~!@#$*$#@!~
DE
PROEF
OP DE SOM
ligt bij het 'Over en uit' waarmee ons
Voor een tijd een plaats voor g d
eindigt.
Met proef op de som
bedoel ik dat je aan Over en uit kunt zien
dat we het over een symbolische wereld hebben als we de christelijke geloofstraditie
ter sprake brengen, en niet over waarheden
die 'verdedigt' moeten worden.
Hiernamaals,
opstanding, hemel, leven na dit leven ~
wat al die termen verbindt is
dat ze verbeelding zijn,
en dan verbeelding tot het uiterste opgerekt:
betekenis verlenen aan wat uit zichzelf al helemaal geen betekenis meebrengt:
doodgaan, sterven, eindigheid.
De koopman in oudroest
moest worden ingezet om het onheil te bezweren,
maar het helpt niet,
we gaan allemaal dood,
zoals je vader en moeder dood zijn gegaan,
en hun vader en moeder enzovoort,
tot "Adam & Chava"
toe ...
Er is
als je eenmaal geboren bent
maar EEN ding wat zeker is, maar dan ook helemaal zeker,
en dat is dat je zult doodgaan.
DIE zekerheid
kunnen we alleen maar aan
door de verbeelding
te hulp te roepen.
Hiernamaals,
opstanding: het is en blijft
verbeelding ...
Komen Neanderthalers
onze voorouderlijke homomachobonoboistische vroege beelddragers
OOK 'in de hemel'?
Flauwe vraag!
Zeker,
hardstikke flauwe vraag,
maar dat we het een flauwe vraag vinden
bewijst dat we allang beseffen dat we met verbeelding bezig zijn
en niet met het uittekenen van
standen van zaken.
Zodra je
de handtastelijke werkelijkheid invoert,
klopt de wereld van de verbeelding niet meer, daar helpt geen lieve moeder, brave vader of
sterrenwichelarij of wat voor berekeningen dan ook
meer aan.
Doe dat dus maar liever niet,
doe dat dus nooit: maak nooit echte werkelijkheid van de religieuze verbeelding,
want dan breekt ze in gruizelementen
en vergruizelt tot het stof
waar ze
uit voortkomt?
En DAT
valt ons moeilijk,
het bij verbeelding te laten,
bij pleisters op onze
wonden.
Wij hebben
door het christelijk geloof,
'ons geloof',
verleerd onze eindigheid
te aanvaarden!
HEEL het
"Oude Testament"
leefde nog bij de platitude van "Over en uit",
Avraham, Yitschak, Ya'akov, Yesjayahoe & Yirmeyahoe,
allemaal ...
Wij kunnen dat,
dankzij het "Nieuwe Testament"
[in de uitleg van 'de kerkvaders'],
niet meer.
Ik wil terug
naar 'dood waar is uw prikkel',
naar het eeuwige leven maar dan in de tijd,
naar sterven als tot onze vaderen en oermoeders verzameld worden,
naar protest tegen het doden maar niet tegen de dood,
naar verdriet over gestorvenen,
maar niet over het sterven
zelf.
De onmacht
om met onze eindigheid om te gaan
bederft ons het leven,
bederft onze creativiteit,
sluit ons de ogen ervoor dat we
'een plaats voor g d zijn'.
DAT we onze tijd hier
zijn gaan beschouwen als een investering in een andere tijd,
de eeuwigheid, en DUS leven we niet voluit,
zijn we vaak bang om onder woorden te brengen,
en op ONZE beurt betekenis te verlenen aan wat geen betekenis meebrengt,
zijn we bang voor onze 'eigen' symbolische werelden,
en willen we 'waarheden'?
DIE zijn er niet!
Met dit abrupte slot
ben ik aan het eind [van mijn latijn?]
en kan ik het toneel verlaten,
weggaan.
WEGGAAN
Als een auto die lang in de regen gestaan heeft
Optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter
Een plek die zich van de rest van de straat
Onderscheidt, even nog, tot ook hij nat is
En niet afzonderlijk meer bestaat.
DAT is wat blijft als je weggaat.
Ik [HK] heb
dit gedicht van Anton Korteweg
in Voor een tijd een plaats van g d
boven het hoofdstuk "Over en uit" gezet.
DAAR moet het ook blijven staan:
men kent en vindt zijn standplaats zelfs niet meer,
om een oude berijmde psalm aan te halen [die van januari '45
tot oktober '92 op de grafsteen
van mijn vader
stond] ...
Maar ik voeg er hier
een correctie aan toe,
die in het boek vijf bladzijden beslaat
[we zullen er nog wel eens op terugkomen in myDiary bij tijd van leven]
en die hier in EEN regel valt samen te vatten,
de regel waarmee Philip Larkin zijn gedicht over An Arundel Tomb besluit.
DAAR liggen ze dan, de graaf en de gravin uit middeleeuwse tijden
[die zo lang daarna nog voortduurden?],
in hun groeve van marmer:
The stone fidelity
They hardly meant has come to be
Their final blazon, and to prove
Our almost-instinct almost true:
What will survive of us is love.
Wij zelf gaan heen,
maar wat blijft is wat we aan goeds gedaan hebben aan anderen.
DAT zit namelijk in die anderen, is een stukje van hun leven geworden,
van wat ze betekenen.
DAT is
wat er van je blijft
als je
weggaat.
