liefhebben {love is all there is}

Wat
je dus
telkens weer opnieuw
tegenkomt in elke religie,
elke tijd, plaats, persoon, bevrijder, verlosser, vrijer
& geliefde is die veelzijdigheid aan vermogens tot lijden & genieten,
pijn & genot, wraak & genade enzo?!
Vroeger [of later] moeten we
ermee leren omgaan [of niet].
De keuzemogelijkheden
keren telkens
terug.

ps 69:21/22
DAVID
VOERT DEN
HEILAND DUS IN:
de versmaadheid heeft mijn harte gebroken,
en ik ben zeer zwak, ik hebbe gewacht na medelijden,
maar daar is geen, en na vertroosters, maar hebze niet niet gevonden;
ja, zy hebben my galle tot mijne spijze gegeven,
en in mijnen dorst hebbenze
my edik te drinken
gegeven.

KONDE
G DS GEEST
WEL LEVENDIGER VERBEELDINGE
MAKEN VAN DEN AFGESLOOFDEN YEHOSJOEA,
DIE AAMECHTIG DOOR ZIEL-LIJDEN, VERSMAADHEDEN, KRUIS-DRAGEN, EN BLOED-VERLIEZEN,
VAN SNAKDORST VERSMACHT, MAAR NERGENS TROOST, NOCH LAAFFENIS VIND,
MAAR WRANGEN EDIK MET GAL-BITTERHEID VERMENGD,
IN ZO DEERNISWAARDIGEN STAAT,
WORD AANGEBODEN?

Zoud een Jood
of Joodschgezind Christen dit wel op David konnen t' huis brengen,
daar uit den gantschen inhoud van dat Tempel-gezang blijkbaar is, dat de Mesjiach in zijne vernedering als Borg en Hoogepriester
word afgemaalt?

En waar,
of wanneer, heeft
men David galle met edik gegeven?
Is om Davids wil, en die gepleegde onbarmhertigheid aan David, de tafel en altaar, en gantsche Gods-dienst der Jooden, hen tot een strik en val-strik geweest?
Is Paleis of tempel, die ten tijde van David nog niet gebouwd was,
om Davids wille verwoest?

Heeft David
onze schulden op zich genomen?
Heeft David niet, zo wel als andere menschen, G ds eer gerooft, en gezondigt?
Is dat niet den Borg, en Middelaar tusschen G d,
en de mensen, eigen?

Is 't dezelve niet,
die met edik en galle gedrenkt, alle de tijdlijke en geestlijke plaagen
over 't ontmenscht Joodendom heeft gebragt?
Die omstandigheid verdiende nauwkeurig aangetekend, en toont ons den waaren Hoogenpriester,
die voor ons lijden, en vrijwillig
sterven moet.

DE KRUISDOOD DES HEILANDS,
IS DEN JOODEN TOT ERGERNISSE,
MAAR ALLEN GELOVIGEN TOT ROEM, EN ZALIGHEID.
ZO WONCERSTRIJDIG ZIJN DE BEGRIPPEN DER MENSCHEN,
NAAR DAT MEN G DS WOORD GELOOFT, OF NIET.
DEN JOODEN KAN NIET ONBEKEND ZIJN, INDIEN ZY DE PROFEETEN GELEZEN HEBBEN,
DAT DE MASJIACH MOEST LIJDEN; EN DAAR IS NIETS GEMEENDER
IN DE SCHRIFTEN HUNNER LEERMEESTERS,
ALS DE SMETTEN VAN
DEN MASJIACH.

DE
IJDELE DROOM
VAN TWEE MESSIASSEN,
WELKER EEN ZEEGHAFTIG, EN ALS OVERWINNAAR,
EN DE TWEEDE ONGELUKKIG, EN TER DOOD GEBRAGT MOEST WEZEN,
BEWIJST DIT ONBETWISTBAAR.

WAT REDEN HEBBENZE DAN,
OM GE-ERGERD TE ZIJN AAN DEN LIJDENDEN YESJOEA?
OF IS DE KRUISDOOD
TE SCHANDELIJK?

Smertelijk
en schandelijk
is de kruisdood, buiten tegenspraak:
maar hadden de profeeten niet voorzegt, dat de Masjiach zoud gekruist worden?
Wat zegt David anders, als hy den lijdenden Heiland dus klagenden invoert:
"honden hebben my omringt, eene vergadering der boosdoenders heeft my omgeven,
ZY HEBBEN MIJNE HANDEN EN VOETEN
DOORGRAVEN!
"


Is 'er wel een lijden en doodstraf,
waar in voeten en handen worden doorgraven, of met scherpe spijkers door-klonken, dan het lijden des kruises? Dit is zo handtastelijk, dat het Joodendom die bewijs-reden niet
konnende wederleggen, de woorden verandert, en voor KAAROU, zy hebben doorgraven,
heeft zoeken in te dringen KAARI,
gelijk een leeuw.

Maar behalven
dat het geen goeden zin kan uitmaken, als men zegge:
ZY HEBBEN MIJNE HANDEN, EN VOETEN, ALS EEN LEEUW:
zo hebben ook de taal- en woord-zifters der H. Bijbelbladen aangemerkt,
dat 'er in den grondtekst staat KAAROU,
schoon sommigen op den kant
gezet hebben
KAARI.

PS 22
eli eli lamah azavtani

M'n G d, m'n G d, waarom heb je me verlaten?
Jij blijft ver weg & redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit!
"Mijn G d!"
roep ik overdag, & jij antwoordt niet, 's nachts, & ik vind geen rust!
JIJ bent de Heilige, die op Yisraeels lofzangen troont! Op jou hebben onze voorouders vertrouwd;
zij hebben vertrouwd en jij verloste hen, tot jou geroepen en zij ontkwamen, op jou vertrouwd en zij werden niet beschaamd.

Maar ik
ben een worm en geen mens,
door iedereen versmaad, bij het volk veracht!
Allen zie mij zien, bespotten mij, ze schudden meewarig het hoofd:
"Wend je tot de Eeuwige! Laat hij jou verlossen, laat je bevrijden,
hij houdt toch zoveel
van jou?
"


JIJ
hebt mij
uit de buik
van mijn moeder gehaald,
mij aan haar borsten toevertrouwd, bij mijn geboorte vingen jouw handen mij op,
van de moederschoot af aan ben
JIJ
mijn G d!

Blijf dan niet ver van mij want de nood is nabij en er is niemand die mij helpt!

'n Troep stieren staat om mij heen,
buffels van Basjan omsingelen mij, roofzuchtige, brullende leeuwen
sperren hun muil naar mij open!

Als water
ben ik uitgegoten,
mijn gebeente valt uiteen,
mijn hart is als was,
het smelt in mijn lijf!

Mijn kracht
is droog als een potscherf,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte,
jij legt mij neer in het stof
van de dood!

{17}
kie-
svavoenie klaviem
adat meree'iem hikifoenie
ka'arie yadai weraglai

Honden staan om me heen,
& 'n woeste bende sluit mij in,
ze hebben m'n handen en voeten
doorboord! [of: 'als
'n leeuw'?]!

Ik kan
al m'n beenderen tellen!
Ze kijken vol leedvermaak toe,
verdelen mijn kleren onder elkaar
en werpen het lot
om m'n
mantel!

EEUWIGE,
hou je niet
ver van mij,
mijn sterkte, snel mij te hulp!
Bevrijd mijn ziel van het zwaard,
mijn leven uit de greep van die honden!
Red mij uit de muil van de leeuw,
bescherm mij tegen de horens
van de wilde stier!
Jij geeft mij
antwoord!

Ik
zal jouw
naam bekendmaken, jou
loven in de kring van mijn volk!
Loof hen, allen die de Eeuwige vrezen,
breng hem eer, kinderen van Ya'akov,
wees beducht voor hem,
volk van Yisraeel!

HIJ
veracht zwakkeren
niet, verafschuwt niet wie worden vernederd,
hij wendt zijn blikj niet van hen af,
maar hoort hun
hulpgeroep!

Van
JOU komt
mijn lofzang in
de kring van het volk,
mijn geloften los ik in bij wie jou vrezen en liefhebben.
De vernederden zullen eten en worden verzadigd!
Zij die hen zoeken, brengen lof aan de Eeuwige!
Voor altijd mogen
jullie leven!

OVERAL,
tot aan de einden der aarde,
zal men de Eeuwige gedenken en zich tot hem wenden!
Voor jou zullen zich buigen alle stammen en volken!
Want 't koningschap is aan de Eeuwige,
hij heerst over
de volken.

Wie
op aarde
in overvloed leven,
zullen aanzitten & zich voor hem buigen.
Ook zullen voor hem knielen wie
in 't graf zijn nedergedaald,
wie hun leven
niet konden
behouden.

'n
NIEUW geslacht
zal hem dienen
en aan de kinderen vertellen van de Heer:
aan 't volk dat nog geboren moet worden
zal het zijn gerechtigheid verhalen:
hij is een G d
van daden
engel
19 feb 2009 - bewerkt op 19 feb 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende