ZO
is hij
onze eeuwige Koning,
wiens rijk geen einde heeft.
Zo is hy onze GROOTE G D & Zaligmaker;
en door een innig en onveranderlijk bezit van alle volmaaktheden,
by uitnemendheid de HEERLIJKE, doch heeft ook, en moest die innige heerlijkheid werkstellig maken,
en doen doorstralen, waarom hy ook HEERSCHER genaamt word;
hy alleen konde borg worden, en zijn hart verpanden om zijn volk te verlossen.
Gelijk G d nadruklijk zegt: ZIJN HEERLIJKE ZAL UIT HEM,
uit Yehoedah of Ya'akov, ZIJN, EN ZIJN HEERSCHER UIT HET MIDDEN VAN HEM VOORTKOMEN:
IK ZAL HEM DOEN NADEREN, als Priester, om zijne ziel tot een schuld- en zoen-offer te stellen,
EN HY ZAL TOT MY, als Opperrechter en schuld-eischer, GENAKEN, blij- en vrij-willig zich op offeren,
en 't kruislijden ondergaan: WANT WIE IS HY?
Dat is, daar is niemant dan HY, DIE IN ZIJN HARTE BORGE WORDE, en voor den zondaar in sta,
OM TOT MY TE GENAKEN, en een volwigtig ziel-rantzoen, een G d verzoenend offer aan te brengen.
De innige, eeuwige, Godlijke heerlijkheid en magt, is dan JC eigen en eeuwigdurende,
maar zoud hy zich opofferen, hy moest zich vernederen en vernietigen, en de heerlijkheid voor een wijl
derven: daarom bid hy ook in zijn Hoogepriesterlijk gebed: VADER, VERHEERLIJK MY BY U ZELVEN,
MET DE HEERLIJKHEID, DIE IK BY U HADDE, EER DE WEERELD WAS.
Zo is hy ook na zijne diepe vernietiging wonderlijk verhoogd, en bekroont met eer en heerlijkheid.
Zo is hy gezeten aan 's Vaders rechterhand in de hoogste hemelen.
Zo is hy ingegaan in 't Heiligdom daar boven, een eeuwige gerechtigheid, aan- en toe-gebragt hebbende.
ZO IS HEM ALLE MAGT GEGEVEN, IN HEMEL EN OP AARDE.
Niet, dat hy te vooren geene magt hadde, want hy is en blijft, schoon hy een kind en mensch word, de
GROOTMAGTIGE G D, & VADER DER EEUWIGHEID, maar omdat hy nu uit zijne vernieting-staat verhoogd is,
en het kroon-recht ontfangt, dat hem in den vrede-raad was toegezegd, ALS HY ZIJNE ZIEL GESTELT ZOUD
HEBBEN TOT EEN SCHULD-OFFER.
Mindere magt konde en moest hy niet hebben, om in weerwil van 't hel-rijk zijn heil-rijk op te regten, en uit te breiden, tot aan het einde der aarde.
Mindere magt konde en moest hy niet hebben, om zijn kruisgezanten uit te zenden, kloekmoedig, onverschrokken, en voorspoedig te maken.
En wat zouden de H.Apostelen schromen, als hy, die hen uitzend,
alle magt heeft in hemel en op aarde?
De hemelen zullen hen moeten ten dienste staan:
de aarde, met alle haare inwoonders, zal 't heilrijk niet
verhinderen, hoe doldriftig die ook mogen woeden.
Het RIJKS-BESTIER van CHRISTOS begint hier op aarde, en bestaat in de bekeering,
vernieuwing, heilig-making, en rechtvaardigmaking des Zondaars, moet hier toe geen almagt,
en de arm des Heeren werk-zaam zijn? Het rijks-bestier van CHRISTUS had in zijn licchaam
dat nu open gezet, en door 't scheuren van 't voorhangsel,
vrijen toe-gang gegeven.
En waar toe bekeerde, heiligde, rechtvaardigde hy den gelovigen zondaar,
was 't niet, om hen van der aarde ten hemel over te brengen?
Was 't niet, om daar eeuwig met hen, en zy met hem te heerschen?
Moest 'er tot zulk een hemelsch rijk, niet een' oneindige Godlijke MAGT zijn,
in HEMEL en op AARDE?
Zoud ook iets, of iemant zo grootmagtigen Koning beletten, zijn rijk op te regten,
uit te breiden, en alles te doen, wat tot heerlijkheid, veiligheid,
zaligheid der zijnen
vereischt word?
Gelukkig onderdaanen
van zulken Koning!
Wie
zoude zijne
hemelwetten niet horen
en gehoorzamen, om het
volzalig genot der eeuwige
hemel-vreugd,
en eindlooze
heerlijkheid?
Ja,
ZO KON,
kan & zul
je 't ook kunnen
zeggen: zolang je
er maar doorheen
kunt blijven kijken en er niet
in vast blijft steken uit {r}evolutionaire 'blindheid & helderziendheid'
van die langvervlogen tijden & verwoeste streken van weleer,
want het is niet iets dat stil blijft staan maar dat
doorgaat in ons eigen dagelijks
leven dwars door alle
eeuwen & plaatsen
heen zonder
ophouden
...
't Is alleen maar 'n
voorlopige
wegwijzer
...
