Wat
baat Judas
zijne godlooze geveinsdheid?
Yesjoe leeft in zijn hart, en ziel, en ontdekt zijne snoode verraderije:
denk dan niet, o mensch, dat gy het aldoordringend oog van den Opperrichter ontschuilen zult!
Hoe listig, hoe verholen, hoe schijnheilig gy uw doen beleid hebt, het zal u & der gantscher weereld,
ordentlijk in dien grooten rekendag
voorgestelt worden.
Wat baat
Judas zijn Apostelschap?
Dar voorrecht maakt zijn schelmstuk te verfoeilijker.
Zegt dan niet, wy zijn G ds volk, en Hervormden, die naam zal veelen te zwaarder straffe doen ontfangen
ten geenen dage, als men voor den Richter verschijnen zal, en niets toebrengen om voor G d te bestaan.
HEERE! HEERE! te roepen, is geen bewijs van Christenheid;
maar een oprecht geloof,
& ongeveinsde
liefde.
Judas zeide: Rabbi,
en verraad den Heiland.
Wat doen zulken anders?
Judas legt mede aan, en digt by JC en zijn hart is verre van hem.
Wat doen zulken anders?
Judas geniet de bondtekenen, en derft bondgoederen.
Wat doen zulken anders?
Zy komen ter kerke; Zy drinken den drinkbeker,
maar hunnen harten worden niet gelaaft,
noch verzadigt.
Ongelukkige
Kerk- en Avondmaal-gangers,
die, als Judas, geen bruidskleederen aanhebben:
wat hebben zy te wachten: dan buitengestoten te worden?
De zielspijs is voor gelovigen.
Buiten zijn de honden.
Beproeft dan u zelven,
toetst u zelven, of gy in den gelove zijt.
Zegt niet, Christus is voor veelen gestorven.
'T is waar.
Doch veelen zijn niet allen:
en wat kan het u baten, zo gy onder die veelen niet zijt?
Onder twaalf Apostelen was een Judas.
Leert daar uit, niet stout noch hoogmoedig, maar voorzichtig en wijs te zijn.
Of weet gy niet, dat 'er veelen geroepen, en weinigen uitverkoren zijn?
Zuivert den ouden zuurdeessem.
Houdt feest in oprechtheid en waarheid.
Doet, gelijk de Joodsche huisvaders, die met toortslicht
alle de schuilhoeken gingen doorzoeken,
of 'er
ergens eenig zuurdeeg
verborgen ware.
Doorzoekt uwe harten;
maar doorzoekt die nauwe.
Te meer, daar 't harte bedrieglijker is, dan eenig ding.
Neemt het toortslicht van de wet, en gaat in u zelven.
Hier moeten geen schuilhoeken, geen onreinigheden, geen besmettingen overblijven.
En wat zoud 'er verborgen blijven
voor het aldoordringend oog des geenen
met welken wy te doen hebben?
De Paaschvierders
moesten rein wezen naar de wet,
hoe veel te meer wy,
voor wien Christus, onz Pascha,
is afgeslacht?
Zalig
zijnze, die
geroepen zijn tot
het Avondmaal
van de bruiloft
des Lams.
Zalig
zijn de reinen van
harten, want zy
zullen G d
zien.