MALIK {gestorven 795} om de regels van het islamitische recht op te stellen die overal zullen worden toegepast: in eerste instantie wijst Malik
DIT
VOORSTEL AF,
UIT VREES DAT
EEN UNIEKE WAARHEID ZÓ
EEN DODELIJKE SLAG ZAL TOEBRENGEN
AAN DE RIJKDOM EN VERSCHEIDENHEID
VAN DE LEER VAN DE ISLAM?
Hij zwicht voor de kalief
wanneer deze hem vraagt om de tussenoplossing te kiezen
voor de problemen die zich voordoen, dat wil zeggen àf te zien van oplossingen die hij ècht té mallótig vindt,
of juist véél té strèng, & die de religie beide op dezelfde manier
schade zullen kunnen gaan berokkenen
naar alle waarschijnlijkheid!?
Om die regels van de FIQH,
de jurisprudentie, op te stellen beroept Malik zich allereerst op de Koran,
waarvan twee- tot driehonderd verzen vooral over de sociale wetten handelen,
voornamelijk familierechtelijk (zoals het huwelijk & echtscheiding, getuigenissen &
alle erfenissen, het opstellen van contracten,
de rente e.d.)!
Hij preciseert de regels
met een beroep op de Hadith, de woorden van de Profeet,
waarvan er dan misschien wel honderdduizenden circuleren,
& kiest daaruit juist díe verzen die hèm oorspronkelijk lijken
om ze dan te boek te stellen in een corpus,
de Al-Moewatta.