Magisch denken/voelen, leven, verbeelden, handelen

'heidenen & heiligen
samen op pad'
{& onwards}


We maken dus allemaal deel uit van een geheel, maar ervaren dat meestal op eigen symbolische wijzen.

Alles wat we meemaken gaat in codetaal: evolutionair, genetisch, opvoeding, opleiding, werk & recreatie?



Gargon gaat alsmaar verder & door op 't ingeslagen pad van 300 jaar geleden naar 1700 jaar daarvoor!

Sommigen willen, dat met 't overlijden des Heilands deeze heiligen levendig geworden, maar in 't graf gebleven waren, tot dat JC verrees, & de eersteling wierd der geenen, die ontslapen zijn. Anderen meinen,
dat al voor 's Heilands opstanding, en aanstonds, zo als hy den geest gaf, om de kracht zijns kruisdoods te vertonen, de heiligen opgewekt, en uit het graf, doch niet in de stad gegaan zijn, voor en aleer JC verrezen was; om dus beide. en de kracht van zijn dood, en waarheid van zijne opstanding te bewijzen.

Dit is 't welgevoeglijkst, en te begrijpen: want de graven niet alleen in de rotsen by en omtrent, maar ook verre van Yeroesjalayiem, en door gantsch het Joodenland geopent waren, en de opgewekte dooden tijd van nooden hadden, om naar de stad te gaan, & zich daar levendig te vertonen. Hoe zy van verder kwamen, hoe zy klaarder blijken gaven van leven, & hernieuwde levens-krachten: & zo voegen ook eenigen de woorden des H. Euangelists: veele licchaamen der heiligen, die ontslapen waren, zijn op-gewekt, & uit de graven uitgegaan zijnde, kwamen na zijne opstanding, in de heilige stad, & zijn veelen
verschenen.

Dat verschijnen onderstelt, datze bekend waren, en ieder wist, datze ontslapen waren: want hoe kondenze
anders bewust en overtuigd zijn, datze weder opgewekt en herrezen waren? Een of twee zouden hebben mogen verdacht zijn geweest, hoewel naar de wet, in den mond van twee of drie getuigen, alle waarheid bekrachtigd wierd; nu zijn hier veele oor- en oog-getuigen, die d' opgewekten zien en horen.

Was Yeroesjalayiem getuige, dat Yehosjoea gestorven ware, dat zelve Yeroesjalayiem zal, lief of leed, getuigen moeten, dat hy de dooden opgewekt, en zelf den dood overwonnen hebbe. Daarom wierd op 't
Pinksterfeest, de H. Geest in die zelve stad, den Kruisgezanten en Gelovigen medegedeelt, op dat de Messias-moorders zouden zien, dat hy in den hemel heerschte, en van daar zijnen Geest nederstorte.

Niet, om de heiligheid van Yeroesjalayiem boven andere steden; want die stad was nu ontheiligd, met 't bloed des rechtveerdigen bezoedeld, door bygeloof en schendluust verontreinigd, en een spelonk van rovers en moorders: maar om de grootste vyanden van Yesjoea te beschamen, en hunnen ijdelen toeleg te doen zien.

De gedachten
der Jooden waren,
dat Yesjoe gedood, en in 't graf gelegt,
noit weder op zoude staan, gelijk zy
in die booze verbeelding uitroepen:

EEN BELIALS STUK
KLEEFT HEM AAN, EN HY, DIE NEDERLEGT
IN 'T GRAF ZAL NIET WEDER OPSTAAN!

{PS 41}
ASJREI MASKIEL EL-DAL BEYOM RA'AH YEMALTEHOE YAHWEH

Gelukkig wie zorgt voor de armen; in kwade dagen zal de eeuwige hem uitkomst geven,

de eeuwige zal hem beschermen en in leven houden, men prijst hem gelukkig in het hele land.

'Lever hem niet uit aan zijn vijanden!'
Op zijn ziekbed zal de eeuwige hen tot steun zijn.
'Hoe lang hij ook ziek ligt, jij keert zijn lot ten goed!'
Ik zeg:
'Eeuwige, wees mij genadig, genees mij, ik heb tegen jou gezondigd!'

Mijn vijanden verwensen mij, ze zeggen
'Wanneer sterft hij & verdwijnt zijn naam?'
Wie mij bezoekt, heeft mooie woorden, maar zijn hart is vol kwade gedachten;
staat hij buiten, hij spreekt ze uit. Wie mij haten hopen het ergste voor mij en fluisteren aan mijn bed tegen elkaar:
'Een dodelijke kwaal heeft hem geveld, wie zo ziek ligt, staat nooit meer op!'
Zelfs mijn beste vriend op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd.

Toon mij, eeuwige, jouw genade en laat mij opstaan, dan zal ik hun geven wat ze verdienen.
Hieraan zal ik weten dat jij mij liefhebt: als mijn vijand niet langer juicht, als jij mij bijstaat,
omdat ik onschuldig ben, en mij voorgoed
laat wonen in jouw nabijheid.
Geprezen zij de eeuwige,
de g d van Yisraeel,
van eeuwigheid tot
eeuwigheid. Ameen,
ameen
engel
05 mei 2009 - bewerkt op 05 mei 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende