'n zwiepje omhoog {rond ons twintigste levensjaar}
Er
is dus
duidelijk best wel
een verschil in vorm
& inhoud van 'n jong{er}
of oud{er} brein, mannelijker &
vrouwelijker hormonen, dwergachtigen~ & reuzengroei,
[on]gezondheid & [in]validiteit, rassen & volken,
talen & culturen.
Al
die genetische
potenties & banale
resultaten van onderscheiden
hopeloze huppelkutten & lamlendige lulhannessen,
lucratieve lesbo's & bananentrosseneters, mucho macho
homobi bonobo's, stropdassendragers
& maffe hoge hoeden
bezitters
.....
Ze
{WE}
hebben veel
verschillende capaciteiten
& [ook] veel overeenkomsten:
iedereen kan dat zien en horen?
Het is maar net waar je de nadruk op wilt leggen
& wat je al of niet wilt [en kunt]
horen, zien & op~
merken!
Geen wonder
dat we doorgaan
met 't verzinnen van nieuwe termen,
toepassingen & associatieve
'mumahobibokunsten'.
Voor
de zeer
langdurige opslag in
ons geheugen van al
die feiten & feitjes is
daarom dan ook wel de term
permastore
voorgesteld,
het is een metafoor
die recht doet aan de beleving
dat wat al heel lang ontoegankelijk & roerloos lag opgesloten,
nu weer vrij lijkt te komen met de geuren van destijds
& het kan iemand het gevoel geven
dat hij in zijn leven
een cirkel heeft beschreven
en nu in de ouderdom dichter bij zijn jeugd is
dan toen hij nog 'maar' veertig
of vijftig
was?
Experimenteel
onderzoek naar
dit 're-miniscentie~effect' maakt
vaak gebruik van cue-woorden:
proefpersonen krijgen een woord voorgelegd ~
zeg: 'kerk' ~ & ze vertellen 'n herinnering
die door juist dat woord wordt
opgeroepen.
Naderhand probeert
men die herinnering te 'dateren'.
Wie dit experiment met ouderen doet &
't aantal gereproduceerde herinneringen uitzet in leeftijd
die krijgt dan ook meestal 'n heel karakteristieke curve te zien!
De eerste paar jaren blijven 'leeg':
'eerste herinneringen' dateren
meestal van
NA
je derde.
Daarna
loopt die curve
steil op & bereikt 'n top rond 't twintigste levensjaar,
zakt daarna weer terug,
vlakt af
& vertoont zo nu en dan
alleen dus nog maar
helemaal aan 't einde
'n zwiepje omhoog:
't recentheidseffect!
Als proefpersonen het
verzoek krijgen om vijf uitgesproken levendige herinneringen na te vertellen,
herinneringen van het soort dat ze zeker zouden opnemen in hun mydiautobiografie
als ze die al ooit zouden schrijven, dan verdwijnt ook dat zwiepje omhoog, ten gunste van 'n
NOG
hogere piek
rond ons twintigste
levensjaar.
Wanneer dit
reminiscentie~effect precies inzet,
is onder psychologen nog geen uitgemaakte zaak;
over het verdere verloop van het effect,
eenmaal begonnen,
is dankzij onze vergrijzing
wel ietsje meer
bekend.
In
Nederland bereiken
ieder jaar ruim
600 mensen de leeftijd
van 100.
En
hoewel maar
iets meer dan
de helft van hen
er ook echt in slaagt
om 101 te worden
en het jaar daarop
weer de helft van de 101~jarigen
het gevecht tegen de sterftestatistiek verliest,
is er in Westerse samenlevingen nu
een cohort voorhanden van mensen
met zeer oude
geheugens.
DAT
gaf psychologen
de mogelijkheid om
nader te onderzoeken of
het reminiscentie~effect in de
hoge ouderdom nog weer
toeneemt of juist
toch verder
afvlakt.
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende