~ 'de
zondares
met de zalfpot' ~
[die de klok had horen luiden
EN wist waar de klepel
hing
...]
HET
myDiVerhaal
van de ontmoeting
van Yehosjoea met deze vrouw bevat latente,
ook indirecte trekken van een mydigeschiedenis
over de relatie tussen twee mensen, waarin zich de liefde van G D voltrekt?
De vrouw drukt haar kreet om hulp uit door middel van tranen
en gebaren!
Tegelijkertijd verricht ze aan Yesjoea een weldaad: ze laat haar tranen over zijn voeten lopen
en droogt ze met haar haren af.
Ze kust zijn voeten ...
Vervolgens zalft ze zijn voeten met een kostbare geurende olie
die ze heeft meegebracht!
MEN
was gewoon
om gasten te eren
door hen de voeten te wassen en te zalven!
Wat de gastheer HAD kunnen doen om Yesjoe eer te bewijzen, DOET deze vrouw,
die niet is uitgenodigd en geen water en geen handdoek tot haar beschikking heeft ...
Yesj wijst daar de kritisch toekijkende gastheer Sjimon op:
HIJ mag dan weliswaar 'correcter' dan deze 'zondares' leven volgens de tora,
maar ZIJ heeft hem eer en grote liefde bewezen:
"Met een kus heb jij me niet begroet; maar ZIJ heeft, sinds ik hier binnenkwam, onophoudelijk
mijn voeten gekust!"{LUCK 7:45} ...
DURE
zalfolie
heeft ze voor hem meegebracht,
de gastheer zalfde hem zelfs niet met olie
voor het dagelijks gebruik?
"Haar zonden zijn haar vergeven,
al waren het er vele: want zij heeft
veel liefde betoond!"[LUCK 7:47] ...
ZIJ
heeft
in haar vernedering door de prostitutie
de kracht tot liefde,
die G D naar de aarde toehaalt,
niet verloren!
ZIJ
heeft
gestreden:
het is een manier
om te laten ZIEN
hoe ze vecht voor haar waardigheid,
dat ze zich onuitgenodigd toegang verschaft tot een gastmaal,
om haar nood en haar liefde tot Yehosjoea
tot uitdrukking te
brengen.
ZIJ
noch Yesjoea
noch de vrouwen en mannen
die deze mydigeschiedenis later hebben doorverteld
vinden de erotische nuances in de relatie tussen deze vrouw en Yesjoea problematisch.
Pas LATERE christelijke geringschatting voor het lichaam maakt scheiding
tussen erotiek en de liefde, waartoe G D de mensen
in staat heeft
gesteld?
HET
'christendom'
wordt dikwijls als de
'religie van de liefde' aangeduid
en daarmee afgebakend ten opzichte van het jodendom,
dat ommers volgens de 'exheidenen' behoorde bij de
'G D der wrake'?
Tegelijkertijd
werd met de uitdrukking "G D van de liefde"
een dualistische scheiding tussen geest en lichaam,
hemels en aards, G d's daden
en menselijk handelen
aangebracht!
De
oorspronkelijk
eenduidige opvatting van liefde
werd steeds meer gepolariseerd en tenietgedaan ...
Henelse, zich erbarmende liefde van G D, die 'van boven' komt,
werd als
agape of in het Latijn
caritas gezien
en tegenover de aardse, op begeerte en lust gerichte
liefde,
de
eros gesteld?
In de gemeenschap rond Yehosjoea
heeft de opvatting van liefde een andere functie,
die in een middeleeuws lied als volgt wordt omschreven:
"Ubi caritas et amor, ibi Deus est".
Waar de liefde in de complete zin van het woord aanwezig is, DAAR is g d aanwezig!
Het is juist DEZE opvatting van liefde die men
ook aantreft in de Hebreeuwse bijbel,
als die spreekt
over liefde.






