~*~
BIJ
HET BEGIN
van zijn publieke mydioptreden
heeft Yehosjoea twee broers,
beiden vissers,
uit hun gezin en werk
tot zich geroepen:
Andrai en Sjimon
volgens Mark 1:16-18 ...
Sjimon
krijgt later de naam Petros
[afgeleid van het Aramese woord
kefa];
het Griekse woord
petros betekent steen of
rotsblok.
'Op deze rots
zal ik mijn gemeente bouwen',
zegt Yesjoea tegen hem in Mattai 16:18,
nadat Petros in Caesarea Philippi [Panyas/Banyas]
en de voet van de berg Chermon en bij de bronnen van de rivier de Yardeen
heeft beleden dat Yesjoe Masjiach en
'zoon van g d' is.
Deze nieuwe naam
en de daarmee verbonden 'sleutelmacht' om 'binnen te komen'
en 'te ontbinden', wordt hem blijkbaar plechtig verleend:
hij moet de door Yesj gestichte gemeenschap 'bijeenhouden'
en steeds weer 'bijeenroepen',
hij moet haar 'leiden en
de weg wijzen'?
Als men
in de traditie van de evangelies
al kan spreken van een opvatting over ambt en leiding geven,
dan vindt die zijn grond in deze opdracht van Yehosjoea aan Petros,
en later treedt die duidelijk aan de dag in de 'eerste preek'
die deze rotssteen na Pinksteren [het Wekenfeest]
in Yeroesjalayiem houdt volgens
HAND 2:
14-36!
Maar deze grootse rol van P.
als stichter en leider van de 'eerste kerk'
staat in schril contrats met een ander feit uit de 'lijdensgeschiedenis',
dat door alle vier evangelisten in detail wordt verteld:
de verloochening van Y. door P. in de 'voorhof
van de joodse Hoge Raad'?
-
-
P., deze rots van trouw en uitverkiezing,
verklaart enkele keren publiekelijk dat hij Y.
NIET KENT!
-
-
Terwijl de aangeklaagde Y.
wordt bespot en geslagen en zijn veroordeling tot de dood door kruisiging
tegemoet ziet, verklaart P. dat hij met hem
NIETS te maken heeft.
-
-
"Ik ken die [mydi]mens niet!"
[MAT 26:72] ...
-
-
DEZE
tegenstelling
tussen de opdracht
en de even tevoren volmondig afgelegde belofte [Mat 26:33,35] enerzijds
en het werkelijk gedrag anderzijds
raakt een van de diepste uitdagingen van
het 'christelijk
geloof'?
Tegelijk
behoort het tot de waardigheid van de christelijke traditie,
dat deze verloochening van Y. door P.
NIET verschoond of verdoezeld wordt, zoals dat in veel
heldensagen gebeurt ...
-
-
Ze maakt alleszins DEEL UIT
van de geschiedenis van "Y"!
-
-
Dezelfde man
die Y. kort voor zijn gevangenneming nog eens hardop bezweert
dat hij bereid is om voor hem te sterven is DEZELFDE die zijn 'heer en vriend'
niet wil kennen EN
nooit gekend
heeft!
-
P.
behoort
volgens de verschillende verslagen
tot diegenen die
-in de taal van de duistere twintigste eeuw -
NIETS hebben geweten,
niets hebben gezien
en niets hebben gehoord;
DAT is de betekenis
van het in de eerste plaats juridische begrip
'verloochening'?
Degene die hij wilde navolgen,
die hij nadrukkelijk beschouwde als de 'beloofde masjiach',
wordt in gevangenschap weggevoerd, gemarteld
en ter dood gebracht!
P., de hartstochtelijke 'rots',
steeds weer vooroplopende vriend van Y.,
de man die voluit leefde vanuit de 'messiaanse praxis' -
EN P., de consequent-geraffineerde leugenaar,
die alles wat hij had beleefd en gehoopt,
van nul en gener waarde verklaart
in het ogenblijk
dat hij zichzelf bedreigd voelt
en OOK slachtoffer zou kunnen worden van
'de nieuwe levenspraktijk' ...
-
De
vingerwijzing
die hierachter steekt
- de confrontatie van waarheid en leugen,
van een visioen van het leven in zijn volheid voor ALLE mensen
EN van een ervaring,
die niets dan moeiten, lijden tot marteling toe,
angst en dood met zich meebrengt -
behoort tot het hart van
'het geloof'.
-
Wat
christenen
onder het grote,
oneindig misbruikte woord 'kruis' ervaren,
reflecteren en proberen 'na te leven',
wordt HIER zichtbaar?
De omstreden figuur
met de naam Petrus is een verwijzing naar de ontzaglijke moeiten
die mydimensen, die in de loop van de geschiedenis van het christendom
'de weg van Yesjoe'
hebben willen volgen, hadden en hebben
te verwachten!
-
De
slavin,
die Petrus in de hof ziet
en die hem al eerder in het gevolg van Yesjoea heeft gezien
en/of hem aan zijn dialiect herkent,
wil hem niet bij de autoriteiten verraden,
maar richt zich direct
tot hemzelf ...
-