mydimoord & ~doodslag tussen ~ruines & ~lijken 18+


OOK
in Yesjayahoe 17
zien we dat juist in de benauwdheid
de weg naar de Heer van de Schepping
weer opengebroken
kan worden?

In
DAT
hoofdstuk
wordt ook het oordeel
van de Heer van de Natuur over Israel
getekend!

Het zal
ZO zwaar zijn,
dat Ya'akov nog maar een schim van zichzelf zal zijn.
Er blijft niet veel van hem over.
Het oordeel van G D gaat over hem heen
zoals bij het afslaan van olijven.
DAN blijft er niet veel meer aan de boom zitten:
twee of drie vruchten boven in de top en vier of vijf aan de takken.
DAT is ALLES wat ervan
overblijft ...

MAAR
DAN, zegt yhwh,
in DIE benauwdheid, zullen de mensen weer opzien 'naar hun Maker'
en 'hun richten op Israel's
Heilige?

DAN
zullen ze niet meer opzien naar hun altaren,
naar het maaksel van hun eigen handen, naar het product van hun eigen vingers:
hun afgoden ...

DAN
komen ze er pas goed achter,
dat AL hun zelfgefabriceerde zekerheden waardeloos zijn
en dat ALLEEN 'de Heer' yhwh, de G D van Israeel,
een WAARACHTIG schild is en ZO
'het Leven garandeert'!

DEZE
'myDiGANG door de profeten'
liet er iets van zien HOE DEZE Heer oordeelt over mydimensen
die NAAST HEM ook hun vertrouwen op 'iets anders'
stellen?

Vandaag de mydidag
hebben we nog STEEDS met dezelfde
problematiek te maken!

We doen er dus goed aan
om bij onszelf na te gaan, of er van 'die dingen' in ons leven zijn,
waarop we vertrouwen, van de extra superzwemvesten die we voor 'de zekerheid'
maar 'bijtijds' omgedaan hebben om
'op SAFE te spelen'?

ALS dat zo IS,
laten we ze dan uittrekken en wegdoen!
DAT is toch veel beter dan dat ze ons VAN HET LIJF GERUKT
moeten worden?

OF,
zoals dat ongeveer
2700 jaar geleden
'klonk':

{I}
mase damasek:
hineh damasek moesar mee'ier wehayetah me'ie mapalah; azoebot arei aroeer la'adarim tiheyeinah
weravtsoe we'ein macharied; weniesjbat mievtsar mee'efrayiem oemamlachah miedamasek oesjear aram kiechvod bnei-yisraeel yiehyoe ne'em tahweh tsvaot; wehayah bayom hahoe yidal kevod ya'akov oemisjman besaro yeerazeh; wehayah ke'esof katsir kamah oezro.o sjibalim yiktsor wehayah kimlakeet sjibalim be'eemek refa'im; wenisjar-bo oleelot kenokef zayt sjnaim sjlosjah gargerim berosj amir arba'ah chamisjah periyah neoem-yhwh elohei yisraeel; bayom hahoe yisjeh ha'adam al-oseehoe we'einav al-kedosj yisraeel tireinah; welo yisjeh el-hamizbechot ma'aseh yadav waasjer asoe etsbaotav lo yireh weha'asjerim wehachamanim
{VIII}

Profetie
over Damascus:
De stad Damascus zal niet meer bestaan,
het zal een bouwval en een ruine worden.
De steden van Aroer liggen verlaten,
ze zijn het domein van weidend vee en niemand die de kudden verstoort.
Efraim heeft zijn vesting verloren en Damascus zijn koninkrijk;
Arams luister zal vergaan als die van Israel - spreekt de Heer van de hemelse machten.
Op die dag gaat Jakobs luister teloor,
het vet van zijn lichaam slinkt weg.
Het is of men de rijpe oogst binnenhaalt en met de hand de aren afsnijdt,
het is als aren lezen in het dal van Refaim: slechts een laatste rest blijft over,
zoals bij het oogsten van olijven: twee, drie rijpe vruchten boven in de top, vier, vijf nog aan de takken van de boom - spreekt de Heer, de G D van Israel.
Op die dag zal ieder de blik op zijn maker richten, naar de heilige van Israel de ogen opslaan.
Men zal zich niet meer wenden tot zelfgemaakte goden en hun altaren,
geen oog meer hebben voor zulk mensenwerk,
voor Asjarahpalen en
wierookaltaren.

{IX}
bayom hahoe yihyoe arei maoezo kaazoevat hachoresj wehaamir asjer azvoe mipmei bnei yisraeel wehayetah sjemamah; ki sjachachat elohei yisjeech wetsoer maoezeech lo zachart al-keen tit'i nitei naamanim oezmorat zar tizraenoe; beyom niteech tesagsenoe oevaboker zareech tafrichi need katsir beyom nachalah oecheev anoesj; howi hamon amiem rabiem kahamot yamiem yehemayoen oesjeon leoemiem kisjeon mayiem kabiriem yisjaoen; leoemiem kisjaon mayiem rabiem yisjaoen wega'ar bo wenas mimerchak weroedaf kemots hariem liefnei-roeach oechnalgal liefnei soefah; le'eet erev wehineh balahah be terem boker einenoe zeh chelek sjoseinoe wegoral levozzeinoe ...
{XIV}

OP DIE DAG
zijn hun vestingsteden doods en uitgestorven -
de stilte van een uitgestrekt bos.
Een woestenij zal het er zijn, verlaten,
zoals destijds de steden bij de nadering van Israel.
Want je bent de G D van je redding vergeten,
de rots waarop je steunde, heb je verontachtzaamd.
Je hebt fraaie tuinen aangelegd en stekken geplant voor vreemde goden.
Op de dag dat je plant, zie je ze opkomen,
op de morgen dat je zaait, zie je ze bloeien.
Maar heel je oogst gaat verloren,
op die dag van rampspoed en
ondraaglijke pijn.
WEE!
Vele volkeren bulderen
zoals woeste zeeen bulderen,
taltijke naties razen
zoals kolkende watermassa's razen;
de volken razen woest, zoals het wildste water raast.
Maar als G D zijn stem verheft, vluchten ze ver weg.
Ze stuiven uiteen, als kaf op de wind in de bergen,
als dwarrelende bladeren in de storm.
Wanneer de avond valt, komt de verschrikking,
VOOR de morgen aanbreekt zijn ze weggevaagd.
DAT is het lot van hen die ons beroven,
DAT is het deel van
plunderaars.

liefdesverdriet
07 apr 2006 - bewerkt op 14 mei 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende