mydimelk van de koe en de geit uit liefdadigheid?
~*~
'DE
andere
[altruistische] kant
van de mydimedaille:
de behulpzame
gelukzoeker'
~@~
HIER
& NU
voor de broodnodige verandering
toch nog maar even kijken naar de andere kant
van de medaille.
We
hebben
onze competitiedrang
altijd moeten matigen
doordat we met anderen samen waren,
want buiten stamverband konden we
als zelfstandig individu
zelden overleven.
Naast
een diepgewortelde
wens om te winnen,
hebben we een even fundamentele,
aangeboren drang om anderen
te helpen.
Er
wordt vaak gezegd
dat dit onder dwang van de moraal geschiedt,
maar de waarheid is dat 'behulpzaamheid'
in onze aard ligt.
Anderen
helpen maakt ons gelukkig.
Niet omdat brave mensen ons hebben geleerd hoe we ons behoren te gedragen,
maar omdat we biologisch zo zijn toegerust dat we onszelf een plezier doen
door anderen bij te staan: ook dat kunnen we
terugvinden
in myDi!
Altruisme
lijkt misschien wel onzelfzuchtig,
maar in werkelijkheid is het even zelfzuchtig
als competitief gedrag.
Als
we ons gelukkig voelen
door bijvoorbeeld een vriend te helpen,
dan komt dat doordat de evolutie ons heeft geleerd
dat stamleden die elkaar bijstaan,
de groep als geheel sterken
kunnen maken.
Een
individu kan in zijn eentje
geen groot dier doden;
en een enkel individu kan ook geen hut bouwen,
een feestmaal aanrichten,
of een nederzetting
verdedigen.
Individuele
stamleden gedijden alleen
als de hele stam het goed deed,
en om dat te bereiken, moest ieder
zijn/haar steentje
bijdragen.
Passieve
medewerking,
afgedwongen door dreigementen en intimidatie, was niet genoeg;
er was iets meer
voor nodig.
Zelfs
de meest dominante leden van de stam
- degenen die de onderlinge gevechten hadden gewonnen -
moesten hun ondergeschikten beloningen in het vooruitzicht stellen
om ervoor te zorgen dat de groep
efficient bleef samenwerken?
Tegenwoordig
zien we deze drang tot samenwerking
op het werk in veel verschillende
contexten.
Voor
de meeste directieleden
is het toekennen van een loonsverhoging of bonus
een plezierige bezigheid,
terwijl het ontslaan of het lager belonen van een werknemer
dat niet is!
De
meedogenloze superieur
die liever met harde dan met zachte hand regeert,
is meestal een onaangenaam mens,
die om persoonlijke redenen
niet in staat is vreugde te beleven
aan een prettiger
samenwerking.
OOK
in het dagelijks mydileven
kunnen gebaren waaruit bereidheid tot samenwerking spreekt,
een merkwaardig aangenaam, kortstondig geluksmoment opleveren,
zoals wanneer een bestuurder tijdens grote verkeersdrukte
een auto uit een zijstraat de kans geeft
om in te voegen of een nieuwe 'mydi'er' verwelkomd wordt
door de 'oude rotten'.
Zo'n gebaar is veel waard in een
frustrerende of nieuwe
situatie.
In
een groter verband
bestaat het wijdverbreide fenomeen
'liefdadigheid'.
Sommigen
zijn in staat de hele mensheid te beschouwen
als leden van hun eigen stam.
Ze
zetten zich vaak in
om hun 'stam' op grote schaal
te helpen.
Alle
humanitaire organisaties werken
vanuit deze basis.
Als
er voedsel wordt gestuurd
naar een hongerend volk of als hulp na een tsunami,
ervaren zij een geluk dat voortkomt
uit hun vermogen om zo'n volk
of die getroffen mensen
in verschillende landen
te zien als een verlengstuk
van hun
eigen
gemeenschap.
Misschien
zeggen ze dat ze dit werk doen
op grond van een morele of religieuze overtuiging,
maar in werkelijkheid gehoorzamen ze aan een gemuteerde vorm
van het oeroude
'hulpgebod'!
Ze
helpen anderen
niet omdat ze dat hebben geleerd:
ze helpen omdat ze tot een behulpzame
soort behoren.
Er
is een
NOG extremer versie
van dit altruistische geluk:
veel mensen voelen niet alleen maar mee met de mensheid,
maar gaan nog verder.
Natuurbeschermers
proberen hun hele leven bepaalde dieren voor uitsterven te behoeden,
en dierenbeschermers zetten zich in voor het welzijn
van o.a. huisdieren?
Bij
zulke mensen
is de drang om andere soorten te helpen vaak heel sterk,
en bij figuren zoals Volkert en Mohammed wel wat TE sterk,
en zij kunnen zich blijkbaar bijzonder gelukkig voelen
als een dier uit gevangenschap
terug kan keren naar zijn habitat
[hoe verwrongen dat er soms dan ook
uit mag komen],
als een zeldzaam dier
voor uitsterven wordt behoed,
als een boerderijdier o.i.d. betere
leefomstandigheden krijgt
of als er
voor een zwerfhond
een nieuw baasje wordt
gevonden!
Voor
DEZE mensen
is de symbolische gelijkstelling tot het UITERSTE doorgevoerd,
waarbij de beschermde dieren,
mensen en zelf planten
staan voor
'stamleden'.
De
macht
van het symbolisch denken
is ZO groot dat we onze bronnen van geluk hiermee
drastisch kunnen
uitbreiden.
Toen
ik echter mensen interviewde
die zich met hart en ziel aan deze activiteiten wijdden,
trof ik ook al gauw een zwak punt aan in hun betoog:
in theorie zouden deze mensen bijzonder vrolijk moeten zijn?
Ze hebben de bronnen van altruistisch geluk ZO sterk uitgebreid
dat hun levenskwaliteit er veel beter op had
moeten worden!
In
werkelijkheid echter
zijn ze vaak heel gespannen en depressief,
in plaats van dat ze overlopen van vreugde omdat ze
op zo grote schaal
'goed doen'.
Waarover
straks, later of morgen
misschien wel weer [alweer] wat meer:
het is al bijna donker, de pijn van de getrokken 'derde' tand is wat minder geworden
en ik ga een laatste sigaret roken in de tuin waar ik ongetwijfeld
de [on]nodige slakken zal verpletteren met
mijn negentig kilo.
Sleep well,
sweet dreams &
see you next time.
Maybe.

Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende