor de wind
dan voor een zin?!" -
JOBS "NAAKT ben ik ..." eindigde met 'de naam van de Heer zij geprezen!'
Het equivalent in Prediker doet dat niet .............
Prediker vervloekt noch zegent G*D.
Hij vindt hem alleen ondoorgrondelijk en doet zijn best zich in te dekken bij elke speculatie, inclusief die over wijsheid en
rechtvaardigheid in
Pr. 7:13-18:
- "BESCHOUW het werk van G*D.
WIE kan recht maken wat HIJ gebogen heeft?
GENIET DAN in een tijd van voorspoed van de voorspoed en bedenk in een tijd van tegenspoed:
De EEN is niet minder dan de ANDERE het werk van G*D; daarom
kan een mens niets op hem aan te merken hebben!?"
{*}
"IN MIJN KORTE LEVEN heb ik deze beide gezien:
SOMS gaat een goed mens te gronde ondanks zijn goedheid,
en soms weet een onrechtvaardige het vol te houden ondanks zijn onrechtvaardigheid?!
Overdrijf het goede dus niet en gedraag u niet al te wijs, want
u zou wel eens versteld kunnen staan!
Overdrijf de onrechtvaardigheid niet en wees geen dwaas, want
u zou wel eens voortijdig kunnen sterven?
HET BESTE IS
het ene te grijpen zonder het andere los te alten, want
wie G*D vreest zal door beide zijn plicht
vervullen!?" -
OOK HIER trekt Pr. een leerzame vergelijking met Job,
die tegen zijn vrouw
zei in 2:10:
"Moeten we dan alleen maar het goede van G*D aannemen en
niet het kwade?", maar ...
hij heeft vervolgens wel iets 'op hem aan te merken'!?
De schandalige idee dat G*D zowel vriend als vijand is,
zowel schepper als vernietiger,
wordt hier terloops genoemd als niet veel meer dan een blijk van theologisch gezond verstand,
althans als we de vertaling kiezen, die hierin de middeleeuwse commentator Rasji volgt?
Het Hebreeuws is vaak onduidelijk.
De woorden die vertaald zijn met 'daarom kan een mens niets op hem aan te merken hebben'
worden elders vertaald met 'zodat we niets als vanzelfsprekend moeten aannemen' en in weer een andere vertaling met 'immers kan de mens van de toekomst niets ontdekken?' ...
De lezing van Rasji is tegelijkertijd vromer en gewaagder dan al deze moderne lezingen?!
Het ADVIES van Pr. -
wees goed maar niet TE goed, wees wijs maar niet TE wijs - is het ethisch gezond verstand dat hij afleidt uit zijn theologisch
gezond verstand ...
De meeste exegeten zijn het erover eens dat Pr.
een vreemde eend in de bijt is in de canon,
een boek dat er ten onrechte in is opgenomen?
Het is zelfs meer nog dan Job
een soort omkering van alles wat eerder
gebeurd is!
EN TOCH lijkt een dergelijke passage
waarschijnlijk meer op wat ouders duizenden jaren lang
hun kinderen hebben geleerd,
joodse en christelijke ouders die met hun kinderen naar synagoge of kerk lopen niet uitgezonderd!?
Maar heeft G*D iets te zeggen over deze levensmoede scepsis
ten aanzien van rechtvaardigheid en zijn beheersing van de loop
der gebeurtenissen en zo ja,
WAT?
Zal de hemel weer
door een storm verduisterd worden
en zal men weer die donderende stem horen
zoals in Job 38:1:
- "WIE IS HET die het raadsbesluit verduistert,
en spreekt zonder kennis?" -
Nee,
G*D laat Prediker in stilte voorbijgaan,
zoals ook Pr. G*D grotendeels in stilte voorbij laat gaan!
De beroemdste regels uit Pr. behoren tot de beroemdste regels
uit de hele Bijbel
{Pr. 9:11-12}:
- "Ik keerde terug,
en zag onder de zon dat de wedloop niet naar de snelste gaat,
noch de wedstrijd naar de sterkste,
en al evenmin het brood naar de wijzen,
of rijkdom naar de verstandigen,
of gunst naar de vaardigen;
maar tijd en toeval trof hen allen!
Want de mens kent zijn tijd niet:
evenals de vissen die door een onheispellend net worden gevangen,
en evenals de vogels die worden gevangen in een valstrik,
zo raken de mensekinderen verstrikt in een
onheilspellende tijd,
wanner hun die plotseling
overkomt!" -
Wereldlijker dan het wereldbeeld dat uit deze zinnen spreekt,
is niet voor te stellen?
Dat de snelsten de wedloop niet winnen,
is een soort ondermaatse, beneden-morele versie van de joodse klacht in Psalmen dat de rechtvaardigen lijden en de slechten beloond worden?
Wat Prediker onderuit haalt
met zijn zwaarmoedige welsprekendheid
is niet het verbond tussen Israel en G*D,
maar de visie uit Spreuken
dat inspanning
{op z'n minst symbolisch} beloning oplevert
{"GA tot de mier (...)"} ........
En het direct daaropvolgende vers -
waarin de dood niet wordt gezien als het gewone lot aan het eind van het leven, maar als een plotselinge, wrede strik in het midden van het leven -
is evenmin een aanval op het religieuze geloof ...
Prediker richt zich net als de schrijver van Job
op het algemene gedachtengoed van de wijsheid van het
Nabij Oosten, en niet meer op de specifieke tradities
van Israel!
Toch verschilt hij opvallend van de schrijver van Job,
want hij beschouwt G*D niet eens als een onderwerp van
doorslaggevend belang?!
En mocht G*D
het hier niet mee eens zijn,
dan laat hij dat niet
weten?

























Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende