mydibenauwdheid & ~verlossing: lood om oud ijzer??


~@~


DAN
gaat onze
goddelijke natuur handelen
volgens de regel:
wie niet horen wil moet
leren voelen!

Hij brengt
het volk in druk en benauwdheid.
En dan blijken al die andere steunsels en kreunsels volkomen waardeloos te zijn
en juist bij te dragen aan
de ondergang.

OMDAT jullie
vertrouwden op het grote aantal van jullie helden,
keert het krijgsgeweld zich tegen jullie en worden al jullie vestingen verwoest
volgens HOSJ 10:13, 14 zoals in het vorige mydiverhaaltje beschreven staat in de myditaal
van bijna 2500 jaar geleden?

DAT is "G d's ironie" ...
Datgene waarop een mydimens vertrouwt
en waar hij zijn veiligheid op baseert, sleurt hem mee in het verderf.
Dan roept men de Ba'al wel aan, maar DIE
kan niet HELPEN!

DAT ondekt een mens
als zijn leven in druk komt te verkeren
en uit zijn voegen gelicht wordt ...

DAN ontdekt hij
dat alle zekerheden waarmee hij zichzelf omgeven had
en waaraan hij zijn bestaan verankerd had,
alleen maar zekerheden LEKEN
maar het in werkelijkheid
NIET zijn ...


~@~


Als
de Werkelijkheid
ons bij de kraag pakt en door elkaar rammelt,
vallen al onze afgoden ons EEN voor EEN
uit de handen!

Maar in die
ontreddering die ons DAN aangrijpt,
is er tenminste de mogelijkheid om tot inkeer te komen en te erkennen
dat er GEEN ANDERE zekerheid en geen andere redder is
dan 'yahweh' aldus HOSJ 13:4 ~
"We'Anochie Yhwh eloheicha mee'erets Mitsrayiem we'elohiem zoelatie lo teeda, oemosjia ein bieltie!"
"Maar IK, de Heer, ben jouw g d al sinds Egypte, en met andere goden mag jij je niet inlaten;
buiten MIJ is er NIEMAND
die je redt!"

DAAROVER gaat het
in het slothoofdstuk van HOSJ 14:2-9 ~
"Sjoevah Yisraeel ad yahweh Eloheicha, kie chasjleta ba'aonecha;
kechoe iemachem devariem wesjoevoe el-yahweh: iemroe eelaw kal-tiesa awon wekach-tov
oenslalmah faraiem sfateinoe:
Asjoer {"Koerdistan"?} LO yosjie'einoe al-soes lo nierkav welo-nomar OD eloheinoe
lema'aseh yadeinoe asjer-becha yeroecham yatoem;
erpa mesjoevatam ohaveem nedavah kie sjav apie miemenoe;
ehyeh chatal leyisraeel yifrach kasjosjanah weyach sjarsjaw kalevanon;
yeelchoe yonkotav wiehie chazayt hodo wereicha lo kalevanon;
yasjoevoe yosjvei vetsilo yechayoe dagan weyifrechoe chagafen zichro keyeeyn levanon;
efrayiem kah-lie od la'atsabiem anie anietie wa'asjoerenoe anie kievrosj ra'anan
miemeenie peryecha niemtsa!"

HIER zegt
de Heer tot zijn volk,
dat gebeukt en geslagen is: door JULLIE ongerechtigheden zijn jullie gestruikeld.
Belijd je schuld NU en zeg tot MIJ: vergeef toch
al onze schuld!

We zijn tot het inzicht gekomen
dat Asjoer, die machtige bondgenoot, onze vrijheid NIET garandeert.
We zullen niet meer op paarden rijden, niet langer op militaire macht vertrouwen.
En tot het werk van onze eigen handen zullen we niet meer zeggen:
mijn god!

Als DIE erkenning,
die belijdenis, wordt uitgesproken,
keert Yahweh zich weer genezend tot zijn volk.
DAN zegt "HIJ": IK zal voor Israeel zijn als de dauw!
Israel zal bloeien als een lelie ..
WAT heeft mijn volk nog met afgoden van doen?
DAAR hebben ze geen behoefte meer aan,
want IK BEN het die zijn gebeden verhoort en die naar hem zal omzien.
NIET de afgoden,
maar "IK"!

DEZELFDE boodschap
als tweeduizend jaar geleden
'aan de man gebracht werd'
door Yochanan de Doper
en Yehosjoea haNotsrie
['haMasjiach']:

"Sjomron is schuldig,
omdat het in opstand is gekomen tegen zijn g d:
de mannen zullen omkomen in de strijd, hun kleine kinderen zullen worden doodgeslagen
en hun zwangere vrouwen opengereten ...
DAAROM: KEER TERUG, Israel, naar de Heer, jouw G D!
Door jouw eigen wandaden ben je ten val gekomen.
Kom met woorden van berouw en keer terug naar de Heer.
Zeg tegen hem: "Vergeef ons al onze misdaden.
Neem wat goed is van ons aan.
Als offer brengen wij u oprechte woorden!
Onze redding verwachten we NIET LANGER van Assyria,
op paarden en strijdwagens zullen wij niet meer vertrouwen,
wat we zelf gemaakt hebben niet meer onze god noemen.
Immers, bij u vindt een wees
ontferming!"

ZO spreekt de Heer [yhwh] jouw g d:
"IK genees hen van hun ontrouw,
mijn hart gaat naar hen uit.
Mijn toorn heb ik laten varen.
Ik zal voor israeel zijn als de morgendauw.
Het zal bloeien als een lelie,
wortelen als een cederboom op de bergen van Levanon;
zijn jonge loten {!} zullen uitlopen.
Het zal als een prachtige olijfboom pronken
en geuren als de ceders op de Levanon.
DAN is het weer goed toeven in zijn schaduw,
er wordt weer koren verbouwd.
Het zal bloeien als een wijstok,
befaamd zijn als de wijn van de Levanon.
DAN zegt Efrayiem: "Wat heb ik nog met afgoden re maken?
Ik wil zijn liefde beantwoorden, mijn oog op hem richten.
DAN ben ik als een cipres, altijd groen:
het zijn UW vruchten
die ik draag!"


Wie
inzicht heeft
doorgrondt deze woorden
,
wie wijs is neemt ze ter harte.

Want de wegen van de Heer zijn
RECHT:
wie rechtvaardig is verlaat ze niet,
maar wie zich verzet komt
ten val!

liefdesverdriet


07 apr 2006 - bewerkt op 14 mei 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende