Hoe wakker,
hoe bezig is de Joodsche Raad,
hoe stout op de verkregene wacht!
Alreede
zegepralen de Jooden;
alreede wederhouden de krijgsknechten
den gestorven Yesjoe.
Zy bezetten den grafkelder,
zy bezien den wentelsteen, zy vinden dien in de zelve plaats,
op dezelve wijze, zonder eenigzins bewogen te zijn geweest,
en verzekeren het graf met onverbreeklijke zegelen,
om Jooden en Romeinen af te schrikken,
en den voorgewenden lijkroof
onmooglijk te maken.
Wie kan
zonder Oppermajesteitschennis,
die zegelen schenden?
Wie,
zonder in eenen onvermijdlijken dood te lopen,
door de krijgslieden
heenen dringen?
Wie den zwaaren wentelsteen,
zonder ontdekt,
en gevat te worden,
van den grafmond afwentelen?
Buiten dit,
was 't onmooglijk het licchaam weg te nemen:
want de rots, waar in het graf uitgehouwen was,
konde van achteren niet doorbroken worden,
en maakte het begraven licchaam
ongenaakbaar.
Wat kan
de menschlijke voorzichtigheid meer wenschen,
om den Raad gerust te stellen?
Indien Yesjoea
in 't graf besloten blijft,
en in weerwil van alle deeze voorzorg, niet verrijst, zal hy,
buiten tegenspraak, de grootste Verleider zijn, die oit gevonden wierd,
want hy tot bewijs zijner leer en kracht gezegt heeft,
IK ZAL TEN DERDEN DAGE
WEDER OPSTAAN.
Indien Yehosjoea
in 't graf besloten blijft,
ZO IS ONS GELOOF YDEL,
EN WY ZIJN NOG IN ONZE ZONDEN,
ZO ZIJN DAN OOK VERLOREN ALLEN, DIE IN HEM,
EN OP ZIJN BORGRECHT,
ONTSLAPEN zijn.
Hoe wonderwijs is G dsbestier,
dat gy, o Jooden, eene waarheid van hoogwigtig aanbelang,
dus zorgvuldig versterkt, en verzegeld,
om u zelven den mond
te stoppen.
Want
zo JC opstaat,
daar gy alles hebt gedaan,
om hem in 't graf te houden,
zo moet hy de Vorst des levens zijn, en gy Messiasmoorders, en G dbestrijders:
zo is ons geloof vast en zeker: zo is
deezen gestorven, onze
gerechtigheid en
zaligheid.
Bewaakt,
bewaart dit graf
en licchaam dan, Romeinsche
Krijgsknechten, hoe gy vlijtiger wacht houd,
hoe gy ons geruster stelt, en de waarheid
heerlijker doet
doorstralen.
Wy
roepen u
tot getuigen, dat
gy van de Jooden aan dit graf zijt gesteld,
om daar in den gekruisten Yesjoe
te bewaren.
En wie kan daar aan twijfelen,
die al deezen toestel, heirtogt, drom van krijgsknechten,
zegel-aanhechting, hof- en graf-bezetting,
en yver der Raadsheeren ziet?
Geen Jood
zal noch kan
dit ontkennen, en was 'er een zo vermetel,
wy zouden hem overtuigen met den brief van Pilatus aan den Keizer, TIBERIUS, waar in de Landvoogd, onder andere, zegt: ZY HEBBEN HEM, YESJOEA, GEKRUIST, EN WACHTERS BY ZIJN GRAF GESTELT:
dus legt de groote Hoogepriester gerust en zeker in 't graf, in verwachting van eene heerlijke opstanding,
gelijk hy dus word afgemaalt: MIJN VLEESCH, of licchaam, zegt hy, ZAL ZEKER WONEN,
WANT GY ZULT MIJNE ZIEL IN DE HELLE, of 't graf, NIET VERLATEN, GY ZULT NIET TOELATEN,
DAT UWE HEILIGE DE VERDERVINGE ZIE,
of onderworpen zy.
'T is zo verre dan
daar van daan, dat wy
ons des Gekruisten zouden schamen,
dat wy in tegendeel zijn lijden en dood stellen tot een grond van onz vertrouwen, en besluiten,
dat YEHOSJOEA GESTORVEN EN BEGRAVEN ZY VOLGENS DE SCHRIFTEN, om ons te verzekeren,
dat hy de waare Hoogepriester zy,
die zijne ziel gestelt heeft
tot een schuld-offer.
'T is zo verre van daan,
dat hy een VERLEIDER zoude zijn, dat in tegendeel zijn doen, zijn lijden,
zijn woord, zijn kruisdood, zijn graf, en alles wat hy geleert, geleden, gedaan heeft,
door Mosjeh en de Profeeten voorspeld zy:
is dan MOSJEH een Verleider?
Zijn de PROFEETEN bedriegers?
Want die hebben ons alle die kentekenen van den Masjiach gegeven.
Hebben zy de waarheid voorspelt?
Zo is YESJOEA geen VERLEIDER,
maar de waare HEILAND en HOOGEPRIESTER,
die ALLEEN recht heeft on tot G d te NADEREN,
en ons met vrijmoedigheid
tot G d te doen naderen,
als eenen verzoenden G d,
en Vader.
Toont ons dan
eenen ANDEREN, o JOODEN!
in wien MOSJEH en de PROFEETEN vervuld zijn,
of erkent onzen gekruisten Yesjoe voor den
langbeloofden VERLOSSER
Yisraeels.
HET
principe is
heel 'eenvoudig menselijk':
van alle tijden, plaatsen,
omstandigheden!
Mensen
noemen die natuurwetten 'g d':
een kwestie van oorzaken
en gevolgen?
Het 'kwade'
veroorzaakt ziekte,
ongeduld, haast, hebzucht,
huichelarij, haat &
heel veel
ellende.
Het
'goede' is
de bron van gezondheid,
genezing, geduld, mededeel-
zaamheid, eerlijkheid
& waar
'gnot'!
Elke religie,
iedere tijd, alle talen, culturen
maakt/maken daar op den duur
eigen versies van die
verouderen &
vervagen?
Voor
het eerst
in de geschiedenis
van de mensheid komen nu
'via wetenschap & wijsheid' die bronnen in ons samen
als we ons ervoor openstellen: ware 'gelovigen' oefenen
verdraagzaamheid & liefde voor elk ander;
het is gewoon een kwestie
van bevruchting als
zaad~ en eisprong,
maar dan
geestelijk!
Er
zijn simpel
gezegd [zwart/wit]
'goede' & 'slechte' mensen, en we kunnen
altijd beide kanten op, afhankelijk van omstandigheden,
innerlijke/uiterlijke invloeden: 't "onbekende
goede" noemen we 'g d' &
't "onbekende kwaad"
Satan de
Duivel!
Yehosjoea
riep mensen
in zijn levensjaren
op tot 'de Vader' {"Moeder"}
als 't tegenovergestelde van 'de leugenaar',
afgoden, Be'elzebub,
'ba'al zwoeviem',
'de Ba'al'
e.d.
Een
ieder zoeke
[en vinde] die
symboliek die bij
hem/haar past: die
keuze hebben we
vroeger of
later
...
