Misschien
bestaat er
wel echt zoiets
als een 'ssts'~myditraumasyndroom?
Sweet sixteen trauma syndroom: iets simplistisch
oppervlakkig vrouwelijk/sisterlijk zonder lichaamshaar &
almost totally made of plastics e.d.!
't Heet Mahja
of Anjaa & huilt, zuigt, bevuilt, piept
& wordt zo nu & dan verliefd op 'n loverboy ofsowiets ...
Van top tot teen onder de verf & gehuld in modekleertjes
met geen flauw benul van 't verleden of de toekomst:
alleen maar levend in een volkomen vastgelegd nu
in 't heden zonder begin of einde,
gevangen in bullshit.
't Zit in 'n soort van
namaak gouden kooi van make believe,
vertroste big brothers & their little sisters &
helemaal van teen tot top verendemolt, geradbraakt,
ingepakt, aangetast, uitgepoept, opgeslokt,
zo gek als 'n gieter.
Ongeneeslijk
naar 't schijnt & er komen er steeds meer van?
Hele horden gillede k.-
meiden.
De 'mannelijke'
tegenvoeters zijn dan de Judassen,
Herodessen, Pilatussen, Kajafassen & beulen ......
Dit leert ons [ook] de H. Euangelist in de voorgelezene woorden,
waar in hy ons vertoont de snoode verraderije van Judas, en zijn spotachtige geveinsdheid:
waar in te letten staat op {net als ooit met onze Rabbij Joerieouwehoeri, Bopiekanto Soploeloe
& allerlei andere Loslopende Bende{r}leden
& Gangsterd{r}olls?} -
1. De godlooze geveinsdheid van den verrader Judas,
2. 's Heilands bestraffinge over zijn wanbedrijf.
3. De vervolgendheid van Judas wegens die bestraffinge.
4. Betoninge, dat JC ook hier in blijft de waarde Hoogepriester te zijn.
Oftewel:
de uitersten ten tonele gevoerd
op cyberspeciale virtuele wijze ter lering en tot 'vermaeck'?
Hoe veele en doldriftige vyanden Christus ook hadde, nog waren 'er,
die zich niet schaamden hem aan te kleven, en wel te doen. Zo word hy in huis,
en ter tafel van Sjimon den Melaatschen ontfangen, die hier in zijne liefde tot den Heiland bewijst.
Zo word hy met zalfolye gezalft, terwijl hy ter tafel aanlegt, 'met o.a. ook tollenaars, hoeren, allerlei onaanraakbaren, armen & onnozelen, gevallen vrouwen en ouderloze kinderen' {?};
maar gelijk 'er niets zo goed, niets zo heilig is, dat een booswicht niet misbruikt,
en tot kwaad aanspoort; zo geeft
die liefdaadigheid den heilloozen
Judas gelegendheid tot
zijn boos
opzet.
Omtrent
5 stadien,
of een kwartier-
uurs van Yeroesjalayiem,
rees een hoog en veruitgestrekt gebergte,
dat met verscheidene vruchtboomen bezet was,
en daar van ook verscheidene naamen droeg.
Naast aan de stad, over de beeke Kedron,
was die berg beplant met vijgeboomen,
en die streek wierd Bethfage geheten.
Wat verder, omtrent een Sabbatreize, of 1000 schreden,
was de berg heuglijk verciert met groene palmboomen, waar van die bergstreek,
en een vlek omtrent 1000 schreden verder, den naam droeg van Bethanien;
en dit vlek is hier door Matai aangewezen, daar has Sjimon de Melaatsche zijne woonplaats,
en voor den Heiland een avondmaal toebereid, op dien zelven tijd, als hy zijn kruisdood voorspelt,
en de Joodsche Raad hunnen vergadering tegen hem by een geroepen had.
Dit tijdmerk zal 't geschil der geleerden ligtlijk beslissen, of deeze maaltij een en dezelve zy met dien
van Lucky Lukas; en of deeze vrouwe Maria Magdalena {Miryam haMagdaliet} mag zijn geweest?
Want na 't verhaal van Lukas, doorreist Christus land en steden; het geen in den tusschen-tijd
van twee dagen niet kan geschieden. {Wat wil je ook na zovele tientallen jaren daarna!?}
Ook is die vrouwe by Lukas, uitdruklijk eene zondaresse, of onkuische, genaamt;
maar hier zal Miryam, de zuster van El Azar {Lazarus}, den Heiland zalven,
volgens het getuigenisse van Yochanen {Iohannes}, die, schoon hy
6 dagen vermeld, daar mede niet den dag van den maaltijd,
maar de komst des Heilands tot Bethanien aanwijst.
Hier was Christus meermaalen, niet alleen,
om dat het vlek maar een dubbelde
Sabbatreize, of half uur lag van
Yeroesjalayiem, maar ook
omdat Lazarus, & andre
leer- & gunst-lingen
van den Masjiach,
hier woonden,
onder welken
ook was Sjimon
de Melaatsche, zo
bygenaamt van die
schroomlijke plaage,
die boven alle andere,
de Jooden onrein maakte:
waarom de Melaatschen in geene
bemuurde stad, noch onder 't volk,
verkeren mogten: maar uitgaande, het
aangezicht tot de lippen toe bewonden, en
als hen iemant te gemoete kwam, uitriepen:
onrein, onrein, op dat hy wijken, en hen niet
onverhoeds aanraken
zoud
...
Ook
toen net
als nu onaanraakbaren,
verschoppelingen, hoogvereerden & verfoeiden,
grote verschillen tussen rijke en arme mannen, [bij]vrouwen en kinderen, 'slaven & vrijen',
verslaafden en lijders aan allerhande geestelijke,
lichamelijke & sociale ziekte en
gebreken, uitgestotenen
& verdoemden?!
