Wie
is ook
zo onbedreven in
de Grieksche taal, dat hy niet wete, dat
KOSMOS,
niet alleen de
BEWOONDE WERELD,
maar ook der zelver
BEWOONDERS,
en
MENSCHEN,
en wel 't gemeen,
betekene.
Dus
zouden de
weereldlingen hier levendig
in hunne onmagt en blindheid vertoont,
en 't zelfde gezegt worden, als Paulos zegt:
DAT DE NATUURLIJKE MENSCH NIET BEGRIJPT DE DINGEN, DIE DES GEESTS G DS ZIJN.
En in deezen zin vatten het doorgaans de grieksche Kerkleeraars. Gelijk ORIGINES,
om eenen in plaats van allen aan te halen, zegt:
NIET ZO ZEER OM DE VEELHEID ER BOEKEN,
ALS OM DE 'G DLIJKHEID'
DER LEERE.
Anderen
echter vatten
het een weinig
anders, en vertaalen
choorein of
chooreezai,,
TOELATEN, AANNEMEN, ERKENNEN,
als wilde de H.Schrijver zeggen;
ZO ALLE DAADEN
EN WOORDEN VAN CHRISTOS GEBOEKT WAREN,
IK GELOOF NIET, DAT IEDER DIE
ZOUD AANNEMEN, ERKENNEN,
MAAR EEN AFKEER
VAN HEBBEN.
Hoewel
het Grieksch
dus zoud konnen verstaan worden,
zoud het echter alhier min-voeglijk zijn, als de eerste betekenisse.
Want waar toe zouden 'er meer boeken, of leerstukken van nooden zijn,
als 'er reeds beschreven waren, voor die geenen,
die het weinige verwierpen
en versmaadden?
Was 't wonder,
dat zy het meerdere niet zouden verdragen,
die van het mindere
den walg hadden?
Zoud de betuiging van Yochanan,
in zulken zin,
niet overtollig zijn?
Schijnt
de vergrooting naar de letter,
dan iemant te groot en zeldzaam,
hy neeme woorden met de Grieksche,
en eenige Latijnsche Uitleggeren voor uitdrukkingen
van de grootheid, voortreflijkheid, en onbegrijplijkheid der leerstukken, en hy zal toestemmen,
dat de vergrootinge noch te klein zy, en de H. Engelen
zelven vertoont worden als BEGEERING,
om in de heilgeheimen
in te zien.
En wat
is anders
het getuigenisse van Yochanan,
dan de G dlijkheid van 't Euangelium,
en 't werk der verlossing
in JC.
Dus
eindigt onze H.Schrijver,
die 's Heilands Lieveling was,
door dit boek de geschiedenissen
van de H. Euangelien, en door
zijn Openbaring bezegelt hy
alle de boeken des
O. & N.T.
Dat
nu de SYRISCHE TAALSMAN,
en anderen willen, dat Yochanan dit Euangelij-boek in de stad EFEZEN geschreven hebbe,
en zommigen het jaar bepalen op het twintigste, na 's Heilands hemelvaard, onder den tijgeraartigen NERO, schijnt niet wel overeen te komen met de voorheengemelde stelling,
dat het tegen de ketterij van CERINTHUS,
EBION, en diergelijke Dwaalgeesten
zoud geschreven zijn: nadien men
in de dagen van NERO,
weinig of niets van die
kettersche menschen
wist.
Anderen
begrijpen eenen
laateren tijd, en stellen,
dat EUANGELIJ & OPENBARING op PATMOS geschreven zijn.
Eenige stellen 't nog laater, en na den dood
van den wreeden DOMITIAAN,
als hy uit zijne ballingschap
ontslagen, en tot EFEZEN
wedergekeerd zoude
zijn.
Waar over wy de Tijdrekenaars, onder malkander laten twisten.
Het is ons genoeg,
dat G ds voorzienigheid dit H. boek,
tot ons onderwijs, en opbouw des geloofs, bewaart,
en nevens de gantsche H.Schrift ter hand gestelt hebbe,
op dat wy verzekerd zouden zijn dat Yehoshua
is de Mosjiach/Christos, de Zoone
des levenden G ds, en 'er buiten
hem geene zaligheid
te vinden
zy
...

Slaap
zacht: droom
zoet & tell us
all about it
if you really
want to
do so
...
