ZIET, WAT SCHOONE STEENEN! ZIET, WAT HEERLIJKE GEBOUWEN!
En geen wonder, dat zulk een volkonstig huis, dat van louter marmer opgevijzeld, en als een geduurige zon vol schittering van goud en koper was, den geenen, die het aanzag, met licchaamlijke oogen, verwonderenswaardig scheen.
Maar "Mosjiach/Christos" ['de gezalfde verlosser/bevrijder'], als de Opperleermeester, nedergezeten op den Olijfberg, voorspelt de laatste en onherstelbaare verwoesting van dien Tempel, en zegt:
HIER ZAL NIET EEN STEEN OP DEN ANDEREN GELATEN, maar alles verwoest worden. en geeft tijd-tekenen, wanneer dit geschieden zal uit het Profeetisch woord.
Zo bedreigde hy weinig te vooren, de Schriftgeleerden en Farizeeen:
ZIET, UW HUIS, niet "G ds" huis, WORD U WOEST GELATEN, onherstelbaar vernielt!
Ik zal niet zeggen, dat op deezen berg in Gethsemane, de Heere zijn ziel-lijden onderging, en benauwd was tot den dood toe.
Ik ga voorby, dat hem de doldriftige krijgsknechten, onder het geleide van den heilloozen Yehoedah aka
Judas, hier gevangen, en geknevelt, weggesleept hebben.
Ik zwijg, dat alle de Discipelen hem in den uitersten nood alhier verlieten, en dat 'er by gevolg, geene bekwaamer plaats konde zijn, om allen dien hoon te verzetten, als deeze berg.
Beschouwt die groene boomen, waar mede dit gebergte praalt; daar staan de moedige palmboomen; daar lacchen de vette olijven ieder toe, en deeze streek schijnt van de natuur zelve verordent, & bekwaam
gemaakt, tot 's Heilands zegepraal!
De PALMBOOM, gelijk ieder weet, is een levendig zinbeeld van OVERWINNING, weshalven ouds tijds de krijgshelden, wedloopers, worstelaars, en allen, die hunne vijanden en wederstrevers hadden vernielt, of overwonnen, met PALMTAKKEN beschonken, en bekroont wierden.
Ziet, om alle anderen voorby te gaan, den Romeinschen Keizer of Veldheer, zeeghaftig wederkerende van de nederlage zijner vijanden: hy zit op den zegenwagen, hy is met palmkranssen vereerd, hy rijd vol-vrolijk naar het KAPITOOL, onder het vreugdgejuich van alle de aanschouwers.
Daarom komen ons de gelovigen, die den goeden strijd gestreden, en 't martel-lot voor de waarheid ondergaan hadden, in de OPENBAARINGE voor; BEKLEED MET WITTE KLEEDEREN, EN PALMTAKKEN IN DE HAND!
By het openen van 't VIJFDE ZEGEL, kwamen de geestlijke krijgsknechten wel voor, met LANGE WITTE KLEEDEREN, om dat die zinbeelden zijn van de heiligmakinge, vreugde, heerlijkheid; doch die tijds-omstandigheid hebben, noch krijgen zy geene PALMTAKKEN, om dat ze nog vervolgt, mishandelt, en gedood wierden, en meer overwonnen als overwinnaars scheenen: maar naar de roepinge der JOODEN,
en 't ingaan van de volheid der HEIDENEN, dragen zy PALMTAKKEN, om dat de vyanden verslagen, en zy
overwinnaars zijn.
Zo moest de rechtvaardige bloeien als een palmboom, die wel gedrukt, maar noit onderdrukt word.
Maar was de PALM zo heerlijk voorbeeld?
Hoe konde "Christos", die groote overwinnaar van Satan, zonde, hel, en dood, beter zege-zuil en schouw-toneel verkiezen, als deezen heerlijken berg, en onkreukbaare boomen, die hooger opschieten, als zy meest lijden moeten.
Maar wy moeten, en mogen de OLIJVEN niet onaangemerkt laten.
Die boomen verschaften niet alleen het voedsel der Tempel-lampen, en waren overzulks volgeestige voor- & zinbeelden der genade-gaaven, en verlichtinge des H.Geests, die nu stond uitgestort te worden,
als "JC" zoude ten hemel gevaaren zijn: maar de OLIJF-BOOM verbeelde ook VREDE & RUST.
Gelijk de HEIDENEN zelve, daarom hunne vrede-herauten, die den vyand vriendschap, en verbonds-
voorwaarden aanboden, eenen OLIJF-TAK droegen met WOLLE omwonden, MAAR indien zy den vrede verwierpen, schoten zy eenen bebloeden pijl of werp-spies in de stad, tot voorspel van bloedvergieting, en
verwoesting.
Hoe welvoeglijk past dan hier de OLIJF-BOOM, nu JC, JOOD & HEIDEN, den vrede met G d zal aanbieden,
en zijne Vrede-gezanten tot die geenen uitzenden, die G ds vyanden waren, maarde wederhorige, en on-bekeerlijke menschen, door de pijlen zijner oordeelen, en grimmigheid straffen.
Gelijk DAWIED zingt in Psalm 45: UWE PIJLEN ZIJN SCHERP ~ ZY TREFFEN IN 'T HART VAN 'S KONINGS MESSIAS' VYANDEN!
RACHASJ LIEBIE DAVAR TOV OMEER ANIE MA'ASAI LEMELECH LESJONIE EET SOFEER MAHIER:
In mijn hart wellen de juiste woorden op, m'n gedicht
spreek ik uit voor de koning,
m'n tong is de stift
van 'n vaardige
schrijver.
JIJ
bent de
mooiste van alle
mensen en lieflijkheid vloeit
van jouw lippen ~ G d heeft JOU
voor altijd gezegend.
Gord je zwaard aan
de heup, o held,
het teken van
jouw majesteit
en glorie.
Treed op
in je glorie en
begin de strijd voor waarheid,
deemoed en
recht.
Laat
je hand
geduchte daden verrichten.
Jouw pijlen zijn gescherpt & treffen
de vijanden van de koning
in 't hart.
Volken
vallen dood
voor jou neer.
Jouw troon is voor eeuwig en
altijd, o g d, de scepter van het recht
is jouw koningsscepter, jij hebt
gerechtigheid lief &
haat het
kwaad.
Daarom
heeft G d,
jouw G d, jou
gezalfd met vreugde~
olie, als geen
van jouw
gelijken.
Jouw
gewaden geuren
naar mirre, aloe & kaneel,
muziek die jou verblijdt, klinkt uit
ivoren paleizen, juwelen sieren de dochters
van koningen, rechts van jou staat
de koningin, getooid
met goud
uit Ofir.
Luister,
dochter, zie
en hoor, vergeet
jouw volk en 't huis
van je vader.
Begeert
de koning
jouw schoonheid, buig
voor hem, hij is
jouw heer.
Dochter
van Tsor,
met geschenken zoeken
de rijksten van het volk
jouw gunst.
Stralend
wacht de
koningsdochter binnen,
van goudbrokaat is
haar mantel.
Een
kleurige stoet
brengt haar naar
de koning, in haar gevolg
de meisjes, haar
vriendinnen.
Zij
worden naar
hem toe gebracht;
begeleid door gejuich
en vreugdezang gaan zij
het paleis van
de koning
binnen.
Jouw
zonen volgen
je voorouders op, jij
laat hen heersen
over heel
't land.
Ik
zal jouw
naam bezingen, geslacht
na geslacht, alle volken
zullen jou prijzen,
eeuwig en
altijd.
Van
banaal naar
sacraal: van lokaal
naar universeel
"mosjiach"
...
