~*~DE
JODEN
hebben de gewoonte
om het boek PRED
EEN keer per jaar te overdenken,
op het Loofhuttenfeest.
Toen ik
in Israel woonde,
bouwden sommige families 'tenten'
in de achtertuinen van hun huizen
of op het platte dak.
In die 'loofhutten' gebruikten zij hun maaltijden
en dachten na over de oudtestamentische mydiverhalen
over hun voorouders in de woestijn SINAI.
Tijdens die ceremonie las een voorganger met luide stem
het hele boek PRED voor, als een ernstige waarschuwing
dat ze NIET moesten vertrouwen op succes
en rijkdom.
Het zou
wel eens
heel goed kunnen zijn
dat we DIE joodse praktijk
van een jaarlijkse voorlezing zouden overnemen.
Dat zou MET NAME goed zijn voor ons "Westerlingen",
in onze 'overbeveiligde appartementen en ommuurde buurten',
omringd door de overvloed van het aardse koninkrijk,
zelfvoldaan en veilig door de triomf van het kapitalisme,
alom en globaal 'beschermd' door een
'nucleair schild'?
Je
KUNT Prediker
OOK zien als HET boek in de mydibijbel
dat speciaal geschreven is om ons te veranderen
in realisten!
OOK
[en vooral] 'christenen'
kunnen veel van P. leren:
soms lijkt 'hun geloof' wel hardstikke dood
en de antwoorden waar we ons al zo'n tweeduizend jaar
aan hebben vastgeklemd, lijken niet meer
te voldoen?
Het kan
dus daarom
heel goed voorkomen dat we ons inderdaad
[on]behoorlijk depressief, wanhopig, verveeld en apathisch voelen.
Anderzijds kunnen we ons best wel aangetrokken voelen tot
een soort van vrolijke spiritualiteit die gezondheid en 'voorspoed'
belooft, OF tot een vorm van geestelijke ascese
die de waarde ontkentr van eten en drinken,
van ontspanning en het bedrijven
van liefde ...
Om AL
deze neigingen
tegen te gaan, levert P. de HARDE oplossing
van een realisme ZONDER al te veel illusies:
wij koesteren de eeuwigheid in ons hart maar dragen de last van g d
op onze schouders.
P. is uiteraard
slechts een DEEL van de 'openbaring'.
Er staat verder niets in over 'het verbond' en ook niets over
'g ds wonderdaden' in de geschiedenis,
of over 'g ds beloften van een uiteindelijke
verlossing'.
De PRED
heeft maar een beperkte visie,
omdat hij alleen maar waarneemt wat voor ogen is?
TOCH eindigt hij met
de volgende waarschuwing ~
"En tot slot, mijn geliefde, nog DEZE waarschuwing:
er komt absoluut geen einde aan het aantal boeken dat geschreven wordt,
en veel lezen mat het lichaam af.
ALLES wat je tot nu toe hebt gehoord
komt uiteindelijk HIEROP neer:
heb ontzag voor 'g d' en de natuur
en leef hun geboden na.
DAT geldt voor IEDER mens,
want "G D" oordeelt over ELKE daad,
[OOK DE VERBORGEN DADEN},
zowel de goede als de
slechte."
SOMMIGEN
zien dit laatste hoofdstuk zelfs
als een soort van
'opwekkingslied'.
In DIE visie zou de auteur ons als het ware
bij wijze van spreken en schrijven
op 'slinkse wijze'
naar deze uiteindelijke 'opwekking'
hebben geleid?
ANDEREN denken juist
dat dit LAATSTE hoofdstuk er door
latere scribenten aan is toegevoegd
omdat ze de oorspronkelijke boodschap van P.
toch niet zo goed konden
plaatsen!
Ik heb een ander beeld,
het beeld van een vermoeide oude man
- Sjlomo, Job, Yonah, Moshe, Mordechai, Yesjoe, Paul e.d. -
die serieus gezocht heeft naar antwoorden
op de raadsels van
het leven ...
In het
eerste deel
van PRED 12 geeft hij een briljante,
Shakespeariaanse beschrijving van het 'ouder worden'.
NU, overweldigd door zijn misstappen en zijn sterfelijkheid,
zucht hij en zegt:
"Slechts EEN ding is de moeite waard.
Denk te midden van deze zinloze wereld aan jouw schepper ..."
De filosoof Ludwig Wittgenstein zegt het ZO:
"Geloven in g d betekent dat het leven zin heeft ...
Die zin ligt niet zozeer in het leven zelf
maar er buiten."
David
& de andere psalmdichters
legden ALLE aspecten van hun leven aan g d voor
om "HEM/HAAR" daarmee 'te eren'?
De PRED deed het omgekeerde!
HIJ ontleedde zaken als werk en plezier tot op het BOT
en het lukte hem DAARNA nauwelijks om het geheel
te overzien ...
Hij
ontdeed de ui
van zijn schillen en hield uiteindelijk helemaal niets over?
Vandaar de waarschuwingen - 'gedenk jouw schepper & vrees g d' -
aan degenen die de tijd nog kregen om daar
aandacht aan te
besteden!
De
existentialistische schrijvers
hebben de uitdrukking 'sprong in het geloof'
{SPRONG IN HET HEELAL?} geintroduceerd om DAARMEE de stap te beschrijven vanuit onze culturele vooronderstellingen naar
een geloof in het 'bovennatuurlijke' ...
Degenen die dat bovennatuurlijke
hebben ervaren in religie voelen zich
verwant met Kierkegaard, navolger van Avraham, Job, David en
al die andere 'geloofshelden' die 'geloofden
tegen beter weten
in'.
EEN
van de existentialisten
heeft me op het spoor gezet van Blaise Pascal,
die OOK heeft geworsteld met het vraagstuk van de zinloosheid.
Pascal concludeerde dat geloof soms wel iets wegheeft van een 'gok'!
Hij zei tegen vrienden: "Als ik geloof in G D en een leven na dit leven
en jullie geloven dat niet, dan zullen wij BEIDEN verliezen als G D
niet zou bestaan. Als g d echter WEL 'bestaat', DAN zouden jullie
OOK verliezen, maar ik zou 'alles' winnen?"
Ik denk dat de PRED het hier wel mee
eens zou zijn
geweest ...
De uitroep
aan het eind van P.
is NIET een triomfkreet, in de trant van 'HEB ik het niet GEZEGD!",
maar veel meer een soort van laatste snik van een bijzonder mens
die zijn leven lang ALLE mogelijke alternatieven
heeft onderzocht?
Ik hoor
in die kreet
ook de vermoeide ondertoon van wanhoop
die zo karakteristiek is voor 'onze tijd'.
Als je gevangen zit in de zichtbare wereld en denkt dat DAT alles is,
DAN kom je logisch redenerend uit op totale zinloosheid
en wanhoop.
Zijn wij
voortploeterende,
bedroefde pelgrims op onze meelijwekkende zwerftocht
tussen de eeuwigheden, volkomen verdwaald en verdoold,
eens en voor altijd de weg kwijt in een heelal dat we niet kunnen kennen
en waarin we volkomen bij toeval verzeild zijn
geraakt?
De PRED
raadt ons aan ten slotte
om de sprong in 'het geloof' te wagen en te 'geloven dat er een g d is'
en dat dit leven 'eens' zinvol zal blijken te zijn; wanneer
'de eeuwigheid in ons hart' de eeuwige 'sjabbatsrust' zal vinden
en wanneer de last van de goden op onze schouders
zal rusten met oneindige
lichtheid ...
Ik weet niet
WIE - of WAT - die vraag stelde.
Ik weet ook niet wanneer die vraag werd gesteld.
Ik kan me zelfs niet meer herinneren dat ik antwoordde.
Maar er was een moment dat ik 'ja' zei tegen Iemand - of Iets -
en vanaf dat ogenblik was ik er zeker van dat het bestaan
zinvol is en dat ik mijn leven zal winnen
door het te verliezen.
