Lf303a waarschijnlijk voor het eerst stelt de mens
zich zo dan ook op als waarnemer v/d natuur & proberen we de natuurwetten te begrijpen, zonder ons te beroepen op 'n verklarend systeem van religieuze aard: dit vormt tevens het eerste moment van de wetenschap als je het zo zou willen blijven bekijken.
We zouden kunnen zeggen dat de mens vanaf dan 'bezit neemt' v/d natuur door zijn kennis, maar deze positie van waarnemer snijdt hem nog niet van de natuur af & zet hem er (nog) niet toe aan om haar te overheersen of totaal uit te buiten en te misbruiken.
Vanuit dit nieuwe gezichtspunt, dat de mens zowel 'in' als 'buiten' de natuur plaatst (door onze kennis), zullen de Griekse filosofen diverse methoden aandragen om de wereld te verklaren, waarin de mens min of meer aan zijn omgeving verbonden blijft.
Sterk vereenvoudigend kunnen we in Frédéric Lenoirs ogen stellen dat hier twee grote opvattingen met elkaar botsen: enerzijds hechten denkers als Democritus of Epicurus groot belang aan de natuur en stellen zij de eerste theorieën van de materie op.
Voor hen beweegt de wereld zichzelf voort, in een proces dat aan bepaalde natuurlijke oorzaken en aan het toeval gehoorzaamt: als 'n mens zijn we 'n onlosmakelijk deel van de natuur, maar we beschouwen de natuur tegelijkertijd als chaotisch, onstabiel, kwetsbaar.
Omgekeerd hebben denkers als Plato, Aristoteles & de stoïcijnen een meer antropocentrische opvatting van de wereld, die ze tegelijk beschouwen als geordend (de kosmos) & soms ook als uiterst doelmatig: Plato verklaart i/d TIMAEUS dat het heelal een groot, kenbaar lichaam is, geordend volgens een intelligente opzet ('het plan v/d demiurg'
, ook al is verwezenlijking daarvan onvolmaakt; Aristoteles gaat niet zover i/d verklaring v/d oorsprong v/d wereld, maar probeert te laten zien dat in de natuur een doelmatigheid werkzaam is.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende