Wanneer
we al die bijbel-,
heilige schrift-, mydi- en
andere verhalen lezen als gericht
aan ons persoonlijk,
dan is het zeker,
dat we 'g ds roepstem',
die immers in de eerste plaats uit onszelf komt
zowel vanuit binnenin onszelf als van 'buiten ons',
duidelijker zullen horen
en verstaan.
Het is
een kwestie van vooral luisteren
naar de grond van ons bestaan,
zowel via "Y"/'yhwh' als van elk en ieder ander die ons roept en aanspreekt
omdat we nu eenmaal zo
in elkaar zitten.
Ook dat zogenaamde
'oude testament' kunnen we dus op die wijze lezen
en tot ons laten spreken.
Tat tvam asi:
ook wij zijn 'dat' ~
de echo van de oerknal
en het uitdijende
heelal.
Een korreltje zand op
het strand van de eeuwigheid,
dat nu en hier klinkt in ons heden
op de plaats waar we
aanwezig zijn.
Wel zien we duidelijke verschillen
tussen beide: oud en nieuw.
Het Nieuwe als beschrijving van de ontwikkeling in tijd en ruimte
als opvolging en vervulling van het Oude
in de 'zoon van g d' Yehosjoea haNatsri haMasjiach
of in welke andere verbeeldende taal en zingeving dan ook
die 'aanslaat', aanspreekt vanuit ons luisteren
naar de harteklop van menselijk leven op aarde
en in onze wereld
dwars door alle 'andere' tijden
en plaatsen en levensontwikkelingen
heen.
Wetende in dit licht
van Het Licht:
dat g d, yhwh, "Y"
en alle andere aanverwante profeten,
boodschappende engelen en 'verhalenden geesten'
ook ons roepen door Leven en dood
tot verantwoording, gewetensvol horen, zien, voelen,
doen en laten.
Zo kunnen we ook rustig
al die OT & [NT] Sien-roepingsverhalen op onszelf toepassen,
want zo gezien zijn wij zowel g d als schepsel, diepere oorsprong en 'het vervolgverhaal'
als tijdreizigers die heen en weer reizen over aarde en andere planeten
om deel te nemen aan evolutionaire ontwikkelingen,
waarin g d zegt tot ieder van ons:
"WIE zal ik nu en hier zenden om voor Ons Aangezicht te gaan op de Weg die wij voorbereiden
voor de eindtijd en waarin elk moment
van waarde is?"
WAT IS NU
ons antwoord op de vraag die we
onszelf stellen?
Zeggen wij ook
evenals de profeten, man, vrouw en kind:
"ZIE HEER, hier ben ik, zend ook mij heen op de weg
die ik kan gaan ook al is het maar
voor een tijdje?"
En ook hier
geldt natuurlijk niet het excuus:
g d roept mij niet zoals de profeten Yesjayahoe en Yirmeyahoe,
Yehosjoea en hun andere voorgangers
en volgelingen ...
OOK HIER
zeggen we [alweer]:
ja, 'hij/zij' roept ons tot leven in het aangezicht en het woord van de Ander
die binnenin en rondom ons elk ander aanspreken
omdat we hebben leren luisteren
en ook verstaan?
Wij
zijn allen geroepen
ook al is het ieder op een andere wijze
en met een eigen antwoord dat alleen maar kan worden gegeven
in onze manier van leven die vanuit ons menszijn
geleidelijk overgaat in meer
menswording en aanvaarding van de boodschap
vervat in ons zich ontwikkelend
'geweten'.
En
is ook ons
antwoord gelijk aan het hunne,
het zijne. het
hare?
Zeggen wij,
met nog een laatste voorbeeld van beeldvorming,
het de jonge Sjmoe'el na:
"Spreek Yahweh,
want uw dienaar luistert
en wil verstaan?"
...
Misschien
komt ook dit antwoord,
net als de aanroep van de vraag,
terug in onze dromen
en visioenen?
Vannacht nog?
Wie weet!
Hoe dan ook
doen we er met ons allen 'verslag' van,
via myDi en in al het andere dat we doen
en laten.