~*~
Adam
had geen kleren aan
en liep naakt in 't rond
gaf een naam aan ieder ding
dat hij ook maar
vond?
Ewa
snoepte van de vrucht
en vond dat best fijn
gaf ook Adam er een hapje van:
't was een waar
festijn!
Yesjoe
had geen sokken aan
of een onderbroek
maar was er een schaapje kwijt
dan ging hij op
zoek
...
Miryam
hield van hem,
(en hoe!] dus toen hij gestorven was
ging ze naar zijn grafgrot toe:
't was haar bang
te moe ...
Adam
zijn wij allemaal,
Ewa bovendien,
en door ons verleden heen
zien wij door hun ogen ook:
wat doe ik
en hoe?
Geven
namen aan elk ding
dat we tegenkomen,
nemen hapjes onderweg:
laten water over akkers
stromen!
Zijn
we elkaar dan eens kwijt
[of onszelf misschien?] dan gaan we
op zoek naar hem of haar en we vinden
telkens weer dat zij allen ook in ons
aanwezig zijn: Adam, Ewa, Yesjoe,
Miryam
...
Namen
geven, eten, drinken, zoeken, vinden:
eenzaamheid en samen delen ~
wij zijn niet alleen meer,
maar
...
met
Velen!
~@~


